Dieetleer 3.1
Hoorcollege 1
Diabetes type 1
Varianten diabetes
- Diabetes type 1
- Diabetes type 2
- Diabetes type 3c:
o Alvleesklier is beschadigd door pancreatitis of operatie
- MODY (maturity onset diabetes of the young):
o Erfelijk
o Diagnose vaak tussen 10-25 jaar, soms op latere leeftijd
- LADA (latent auto-immune diabetes in adults)
o Vorm van diabetes type 1, pas op latere leeftijd ontdekt
Prevalentie diabetes (type 1 en 2)
- 1,2 miljoen mensen met diabetes
- 1,1 miljoen mensen bekend bij huisarts
- De rest heeft ziekte maar weet dit nog niet
- In 2018: 53.600 nieuwe patiënten met diabetes bij de huisarts gediagnosticeerd
- Ongeveer 1030 nieuwe patiënten per week
- 9 op de 10: diabetes type 2
Diabetes type 1
- Auto-immuunziekte
- Eigen insulineproducerende cellen worden uitgeschakeld
- Exacte oorzaak is nog niet duidelijk
- Bepaalde virussen spelen een rol, in combinatie met genetische aanleg voor diabetes
brengen ze het afweersysteem uit balans waardoor ze de betacellen gaan aanvallen
(kan geen insuline geproduceerd meer worden)
Hoeveel kinderen hebben diabetes?
- Naast astma is diabetes type 1 de meest voorkomende chronische ziekte bij kinderen
- Schatting:
o 14.000 kinderen met diabetes type 1
o 1200 kinderen tussen 12-18 jaar diabetes type 2 (lijkt toe te nemen)
Symptomen diabetes type 1
- (Enorme) dorst
- Polyurie
- Vermagering
- Problemen met zien
- Ziek, moe, misselijk, overgeven (soms), buikpijn = algehele malaise
- Dehydratie/uitdroging: kan leiden tot DKA en diabetisch coma spoedopname
- Diabetische ketoacidose (DKA)
- Diabetisch coma
,Behandeling diabetes type 1
- Er wordt geen insuline meer geproduceerd dus insuline zal moeten worden
toegediend mbv insulinepennen of mbv een insulinepomp
- Bij diabetes type 2 is insuline toedienen niet altijd nodig en kan dit in veel gevallen
voorkomen worden door een gezonde leefstijl aan te houden en veelal door
gewichtsvermindering
Doelstellingen voedingstherapie/dieetbehandeling bij diabetes
- Volwaardige voeding
- Goede afstemming voeding en bloedglucoseverlagende medicatie
- Beperken van (acute klachten) van hypo- en hyperglycemie
- Handhaven of optimaliseren van een gezond lichaamsgewicht
o Bij kinderen: handhaven/optimaliseren goede groeicurve
- Handhaven of optimaliseren systolische bloeddruk en lipidenprofiel
- Preventie of uitstel complicaties zoals hart- en vaatziekten, nefro-, retino- en
neuropathie
Streefwaarden diabetes type 1
- Nuchter en voor de maaltijden: 4,4-7,2 mmol/L
- Postprandiaal: <10 mmol/L
o Individuele aanpassing op basis van leeftijd, duur van diabetes,
gezondheidsgeschiedenis en eventuele andere gezondheidsproblemen
- HbA1c:
o Volwassenen: <53 mmol/mol (<7%)
o Kinderen: <58 mmol/mol (<7,5%)
- TIR (time in range): minstens 70% van de tijd de bloedglucosewaarden tussen de 3,9
en 10 mmol/L. Daarnaast geldt een maximum van 4% per dag lager dan 3,9 mmol/L
en minder dan 25% van de dag boven de 10 mmol/L
Hypoglycemie vs hyperglycemie
- Hypoglycemie: verschijnselen en behandeling
o Eerste verschijnselen
o Tweede verschijnselen
o Stappenplan voor patiënt: hoe hypo’s opvangen?
