Hoofdstuk 2 – Verdragen
Verdragen die de Europese Unie vormgeven zijn:
- Het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU): geeft een overzicht van wat de Europese Unie is,
zijn instellingen, de gebieden waarop het beleid voert, en de grondbeginselen en waarden van de Unie.
- Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU of Werkingsverdrag): geeft meer
details over de beleidsterreinen, hoe zij werken en wat zij inhouden.
De 2 verdragen hebben dezelfde juridische waarden (Art. 1, derde alinea, VEU)
Daarnaast 37 protocollen en 65 verklaringen:
- Protocollen: regelen diverse onderwerpen, van het statuut van het Hof van Justitie tot bepaalde
uitzonderingen voor landen, waarvan het onhandig zou zijn ze in het verdrag zelf op te nemen. Een
protocol heeft dezelfde juridische waarde als een verdrag (art. 51 VEU)
- Verklaringen: geven een meningen of visies van landen of groepen van lidstaten over verschillende
moeilijke of gevoelige onderwerpen. De verklaringen zijn nuttig voor de interpretatie van de verdragen
Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU)
- Art. 4 lid 1: Unie heeft alleen bevoegdheid als ze die heeft gekregen. Als de Unie geen bevoegdheid
heeft gekregen mag ze niks! (Attributiebeginsel)
Art 5 VEU:
-lid1:Unie moet de bevoegdheid hebben anders mag ze niks, 2 beginselen subsidiariteit&evenredigheid
-lid2:Unie mag alleen doen wat is toebedeeld volgens de lidstaten en dit is te vinden in de Verdragen
-lid3: subsidiariteitsbeginsel: Als er sprake is van gedeelde bevoegdheden (niet de exclusieve
bevoegdheden) en de lidstaten kunnen het niet zelf, dan mag de Unie het doen.
-lid4: evenredigheidsbeginsel/proportionaliteitsbeginsel: Unie mag niet meer regelen dan wat nodig is.
Waarom zouden we dit willen? = Lidstaten allemaal eigen cultuur, burgers etc. dus
Europese Unie mag niet te veel macht krijgen!
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
Art. 2 VWEU
- lid 1: exclusieve bevoegdheid: Unie op bepaalde gebieden exclusief bevoegd en alleen de Unie in dat
geval wetgevend en juridisch verbinden wetgeving opstellen. Als de Unie de lidstaten machtigt dan
mogen de lidstaten zelf wetgeving opstellen.
- lid 2: gedeelde bevoegdheid: zowel de Unie als de lidstaten kunnen wetgeving vaststellen, maar de
lidstaten mogen dat pas als de Unie de bevoegdheid niet zelf heeft uitgeoefend. Dus als de Unie niet
zelf iets heeft besloten dan mogen de lidstaten dit doen. Of als de Unie zegt ik ga niks regelen mogen
de lidstaten het zelf doen.
- Art. 3: exclusieve bevoegdheden weergegeven
- Art. 4: gedeelde bevoegdheden weergegeven
- Art. 6: waarvoor de lidstaten zelf bevoegd zijn en de Unie ondersteund (Industrie, cultuur, toerisme,
onderwijs)
- Rechtsbasisbeginsel: Unie is niet bevoegd te handelen indien zij daartoe niet een specifieke
bevoegdheid heeft gekregen! (Bevoegdheid moet specifiek ergens zijn opgeschreven, zo niet dan niet
bevoegd!)
Primaire en secundaire wetgeving
In de EU-wetgeving is er een verschil tussen "primaire" en "secundaire" wetgeving.
- Primaire wetgeving: omvat de verdragen die de grondslag zijn voor alles wat de EU doet.
- Secundaire wetgeving: is afgeleid van de uitgangspunten en doelstellingen van de verdragen, en
omvat verordeningen, richtlijnen, besluiten en aanbevelingen. (art. 288 VWEU)
Hoofdstuk 5 – De unie als regelgever
Verdragen bevatten slechts de kaderbepalingen oftewel het raamwerk voor de Europese integratie. Om
deze integratie daadwerkelijk tot stand te brengen, is nadere regelgeving noodzakelijk.
Art. 288 VWEU = verschillende rechtsinstrumenten