1.4 Psychologie
Hoorcollege 1
Inleiding ontwikkelingspsychologie
Ontwikkelingspsychologie
- Definitie: bestudeert veranderingen in het gedrag die kenmerkend zijn voor de
menselijke levensloop van voor de geboorte tot aan de dood
- Gaat vaak over kinderen (daar gebeurt veel), maar eigenlijk gaat het over de hele
levensloop
- De ontwikkeling is altijd het resultaat van een interactie tussen biologie en omgeving:
Rijping: een proces waarlangs het genetische programma in de loop er tijd
zichtbaar wordt (biologische ontplooiing)
Leren: alle veranderingen in het gedrag die het gevolg zijn van (leer)
ervaringen (externe factoren)
- Nature- nurture debat
- Sensitieve (hechting, dingen opslaan/leren gaat makkelijker als je jonger bent
bijvoorbeeld) en kritieke (waarin je iets zou moeten aanleren, als je het dan niet
aanleert lukt het nooit meer zo goed) periode (wolfskinderen = niet blootgesteld aan
taal of opgegroeid in het wild, spreken slecht)
- Ontwikkeling als levenslang proces: multi-dimensioneel (biologisch, cultureel,
sociaal), multidirectioneel, multigedetermineerd (interactie tussen verschillende
dimensies)
Kinderen
Ontwikkelingsgebieden
- Fysiologische ontwikkeling (biologisch perspectief):
Prenatale ontwikkeling: geen alcohol en roken tijdens de zwangerschap,
invloed van stress tijdens de zwangerschap kan schadelijk zijn voor het kind
Zuigeling: reflexen komen en gaan (ademen, grijpen, zuigen, lopen),
motorische mijlpalen soms worden dingen overgeslagen en vindt niet per
se op dezelfde tijd plaats (bepaalde volgorde van bewegen: omrollen,
tijgeren, kruipen, lopen), vroege voorkeur voor menselijke gezichten en
klanken (liefst in eigen taal) nature
- Persoonlijkheid/sociaal emotionele ontwikkeling (cultureel-historisch perspectief):
Zuigeling: contactsteun = kiezen voor hoe het aanvoelt behoefte aan
contact (onderzoek aapje, kangaroeën = uit couveuse halen en dichtbij je
houden zodat er iets van hechting kan ontstaan groeien begint dan al goed
te gaan, zelfs zonder melk), start imiteren, spiegelneuronen
Hechting: langdurig sociaal-emotionele relatie tussen kind en een ouder of
andere vaste verzorger, verdeeld in: veilig, angstig-vermijdend en angstig-
ambivalent en gedesoriënteerd
Hechting Weggaan Contact Terugkomst
moeder vreemde moeder
Veilig (veel Verdrietig/huilen Verdragen of Blij, zoekt 65%
liefde) interesse toenadering
Angstig- Geen verdriet Geen aandacht Moeder 15%
, vermijdend negeren of
(weinig liefde) vermijden
Angstig- Huilen Niet op gemak Boos reageren 20%
ambivalent op moeder,
(soms wel moeilijk te
liefde, soms troosten
niet)
- Cognitieve ontwikkeling (hoorcollege 2): informatieverwerking
- Taalontwikkeling: nurture (kind leren ‘papa’ of ‘mama’ zeggen bijvoorbeeld) maar
iedereen heeft wel een aangeboren taalsysteem valt onder sociaal leren, nadoen
(imiteren)
Taalverwerkingssysteem (LAD)
Rond 7 maanden brabbelen
Rond 1e verjaardag: 1 woord fase (passieve woordenschat is veel groter dan
actieve woordenschat) (bijvoorbeeld: die, auto, bal, koek)
Rond 2: twee woord fase, telegramstijl, 1000 woorden
Hoorcollege 2
Ontwikkeling kinderen en documentaire
- Persoonlijkheid/sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen:
Erikson: 8 stadia (4 in kindertijd)
Leeftijd Crisis
0-1,5 jaar Vertrouwen versus wantrouwen
1,5-3 jaar Autonomie versus twijfel (‘ik ben 2 en ik zeg
nee’) ontdekken dat je zelf controle hebt
op de omgeving en dat je zelf dingen kunt
versus bij twijfel dat je afhankelijk van je
moeder/vader bent
3-6 jaar Initiatief versus schuld zelf iets kunnen
bedenken/creëren versus schuldig voelen
als dingen niet lukken/je geen richting kunt
geven
6 jaar tot puberteit Competentie versus minderwaardigheid
competent voelen dat je leert schrijven,
samenwerken, spelen versus gevoel dat je
het niet zo goed kunt/je minderwaardig
voelt
Theory of mind: besef dat anderen opvattingen, verlangens en emoties
kunnen hebben die verschillen van die van jezelf (komt rond een jaar of 4)
