Samenvattingen KGL
Praktisch Europees recht
Derde druk
, Samenvatting Europeesrecht H3
H3.1
Het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de
Europese Unie vormen de basis van het Europees recht. Ook een het Handvest van de
grondrechten is belangrijk, deze 3 verdragen samen worden het primair Europees recht
genoemd. Het secundair Europees recht zijn de richtlijnen, verordeningen, besluiten, adviezen
en aanbevelingen. Door de richtlijnen, verordeningen en besluiten kan het primaire recht
uitgebreid worden. De andere twee vormen hebben geen bindende kracht.
Vormen Europeesrecht
Verdragsartikelen Verdragen bestaan uit hoofdstukken en afdelingen waarin allerlei
zaken zijn uitgewerkt. Sommige artikelen geven
bevoegdheidsverdelingen weer, zoals artikel 17 lid 1 die geeft de
bevoegdheden aan de Commissie.
Voor de burgers zijn materiële bepalingen belangrijker, hierin staan
hun rechten en plichten. In sommige artikelen, zoals 63 lid 1 VWEU,
staan duidelijk rechten en plichten maar in andere artikelen staat het
niet zo specifiek en zorgt meer voor een basis voor verdere regelgeving,
zoals artikel 191 VWEU.
Dit wordt dan uitgewerkt in secundaire wetgeving, wat weer via een
normale wetgevingsprocedure moet, artikel 192 lid 1 VWEU.
Secundaire wetgeving die verdragen verder uitwerken hebben
voorrang op het Verdrag. Dit wordt als volgt aangeduid, lex specialis
(bijzondere wet) gaat voor lex generalis (algemene wet).
Verordeningen In artikel 288 VWEU staat dat een verordening een algemene strekking
heeft. Dit betekent dat deze direct toepasbaar is in elke lidstaat, en
gericht is aan iedereen. Het is daarom ook niet nodig om verordeningen
om te zetten in nationale wetgeving, het is zelfs verboden.
Een voorbeeld is de wetgeving die compensatie regelt voor
luchtreizigers bij vertraging of annulering. Je bent dan niet afhankelijk
van nationale wetgeving. Zie artikel 7 lid 1.
Besluiten In artikel 288 VWEU staat dat een besluit is verbindend in al zijn
onderdelen, en als adressanten worden vermeld het alleen voor hen is.
Een besluit kan gericht zijn aan burgers of bedrijven maar ook aan één
of meerdere lidstaten.
Richtlijnen In artikel 288 VWEU staat dat een richtlijn verbindend ten aanzien van
het bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd is,
Praktisch Europees recht
Derde druk
, Samenvatting Europeesrecht H3
H3.1
Het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de
Europese Unie vormen de basis van het Europees recht. Ook een het Handvest van de
grondrechten is belangrijk, deze 3 verdragen samen worden het primair Europees recht
genoemd. Het secundair Europees recht zijn de richtlijnen, verordeningen, besluiten, adviezen
en aanbevelingen. Door de richtlijnen, verordeningen en besluiten kan het primaire recht
uitgebreid worden. De andere twee vormen hebben geen bindende kracht.
Vormen Europeesrecht
Verdragsartikelen Verdragen bestaan uit hoofdstukken en afdelingen waarin allerlei
zaken zijn uitgewerkt. Sommige artikelen geven
bevoegdheidsverdelingen weer, zoals artikel 17 lid 1 die geeft de
bevoegdheden aan de Commissie.
Voor de burgers zijn materiële bepalingen belangrijker, hierin staan
hun rechten en plichten. In sommige artikelen, zoals 63 lid 1 VWEU,
staan duidelijk rechten en plichten maar in andere artikelen staat het
niet zo specifiek en zorgt meer voor een basis voor verdere regelgeving,
zoals artikel 191 VWEU.
Dit wordt dan uitgewerkt in secundaire wetgeving, wat weer via een
normale wetgevingsprocedure moet, artikel 192 lid 1 VWEU.
Secundaire wetgeving die verdragen verder uitwerken hebben
voorrang op het Verdrag. Dit wordt als volgt aangeduid, lex specialis
(bijzondere wet) gaat voor lex generalis (algemene wet).
Verordeningen In artikel 288 VWEU staat dat een verordening een algemene strekking
heeft. Dit betekent dat deze direct toepasbaar is in elke lidstaat, en
gericht is aan iedereen. Het is daarom ook niet nodig om verordeningen
om te zetten in nationale wetgeving, het is zelfs verboden.
Een voorbeeld is de wetgeving die compensatie regelt voor
luchtreizigers bij vertraging of annulering. Je bent dan niet afhankelijk
van nationale wetgeving. Zie artikel 7 lid 1.
Besluiten In artikel 288 VWEU staat dat een besluit is verbindend in al zijn
onderdelen, en als adressanten worden vermeld het alleen voor hen is.
Een besluit kan gericht zijn aan burgers of bedrijven maar ook aan één
of meerdere lidstaten.
Richtlijnen In artikel 288 VWEU staat dat een richtlijn verbindend ten aanzien van
het bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd is,