Psychologie hoorcollege 1
Psychologische perspectieven
o Biologisch perspectief:
- Neurowetenschap: over hersenen
- Anorexia: kan vaker in families voorkomen, geluksstofje
in hersenen kan anorexia in stand houden
- Structuralisme: menselijk brein ordenen
- Functionalisme: methode inspective = verwoorden wat er in
iemands hoofd omgaat
o Behavioristisch perspectief:
- Onderzoek waarneembaar gedrag en prikkels die het gedrag
vormen
- Anorexia: mensen vinden je ‘mooi dun’ =
beloning/compliment, aanleiding door gebeurtenis in
omgeving, voorbeeldgedrag van bijvoorbeeld je moeder
o Ontwikkelingsperspectief:
- Voorspelbare veranderingen tijdens levensloop
(voorbeelden: leren lezen, lopen, schrijven)
- Anorexia: in kwetsbare periode (puberteit, door
vergelijken met andere mensen)
o Cognitief perspectief:
- Nadruk op mentale processen (leren, geheugen, denken,
perceptie)
- Anorexia: mentale ziekte, gedachtes die ‘niet kloppen’,
foutieve kennis
o Socioculturele perspectief:
- Anorexia: wat mensen van je vinden, komt meer voor in
Westerse landen door slankheidsideaal
(cultuurverschillen)
- ‘Hechting’
Wholepersonpespectief
o Psychodynamische perspectief (Freud):
- Begrijpen van mentale stoornissen
- Lusten en driften
- Anorexia: na traumatische gebeurtenis
o Humanistische perspectief:
- Nadruk op mogelijkheden, toekomst, werken naar de groei
toe
- Anorexia: gemotiveerd “om beter te worden”
o Dispositionele theorieën:
- Karaktertrekken en temperament
- Anorexia: patiënten bijna altijd perfectionistisch,
gevoelig, obsessiviteit
- Neigt meer naar ‘nature’
Hoorcollege 2
Persoonlijkheid
Alle psychologische kenmerken en processen die een zekere
continuïteit verlenen aan het gedrag van individu in verschillende
situaties op verschillende momenten
Vier theorieën:
o Dispositionele theorieën:
, - Temperament (lichaamsvochten: bloed, gele gal, zwarte gal
en slijm)
- Karakter (Big 5: warm-koel, georganiseerd-chaotisch,
zelfverzekerd-temperamentvol, open-gesloten, extraversie-
introversie)
- Type
o Psychodynamische theorieën:
- Freudiaanse verspreking: je zegt iets anders dan je
bedoelt (ik heb hem gekust… ehhhh gezien!)
- Onbewuste drijfveren en instincten (voornamelijk gericht
op seks en dood)
- ID: instinct, onbewust
- Ego: waar je bewust van bent controleert ID
- Superego: geweten, normen/waarden, de beste ik
- Psychoseksuele fasen stokt fixatie
- Fixatie: moeite met iets waar je in het verleden door
stokte
- Afweermechanismen/defensiemechanismen:
Verdringing
Ontkenning
Rationalisatie = minder erg maken voor jezelf
Reactieformatie = andere emotie laten zien dan je
eigenlijk voelt
Verschuiving = ergens anders op afreageren
Regressie = teruggang naar kinderachtig gedrag
Sublimatie = emotie uiten op maatschappelijke
geoorloofde manier (boksen)
Projectie
- Projectieve tests:
Rorschach
TAT
- Bevestiging Freud: onbewuste, conflicten door botsende
motieven, stabiele persoonlijkheidspatronen beginnen in
kindertijd
- Kritiek Freud: onwetenschappelijk, retroperspectief,
mannen/vrouwen, onbewuste minder slim
- Neufreudianen:
Ego belangrijk voor persoonlijkheid
Sociale variabelen invloed
Persoonlijkheid blijft zich ontwikkelen
o Humanistische theorieën:
- Zelfactualiserende persoonlijkheid
- Cart Rogers: volledig functionerend persoon (zelf passen
binnen je eigen wereld)
- Positieve psychologie: nadruk op mogelijkheden
o Sociaal cognitieve theorie:
- Observationeel leren: meer dan alleen aangeleerd gedrag
- Locus of control: intern (controle IN jou) of extern
(controle BUITEN jou)
- Fundamentele attributiefout: vb. als iemand te laat komt,
denk je meteen dat die persoon lui is, terwijl er
misschien andere factoren de oorzaak zijn van het te laat
zijn (oordeel vellen terwijl je eigenlijk niet weet wat