Opvoedstijlen:
Hoorcollege 1
Inleiding ontwikkelingspsychologie
Ontwikkelingspsychologie
- Definitie: bestudeert veranderingen in het gedrag die kenmerkend zijn voor de
menselijke levensloop van voor de geboorte tot aan de dood
- Gaat vaak over kinderen (daar gebeurt veel), maar eigenlijk gaat het over de hele
levensloop
- De ontwikkeling is altijd het resultaat van een interactie tussen biologie en omgeving:
Rijping: een proces waarlangs het genetische programma in de loop er tijd
zichtbaar wordt (biologische ontplooiing)
Leren: alle veranderingen in het gedrag die het gevolg zijn van (leer)
ervaringen (externe factoren)
- Nature- nurture debat
- Sensitieve (hechting, dingen opslaan/leren gaat makkelijker als je jonger bent
bijvoorbeeld) en kritieke (waarin je iets zou moeten aanleren, als je het dan niet
aanleert lukt het nooit meer zo goed) periode (wolfskinderen = niet blootgesteld aan
taal of opgegroeid in het wild, spreken slecht)
- Ontwikkeling als levenslang proces: multi-dimensioneel (biologisch, cultureel,
sociaal), multidirectioneel, multigedetermineerd (interactie tussen verschillende
dimensies)
Kinderen
Ontwikkelingsgebieden
- Fysiologische ontwikkeling (biologisch perspectief):
Prenatale ontwikkeling: geen alcohol en roken tijdens de zwangerschap,
invloed van stress tijdens de zwangerschap kan schadelijk zijn voor het kind
Zuigeling: reflexen komen en gaan (ademen, grijpen, zuigen, lopen),
motorische mijlpalen soms worden dingen overgeslagen en vindt niet per
se op dezelfde tijd plaats (bepaalde volgorde van bewegen: omrollen,
tijgeren, kruipen, lopen), vroege voorkeur voor menselijke gezichten en
klanken (liefst in eigen taal) nature
- Persoonlijkheid/sociaal emotionele ontwikkeling (cultureel-historisch perspectief):
Zuigeling: contactsteun = kiezen voor hoe het aanvoelt behoefte aan
contact (onderzoek aapje, kangaroeën = uit couveuse halen en dichtbij je
houden zodat er iets van hechting kan ontstaan groeien begint dan al goed
te gaan, zelfs zonder melk), start imiteren, spiegelneuronen
Hechting: langdurig sociaal-emotionele relatie tussen kind en een ouder of
andere vaste verzorger, verdeeld in: veilig, angstig-vermijdend en angstig-
ambivalent en gedesoriënteerd
Hechting Weggaan Contact Terugkomst
moeder vreemde moeder
Veilig (veel Verdrietig/huilen Verdragen of Blij, zoekt 65%
liefde) interesse toenadering
Angstig- Geen verdriet Geen aandacht Moeder 15%
, vermijdend negeren of
(weinig liefde) vermijden
Angstig- Huilen Niet op gemak Boos reageren 20%
ambivalent op moeder,
(soms wel moeilijk te
liefde, soms troosten
niet)
- Cognitieve ontwikkeling (hoorcollege 2): informatieverwerking
- Taalontwikkeling: nurture (kind leren ‘papa’ of ‘mama’ zeggen bijvoorbeeld) maar
iedereen heeft wel een aangeboren taalsysteem valt onder sociaal leren, nadoen
(imiteren)
Taalverwerkingssysteem (LAD)
Rond 7 maanden brabbelen
Rond 1e verjaardag: 1 woord fase (passieve woordenschat is veel groter dan
actieve woordenschat) (bijvoorbeeld: die, auto, bal, koek)
Rond 2: twee woord fase, telegramstijl, 1000 woorden
Hoorcollege 2
Ontwikkeling kinderen en documentaire
- Persoonlijkheid/sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen:
Erikson: 8 stadia (4 in kindertijd)
Leeftijd Crisis
0-1,5 jaar Vertrouwen versus wantrouwen
1,5-3 jaar Autonomie versus twijfel (‘ik ben 2 en ik zeg
nee’) ontdekken dat je zelf controle hebt
op de omgeving en dat je zelf dingen kunt
versus bij twijfel dat je afhankelijk van je
moeder/vader bent
3-6 jaar Initiatief versus schuld zelf iets kunnen
bedenken/creëren versus schuldig voelen
als dingen niet lukken/je geen richting kunt
geven
6 jaar tot puberteit Competentie versus minderwaardigheid
competent voelen dat je leert schrijven,
samenwerken, spelen versus gevoel dat je
het niet zo goed kunt/je minderwaardig
voelt
Theory of mind: besef dat anderen opvattingen, verlangens en emoties
kunnen hebben die verschillen van die van jezelf (komt rond een jaar of 4)
Opvoedstijlen: