Begrippenlijst Kwalitatief onderzoek
Grasple les kennismaken met de theorie-data-cyclus
- Het vooraf onderbouwen en vastleggen van deze keuzes verhoogt de controleerbaarheid van
het onderzoek
L1 literatuur zoeken en apa refereren
- Literatuur zoeken door middel van vertalingen en synoniemen
- Referenties naar wetenschappelijke artikelen worden in APA-stijl opgeschreven volgens de
volgende richtlijn:
- Auteur1achternaam, Auteur1initia(a)l(en)., Auteur2achternaam, Auteur2initia(a)l(en)., (...), &
AuteurXachternaam, AuteurXinitia(a)l(en) (jaartal publicatie). Titel artikel. Naam Tijdschrift,
volumenummer, eerstepaginanummer-laatstepaginanummer.
Kwalitatief hoorcollege 1
- Sociale fenomenen: alles wat we om ons heen zien aan sociale interactie
- Bij kwalitatief onderzoek: empirische patronen die een startpunt kunnen zijn voor
theorievorming
- Kenmerken kwalitatief onderzoek:
o De onderzoeker is geïnteresseerd in de natuurlijke omgeving van de respondent
o De onderzoeker heeft een contextuele benadering
o Het perspectief van de respondenten staat centraal
o Via specifieke observaties probeert de onderzoeker
De sociale werkelijkheid te omschrijven in al haar diversiteit
Naar algemeenheden te zoeken die nieuwe theorieën vormen of bestaande
theorieën aanpassen inductie
- Holisme: kijken naar alle factoren
- Onderzoeksvraag kwalitatief onderzoek herkennen aan SPI(c ) E
o Setting: waar, in welke context?
o Perspective (of population): voor wie?
o Interest: Waarin is de onderzoeker geïnteresseerd?
o (Comparison: vergeleken met wie/wat?
o Evaluation: Wat gaat de onderzoeker bekijken/evalueren van de interest?
- Setting: wat is in dit geval de afgebakende context?
- Perspective: wie binnen de afgebakende context wordt ondervraagd/geobserveerd?
- Interest: wat is het onderwerp waarover je in dit geval vragen zou stellen?
- Comparison: in dit geval worden twee groepen personen vergeleken – waarop?
- Evaluation: waar hoop je met betrekking tot het onderwerp inzicht in te krijgen?
- Voorbeeld daten: wat zijn motieven om te daten bij eerstejaars studenten in Nederland?
o Setting: Nederland
o Perspective: eerstejaars studenten
o Interest: daten
o Evaluation: motieven
- Kwalitatief interview:
, o Gesprek waarin vragen stelt over:
Ideeën, Motieven, Ervaringen, (gedragingen)
Met betrekking tot een sociaal fenomeen
- Informant: iemand die een soort helikopterview heeft over een onderwerp die er meer met
expertise over praat
- Respondent: iemand die uit eigen ervaring spreekt, die onderdeel is van de populatie waarin
je geïnteresseerd bent
- Definitie interview: een gesprek waarbij een persoon (de interviewer) alleen maar vragen
stelt aan de ander. Het gaat over gedrag, ideeën attitude enzovoort met betrekking tot
sociale fenomenen.
- De onderzoeker is nadrukkelijk aanwezig bij de dataverzameling, hij kan hierdoor het gesprek
beïnvloeden richting participant of buitenstaander
-
-
- Populatie: groep van dezelfde soort waarop het onderzoek zich richt
- Steekproef: een deel van de populatie die uitgenodigd wordt voor het onderzoek
- Doelgerichte steekproef: purposive sample; case study logic: onderzoeker gaat op zoek naar
specifieke personen die belangrijke informatie kunnen geven
- Sample for range: onderzoek gaat opzoek naar een zo breed mogelijk scala aan ervaringen
- Transcript: letterlijke weergave van het interview
- Field notes: aantekeningen die waardevol kunnen zijn tijdens het analyseren van de date in
een later stadium
o Wie, locatie, indruk/gedrag van de geïnterviewde, eerste ideeën van onderzoeker
over het interview
- Betrouwbaarheid: reliability
o verloop van de interview hangt af van de interviewer
o interviewer moet zich bewust zijn van zijn eigen rol
- Validiteit: meet je wat je moet meten
- Focusgroep: groepsgesprek waarbij verschillende mensen uit de populatie, die worden
geïnterviewd in een soort groepsinterview, waarbij de interactie tussen de verschillende
personen ook van belang is
- Moderator: gespreksleider/interviewer
o De vragen te stellen die de onderzoeker heeft bedacht
o Ervoor te zorgen dat het gesprek niet teveel afdwaalt van het onderwerp
o Iedereen de kans geven om actief deel te nemen aan het gesprek
- Homogeen: van dezelfde soort
- Heterogeen: verschillende soort
- Anonimiteit: de privacy moet gewaarborgd blijven
Hoorcollege 2 Kwalitatief onderzoek
, - Observatie: waarnemen en registreren van gedragingen, gebeurtenissen en interacties
- Typen Observatie onderzoek:
o Participerend vs. Niet participerend
Bestudeerd de onderzoeker de mensen van buitenaf of wordt de
onderzoeker deel van de groep?
Heet ook wel klassiek etnografisch onderzoek
o Verhuld vs onverhuld
Weten de mensen dat ze geobserveerd worden?
o Systematisch vs. Niet-systematisch
Zijn de fenomenen waar naar gekeken wordt van te voren vastgelegd?
- Keuze voor type hangt af van onderzoeksdoel
- Site: een plek waar geobserveerd gaat worden
- Gatekeeper: iemand die weet van het onderzoek; bijvoorbeeld de baas van het bedrijf of het
hoofd van de school
-
- Analyse link observaties aan theorie tijdens de observaties, niet achteraf
- Reactiviteit: het idee dat participanten weten dat ze geobserveerd worden en daardoor gaan
ze zich anders gedragen
- Invloed op de kwaliteit van de data:
o Gedrag wordt beïnvloed door:
De aanwezigheid van de onderzoeker
Het feit dat de participanten weten dat ze geobserveerd worden
o Verschillende onderzoekers zullen verschillende observaties doen en observaties
verschillend interpreteren
o Complete participant/ participant observer:
De onderzoeker kan de fenomenen heel goed observeren positief effect
op de kwaliteit
De onderzoeker kan te betrokken raken bij deze mensen going native
- Bestaande data:
o Gegevens die niet specifiek voor huidige studie worden verzameld
Secundaire data: kan verzameld zijn voor ander onderzoek bijvoorbeeld door
PISA of CBS
Kunnen ook gegevens zijn die er zijn zonder dat ze voor onderzoek
gegenereerd zijn bijvoorbeeld afval of instagram foto’s
o Positief is dat het niet reactief is
o Inhoudsanalyse:
Het op systematische wijze analyseren van bestaand tekst-, geluid- of
beeldmateriaal
Dit kan gebeuren naar inhoud en/of betekenis van de tekst/beeld/geluid
o Kwaliteit:
Betrouwbaarheid:
Vinden twee verschillende onderzoekers wel dezelfde bestaande
gegevens?
Validiteit:
Is het materiaal wel geschikt voor het beantwoorden van de
onderzoeksvraag?
Komen de definities overeen?
Is het materiaal wel volledig?
Toegankelijkheid: hoge kosten, moeilijk te gebruiken, ethische bezwaren
Grasple les kennismaken met de theorie-data-cyclus
- Het vooraf onderbouwen en vastleggen van deze keuzes verhoogt de controleerbaarheid van
het onderzoek
L1 literatuur zoeken en apa refereren
- Literatuur zoeken door middel van vertalingen en synoniemen
- Referenties naar wetenschappelijke artikelen worden in APA-stijl opgeschreven volgens de
volgende richtlijn:
- Auteur1achternaam, Auteur1initia(a)l(en)., Auteur2achternaam, Auteur2initia(a)l(en)., (...), &
AuteurXachternaam, AuteurXinitia(a)l(en) (jaartal publicatie). Titel artikel. Naam Tijdschrift,
volumenummer, eerstepaginanummer-laatstepaginanummer.
Kwalitatief hoorcollege 1
- Sociale fenomenen: alles wat we om ons heen zien aan sociale interactie
- Bij kwalitatief onderzoek: empirische patronen die een startpunt kunnen zijn voor
theorievorming
- Kenmerken kwalitatief onderzoek:
o De onderzoeker is geïnteresseerd in de natuurlijke omgeving van de respondent
o De onderzoeker heeft een contextuele benadering
o Het perspectief van de respondenten staat centraal
o Via specifieke observaties probeert de onderzoeker
De sociale werkelijkheid te omschrijven in al haar diversiteit
Naar algemeenheden te zoeken die nieuwe theorieën vormen of bestaande
theorieën aanpassen inductie
- Holisme: kijken naar alle factoren
- Onderzoeksvraag kwalitatief onderzoek herkennen aan SPI(c ) E
o Setting: waar, in welke context?
o Perspective (of population): voor wie?
o Interest: Waarin is de onderzoeker geïnteresseerd?
o (Comparison: vergeleken met wie/wat?
o Evaluation: Wat gaat de onderzoeker bekijken/evalueren van de interest?
- Setting: wat is in dit geval de afgebakende context?
- Perspective: wie binnen de afgebakende context wordt ondervraagd/geobserveerd?
- Interest: wat is het onderwerp waarover je in dit geval vragen zou stellen?
- Comparison: in dit geval worden twee groepen personen vergeleken – waarop?
- Evaluation: waar hoop je met betrekking tot het onderwerp inzicht in te krijgen?
