De arbeidsovereenkomst van artikel 7:610 BW
Drie kenmerken van een aovk 7:610 BW
Arbeid
Loon
Gezagsverhouding (in dienst van de werkgever)
Arbeid nader bekeken
De werknemer moet zelf de afgesproken arbeid verrichten
Hij kan zich dus niet laten vervangen door een derde
Het werk moet hij dus persoonlijk verrichten
Loon art. 7:616 BW ev.
Loon = tegenprestatie voor bedongen arbeid
Niet alleen geld!
Ook kost en inwoning, auto of mobiel van de zaak, vergoedingskosten kinderopvang,
structurele kerstgratificatie, dertiende maand enz. vallen ook onder loonbegrip
Gezagsverhouding (in dienst van)
Arbeid ‘in dienst van werkgever’ verrichten = gezag
Er moet sprake zijn van ondergeschiktheid van de werknemer
Instructiebevoegdheid werkgever
Instructiebevoegdheid is een ruim begrip en wordt per situatie bepaald:
→Denk aan een arts vs. Ongeschoolde werknemer in een grote industriële onderneming.
DUS: ondanks verschillen in zogenaamde functionele omstandigheden zijn beide werknemers ex.
7:610 BW
Is er sprake van een gezagsverhouding?
Is hij in dienst? Zo ja, in hoeverre is er sprake van gezags- en instructiebevoegdheid?
Is er sprake van loon? En is er sprake van arbeid?
Alle drie de kenmerken moeten aanwezig zijn voor een arbeidsovereenkomst.
Rechtsvermoedens
Bewijsvoordeel werknemer
7:610a BW 7:610b BW
Bestaan arbeidsovereenkomst Omvang arbeidsovereenkomst
Drie kenmerken van een aovk 7:610 BW
Arbeid
Loon
Gezagsverhouding (in dienst van de werkgever)
Arbeid nader bekeken
De werknemer moet zelf de afgesproken arbeid verrichten
Hij kan zich dus niet laten vervangen door een derde
Het werk moet hij dus persoonlijk verrichten
Loon art. 7:616 BW ev.
Loon = tegenprestatie voor bedongen arbeid
Niet alleen geld!
Ook kost en inwoning, auto of mobiel van de zaak, vergoedingskosten kinderopvang,
structurele kerstgratificatie, dertiende maand enz. vallen ook onder loonbegrip
Gezagsverhouding (in dienst van)
Arbeid ‘in dienst van werkgever’ verrichten = gezag
Er moet sprake zijn van ondergeschiktheid van de werknemer
Instructiebevoegdheid werkgever
Instructiebevoegdheid is een ruim begrip en wordt per situatie bepaald:
→Denk aan een arts vs. Ongeschoolde werknemer in een grote industriële onderneming.
DUS: ondanks verschillen in zogenaamde functionele omstandigheden zijn beide werknemers ex.
7:610 BW
Is er sprake van een gezagsverhouding?
Is hij in dienst? Zo ja, in hoeverre is er sprake van gezags- en instructiebevoegdheid?
Is er sprake van loon? En is er sprake van arbeid?
Alle drie de kenmerken moeten aanwezig zijn voor een arbeidsovereenkomst.
Rechtsvermoedens
Bewijsvoordeel werknemer
7:610a BW 7:610b BW
Bestaan arbeidsovereenkomst Omvang arbeidsovereenkomst