o Gevolgen niet juist opvangen van een hypoglycemie
Insuline
- Insulinepentherapie:
o Injectieplaatsen: buik, dijbenen, bil, evt armen (liever niet) in onderhuids
vetweefsel (niet spieren en niet bloedvaten!!)
o Injectieplaatsen roteren! Dus afwisselen anders ophoping
- Werkingsprofielen insuline:
o Kortwerkende insuline bepaalt de glucosewaarde na de maaltijd: werkt met
pieken
o Langwerkende insuline bepaalt de nuchtere bloedglucosewaarde: 12 u
o Mixinsuline die ’s ochtends wordt gespoten bepaalt de waarden overdag
, o Mixinsuline die ’s avonds wordt gespoten bepaalt de waarde na de
avondmaaltijd en de nuchtere waarde
- Schema’s:
o 2xdd (mixinsuline):
Meest geschikt voor (oudere) mensen met een regelmatig leefpatroon
Voeding: vaste koolhydraatverdeling, KH-bevattende tussendoortjes
kunnen nodig zijn
o 4xdd (1x langwerkend en 3x (ultra) kortwerkend = intensief!!
Bij onregelmatiger leefpatroon
Veel flexibiliteit willen/kunnen
Niet eten = niet spuiten
Meer eten = meer spuiten (ratio)
- 4xdd insuline (intensief schema)
o Nabootsen werking alvleesklier insulinedosering wordt aangepast op
leefstijl in plaats van andersom
o Patiënt leert dit zelf te doen: zelfregulatie
o Patiënt heeft kennis nodig over:
Werking insuline
Juiste zelfcontrole techniek (wanneer meten en interpreteren)
Koolhydraten in de voeding (ratio)
Inzicht bloedglucosebeloop bij sport, ziekte, eten en alcohol
Juist oplossen van hypo- en hyperglycemie
- Pomptherapie
o Continu een beetje insuline toegediend via een pomp
o Regelmatig een kleine hoeveelheid kortwerkende insuline afgegeven
(automatisch)
o Pomp kan zo worden ingesteld dat de standaard insulineafgifte per uur
verschilt
Hoorcollege 1
Diabetes type 1
Varianten diabetes
- Diabetes type 1
- Diabetes type 2
- Diabetes type 3c:
o Alvleesklier is beschadigd door pancreatitis of operatie
- MODY (maturity onset diabetes of the young):
o Erfelijk
o Diagnose vaak tussen 10-25 jaar, soms op latere leeftijd
- LADA (latent auto-immune diabetes in adults)
o Vorm van diabetes type 1, pas op latere leeftijd ontdekt
Prevalentie diabetes (type 1 en 2)
- 1,2 miljoen mensen met diabetes
- 1,1 miljoen mensen bekend bij huisarts
- De rest heeft ziekte maar weet dit nog niet
- In 2018: 53.600 nieuwe patiënten met diabetes bij de huisarts gediagnosticeerd
- Ongeveer 1030 nieuwe patiënten per week
- 9 op de 10: diabetes type 2
Diabetes type 1
- Auto-immuunziekte
- Eigen insulineproducerende cellen worden uitgeschakeld
- Exacte oorzaak is nog niet duidelijk
- Bepaalde virussen spelen een rol, in combinatie met genetische aanleg voor diabetes
brengen ze het afweersysteem uit balans waardoor ze de betacellen gaan aanvallen
(kan geen insuline geproduceerd meer worden)
Hoeveel kinderen hebben diabetes?