- Voorbeeld daten: wat zijn motieven om te daten bij eerstejaars studenten in Nederland?
o Setting: Nederland
o Perspective: eerstejaars studenten
o Interest: daten
o Evaluation: motieven
- Kwalitatief interview:
, o Gesprek waarin vragen stelt over:
Ideeën, Motieven, Ervaringen, (gedragingen)
Met betrekking tot een sociaal fenomeen
- Informant: iemand die een soort helikopterview heeft over een onderwerp die er meer met
expertise over praat
- Respondent: iemand die uit eigen ervaring spreekt, die onderdeel is van de populatie waarin
je geïnteresseerd bent
- Definitie interview: een gesprek waarbij een persoon (de interviewer) alleen maar vragen
stelt aan de ander. Het gaat over gedrag, ideeën attitude enzovoort met betrekking tot
sociale fenomenen.
- De onderzoeker is nadrukkelijk aanwezig bij de dataverzameling, hij kan hierdoor het gesprek
beïnvloeden richting participant of buitenstaander
-
-
- Populatie: groep van dezelfde soort waarop het onderzoek zich richt
- Steekproef: een deel van de populatie die uitgenodigd wordt voor het onderzoek
- Doelgerichte steekproef: purposive sample; case study logic: onderzoeker gaat op zoek naar
specifieke personen die belangrijke informatie kunnen geven
- Sample for range: onderzoek gaat opzoek naar een zo breed mogelijk scala aan ervaringen
- Transcript: letterlijke weergave van het interview
- Field notes: aantekeningen die waardevol kunnen zijn tijdens het analyseren van de date in
een later stadium
o Wie, locatie, indruk/gedrag van de geïnterviewde, eerste ideeën van onderzoeker
over het interview
- Betrouwbaarheid: reliability
o verloop van de interview hangt af van de interviewer
o interviewer moet zich bewust zijn van zijn eigen rol
- Validiteit: meet je wat je moet meten
- Focusgroep: groepsgesprek waarbij verschillende mensen uit de populatie, die worden
geïnterviewd in een soort groepsinterview, waarbij de interactie tussen de verschillende
personen ook van belang is
- Moderator: gespreksleider/interviewer
o De vragen te stellen die de onderzoeker heeft bedacht
o Ervoor te zorgen dat het gesprek niet teveel afdwaalt van het onderwerp
o Iedereen de kans geven om actief deel te nemen aan het gesprek
- Homogeen: van dezelfde soort
- Heterogeen: verschillende soort
- Anonimiteit: de privacy moet gewaarborgd blijven
Hoorcollege 2 Kwalitatief onderzoek
, - Observatie: waarnemen en registreren van gedragingen, gebeurtenissen en interacties
- Typen Observatie onderzoek:
o Participerend vs. Niet participerend
Bestudeerd de onderzoeker de mensen van buitenaf of wordt de
onderzoeker deel van de groep?
Heet ook wel klassiek etnografisch onderzoek
o Verhuld vs onverhuld
Weten de mensen dat ze geobserveerd worden?
o Systematisch vs. Niet-systematisch
Zijn de fenomenen waar naar gekeken wordt van te voren vastgelegd?
- Keuze voor type hangt af van onderzoeksdoel
- Site: een plek waar geobserveerd gaat worden
- Gatekeeper: iemand die weet van het onderzoek; bijvoorbeeld de baas van het bedrijf of het
hoofd van de school
-
- Analyse link observaties aan theorie tijdens de observaties, niet achteraf
- Reactiviteit: het idee dat participanten weten dat ze geobserveerd worden en daardoor gaan
ze zich anders gedragen
- Invloed op de kwaliteit van de data:
o Gedrag wordt beïnvloed door:
De aanwezigheid van de onderzoeker
Het feit dat de participanten weten dat ze geobserveerd worden
o Verschillende onderzoekers zullen verschillende observaties doen en observaties
verschillend interpreteren
o Complete participant/ participant observer:
De onderzoeker kan de fenomenen heel goed observeren positief effect
op de kwaliteit
De onderzoeker kan te betrokken raken bij deze mensen going native
- Bestaande data:
o Gegevens die niet specifiek voor huidige studie worden verzameld
Secundaire data: kan verzameld zijn voor ander onderzoek bijvoorbeeld door
PISA of CBS
Kunnen ook gegevens zijn die er zijn zonder dat ze voor onderzoek
gegenereerd zijn bijvoorbeeld afval of instagram foto’s
o Positief is dat het niet reactief is
o Inhoudsanalyse:
Het op systematische wijze analyseren van bestaand tekst-, geluid- of
beeldmateriaal
Dit kan gebeuren naar inhoud en/of betekenis van de tekst/beeld/geluid
o Kwaliteit:
Betrouwbaarheid:
Vinden twee verschillende onderzoekers wel dezelfde bestaande
gegevens?
Validiteit:
Is het materiaal wel geschikt voor het beantwoorden van de
onderzoeksvraag?
Komen de definities overeen?
Is het materiaal wel volledig?
Toegankelijkheid: hoge kosten, moeilijk te gebruiken, ethische bezwaren