Interculturele communicatie
Hoofdstuk 3
Problemen los je op door de natuur te overheersen (natuur naar hand zetten, lossen problemen met
natuur systematisch op), door in harmonie met je omgeving en de natuur te leven (overleven
mensen zonder de natuur drastisch geweld aan te doen. Zij lossen deel van hun problemen op maar
deel ook niet. Problemen accepteren en aanpassen aan natuurlijke situatie) of door je te leveren aan
de natuur en de omgeving (accepteren mensen hun situatie volledig).
Nederland is natuur dominerend: willen alles oplossen en overal problemen zoeken, ook als er geen
problemen zijn. Dit vinden buitenlanders vaak vervelend. Nederlanders anticiperen en willen
problemen voorkomen.
Cultuur georiënteerd op:
1.Verleden
Maken mensen plannen gebaseerd op de mate waarin die plannen passen in hun tradities. Mensen
zijn geïnspireerd door historische gebeurtenissen.
2.Heden
Plannen voor korte termijn gemaakt. Tradities en gebeurtenissen uit verleden kunnen ook belangrijk
zijn maar daar sta je niet te lang bij stil. Bij het moment leven staat centraal.
3.Toekomst
Vooral bezig met doelen. Die doelen kunnen in nabije toekomst liggen of nog ver weg zijn.
Tijsoriëntatie kan verschillen per cultuur en zo kunnen er problemen tussen
samenwerkingsverbanden ontstaan. Kan ook binnen de cultuur verschillen.
Doe culturen: prestatie en uitvoeren van taken belangrijk. “Leven om te werken”. Mensen stellen
doelen en ondernemen acties. Ook erg gemotiveerd als zaken lukken en binnen het bedrijf
motiverend zoals ontplooiing, salarisverhoging en meer verantwoordelijkheden.
Zijn-culturen: relatiegericht. “Werken om te leven”. Je werkt om je in onderhoudt te voorzien.
Mensen, ideeën en gebeurtenissen gedragen zich spontaan. Mensen laten zich motiveren uit plezier
dat ze hebben met bijvoorbeeld leuke collega`s.
Westerse landen: taakgericht
Niet-westerse landen: relatiegericht
Hoofdstuk 3
Problemen los je op door de natuur te overheersen (natuur naar hand zetten, lossen problemen met
natuur systematisch op), door in harmonie met je omgeving en de natuur te leven (overleven
mensen zonder de natuur drastisch geweld aan te doen. Zij lossen deel van hun problemen op maar
deel ook niet. Problemen accepteren en aanpassen aan natuurlijke situatie) of door je te leveren aan
de natuur en de omgeving (accepteren mensen hun situatie volledig).
Nederland is natuur dominerend: willen alles oplossen en overal problemen zoeken, ook als er geen
problemen zijn. Dit vinden buitenlanders vaak vervelend. Nederlanders anticiperen en willen
problemen voorkomen.
Cultuur georiënteerd op:
1.Verleden
Maken mensen plannen gebaseerd op de mate waarin die plannen passen in hun tradities. Mensen
zijn geïnspireerd door historische gebeurtenissen.
2.Heden
Plannen voor korte termijn gemaakt. Tradities en gebeurtenissen uit verleden kunnen ook belangrijk
zijn maar daar sta je niet te lang bij stil. Bij het moment leven staat centraal.
3.Toekomst
Vooral bezig met doelen. Die doelen kunnen in nabije toekomst liggen of nog ver weg zijn.
Tijsoriëntatie kan verschillen per cultuur en zo kunnen er problemen tussen
samenwerkingsverbanden ontstaan. Kan ook binnen de cultuur verschillen.
Doe culturen: prestatie en uitvoeren van taken belangrijk. “Leven om te werken”. Mensen stellen
doelen en ondernemen acties. Ook erg gemotiveerd als zaken lukken en binnen het bedrijf
motiverend zoals ontplooiing, salarisverhoging en meer verantwoordelijkheden.
Zijn-culturen: relatiegericht. “Werken om te leven”. Je werkt om je in onderhoudt te voorzien.
Mensen, ideeën en gebeurtenissen gedragen zich spontaan. Mensen laten zich motiveren uit plezier
dat ze hebben met bijvoorbeeld leuke collega`s.
Westerse landen: taakgericht
Niet-westerse landen: relatiegericht