- Naast astma is diabetes type 1 de meest voorkomende chronische ziekte bij kinderen
- Schatting:
o 14.000 kinderen met diabetes type 1
o 1200 kinderen tussen 12-18 jaar diabetes type 2 (lijkt toe te nemen)
Symptomen diabetes type 1
- (Enorme) dorst
- Polyurie
- Vermagering
- Problemen met zien
- Ziek, moe, misselijk, overgeven (soms), buikpijn = algehele malaise
- Dehydratie/uitdroging: kan leiden tot DKA en diabetisch coma spoedopname
- Diabetische ketoacidose (DKA)
- Diabetisch coma
,Behandeling diabetes type 1
- Er wordt geen insuline meer geproduceerd dus insuline zal moeten worden
toegediend mbv insulinepennen of mbv een insulinepomp
- Bij diabetes type 2 is insuline toedienen niet altijd nodig en kan dit in veel gevallen
voorkomen worden door een gezonde leefstijl aan te houden en veelal door
gewichtsvermindering
Doelstellingen voedingstherapie/dieetbehandeling bij diabetes
- Volwaardige voeding
- Goede afstemming voeding en bloedglucoseverlagende medicatie
- Beperken van (acute klachten) van hypo- en hyperglycemie
- Handhaven of optimaliseren van een gezond lichaamsgewicht
o Bij kinderen: handhaven/optimaliseren goede groeicurve
- Handhaven of optimaliseren systolische bloeddruk en lipidenprofiel
- Preventie of uitstel complicaties zoals hart- en vaatziekten, nefro-, retino- en
neuropathie
Streefwaarden diabetes type 1
- Nuchter en voor de maaltijden: 4,4-7,2 mmol/L
- Postprandiaal: <10 mmol/L
o Individuele aanpassing op basis van leeftijd, duur van diabetes,
gezondheidsgeschiedenis en eventuele andere gezondheidsproblemen
- HbA1c:
o Volwassenen: <53 mmol/mol (<7%)
o Kinderen: <58 mmol/mol (<7,5%)
- TIR (time in range): minstens 70% van de tijd de bloedglucosewaarden tussen de 3,9
en 10 mmol/L. Daarnaast geldt een maximum van 4% per dag lager dan 3,9 mmol/L
en minder dan 25% van de dag boven de 10 mmol/L
Hypoglycemie vs hyperglycemie
- Hypoglycemie: verschijnselen en behandeling
o Eerste verschijnselen
o Tweede verschijnselen
o Stappenplan voor patiënt: hoe hypo’s opvangen?
o Gevolgen niet juist opvangen van een hypoglycemie
Insuline
- Insulinepentherapie:
o Injectieplaatsen: buik, dijbenen, bil, evt armen (liever niet) in onderhuids
vetweefsel (niet spieren en niet bloedvaten!!)
o Injectieplaatsen roteren! Dus afwisselen anders ophoping
- Werkingsprofielen insuline:
o Kortwerkende insuline bepaalt de glucosewaarde na de maaltijd: werkt met
pieken
o Langwerkende insuline bepaalt de nuchtere bloedglucosewaarde: 12 u
o Mixinsuline die ’s ochtends wordt gespoten bepaalt de waarden overdag
, o Mixinsuline die ’s avonds wordt gespoten bepaalt de waarde na de
avondmaaltijd en de nuchtere waarde
- Schema’s:
o 2xdd (mixinsuline):
Meest geschikt voor (oudere) mensen met een regelmatig leefpatroon
Voeding: vaste koolhydraatverdeling, KH-bevattende tussendoortjes
kunnen nodig zijn
o 4xdd (1x langwerkend en 3x (ultra) kortwerkend = intensief!!
Bij onregelmatiger leefpatroon
Veel flexibiliteit willen/kunnen
Niet eten = niet spuiten
Meer eten = meer spuiten (ratio)
- 4xdd insuline (intensief schema)
o Nabootsen werking alvleesklier insulinedosering wordt aangepast op
leefstijl in plaats van andersom
o Patiënt leert dit zelf te doen: zelfregulatie
o Patiënt heeft kennis nodig over:
Werking insuline
Juiste zelfcontrole techniek (wanneer meten en interpreteren)
Koolhydraten in de voeding (ratio)
Inzicht bloedglucosebeloop bij sport, ziekte, eten en alcohol
Juist oplossen van hypo- en hyperglycemie
- Pomptherapie
o Continu een beetje insuline toegediend via een pomp
o Regelmatig een kleine hoeveelheid kortwerkende insuline afgegeven
(automatisch)
o Pomp kan zo worden ingesteld dat de standaard insulineafgifte per uur
verschilt