de oorzaak is)
Psychologische perspectieven
o Biologisch perspectief:
- Neurowetenschap: over hersenen
- Anorexia: kan vaker in families voorkomen, geluksstofje
in hersenen kan anorexia in stand houden
- Structuralisme: menselijk brein ordenen
- Functionalisme: methode inspective = verwoorden wat er in
iemands hoofd omgaat
o Behavioristisch perspectief:
- Onderzoek waarneembaar gedrag en prikkels die het gedrag
vormen
- Anorexia: mensen vinden je ‘mooi dun’ =
beloning/compliment, aanleiding door gebeurtenis in
omgeving, voorbeeldgedrag van bijvoorbeeld je moeder
o Ontwikkelingsperspectief:
- Voorspelbare veranderingen tijdens levensloop
(voorbeelden: leren lezen, lopen, schrijven)
- Anorexia: in kwetsbare periode (puberteit, door
vergelijken met andere mensen)
o Cognitief perspectief:
- Nadruk op mentale processen (leren, geheugen, denken,
perceptie)
- Anorexia: mentale ziekte, gedachtes die ‘niet kloppen’,
foutieve kennis
o Socioculturele perspectief:
- Anorexia: wat mensen van je vinden, komt meer voor in
Westerse landen door slankheidsideaal
(cultuurverschillen)
- ‘Hechting’
Wholepersonpespectief
o Psychodynamische perspectief (Freud):
- Begrijpen van mentale stoornissen
- Lusten en driften
- Anorexia: na traumatische gebeurtenis
o Humanistische perspectief:
- Nadruk op mogelijkheden, toekomst, werken naar de groei
toe
- Anorexia: gemotiveerd “om beter te worden”
o Dispositionele theorieën:
- Karaktertrekken en temperament
- Anorexia: patiënten bijna altijd perfectionistisch,
gevoelig, obsessiviteit
- Neigt meer naar ‘nature’
Hoorcollege 2
Persoonlijkheid
Alle psychologische kenmerken en processen die een zekere
continuïteit verlenen aan het gedrag van individu in verschillende
situaties op verschillende momenten
Vier theorieën:
o Dispositionele theorieën:
, - Temperament (lichaamsvochten: bloed, gele gal, zwarte gal
en slijm)
- Karakter (Big 5: warm-koel, georganiseerd-chaotisch,
zelfverzekerd-temperamentvol, open-gesloten, extraversie-
introversie)
- Type
o Psychodynamische theorieën:
- Freudiaanse verspreking: je zegt iets anders dan je
bedoelt (ik heb hem gekust… ehhhh gezien!)
- Onbewuste drijfveren en instincten (voornamelijk gericht
op seks en dood)
- ID: instinct, onbewust
- Ego: waar je bewust van bent controleert ID
- Superego: geweten, normen/waarden, de beste ik
- Psychoseksuele fasen stokt fixatie
- Fixatie: moeite met iets waar je in het verleden door
stokte
- Afweermechanismen/defensiemechanismen:
Verdringing
Ontkenning
Rationalisatie = minder erg maken voor jezelf
Reactieformatie = andere emotie laten zien dan je
eigenlijk voelt
Verschuiving = ergens anders op afreageren
Regressie = teruggang naar kinderachtig gedrag
Sublimatie = emotie uiten op maatschappelijke
geoorloofde manier (boksen)
Projectie
- Projectieve tests:
Rorschach
TAT
- Bevestiging Freud: onbewuste, conflicten door botsende
motieven, stabiele persoonlijkheidspatronen beginnen in
kindertijd
- Kritiek Freud: onwetenschappelijk, retroperspectief,
mannen/vrouwen, onbewuste minder slim
- Neufreudianen:
Ego belangrijk voor persoonlijkheid
Sociale variabelen invloed
Persoonlijkheid blijft zich ontwikkelen
o Humanistische theorieën:
- Zelfactualiserende persoonlijkheid
- Cart Rogers: volledig functionerend persoon (zelf passen
binnen je eigen wereld)
- Positieve psychologie: nadruk op mogelijkheden
o Sociaal cognitieve theorie:
- Observationeel leren: meer dan alleen aangeleerd gedrag
- Locus of control: intern (controle IN jou) of extern
(controle BUITEN jou)
- Fundamentele attributiefout: vb. als iemand te laat komt,
denk je meteen dat die persoon lui is, terwijl er
misschien andere factoren de oorzaak zijn van het te laat
zijn (oordeel vellen terwijl je eigenlijk niet weet wat
de oorzaak is)