Valkenburg en Piotrowski (2017)
De Wolff & Van Ijzerdoorn (1997)
Smetana, Robinson & Rone (2014)
Van der Graaff, Carlo, Crocetti, Koot & Branje (2018)
Berns (2017)
Valkenburg & Piotrowski (2017) Plugged in: How media attracts and affect
youth (H6 93-95 & H13 218-243)
1. Veranderingen in late adolescentie:
- Peers blijven belangrijk, maar band met ouders verbeterd en wordt gelijkwaardiger
- Kwaliteit van vriendschappen wordt belangrijker (vroege adolescentie is aantal belangrijker)
- Minder onderdeel van kliekjes en groepen -> ervaren minder groepsdruk -> individueel
verschillend
- Romantische relaties ontstaan
- Verschuiving richting meer autonomie-> via ontdekking van identiteit, intimiteit, sexualiteit
en introspection (= eigen ervaringen en emoties onderzoeken, voornamelijk meisjes. Bv met
dagboek of blog)-> introspection verbeterd zelfvertrouwen.
- Vaak eerste ervaring met seks -> lagere educatie zijn vaak jonger, hogere educatie beginnen
later. Religieus -> later
2. Mogelijkheden van social media: Wat maakt social media aantrekkelijk?
, 3. Om autonomie goed te ontwikkelen moeten twee taken voldaan worden:
1. Self-presentation= aspecten van je identiteit laten zien binnen normatieve standaarden van een
bepaalde groep.
2. Self-disclosure= Het delen van intieme informatie binnen normatieve standaarden van een bepaalde
groep. -> norm is wederkerigheid
Oefenen is nodig om de taken goed te beheersen.
Social media helpt bij de ontwikkeling van self-disclosure en self-presentation. Voorkeur
omdat adolescenten gevoel van controle hebben (of illusie).= belangrijk voor behoefte
autonomie -> meer zelfverzekerd op social media dan offline.
4. Hoe geeft social media gevoel van controle?
- Privacy paradox= informatieve privacy wordt verminderd -> psychologische controle wordt
vergroot
- Asynchronisatie (wachten met posten van foto) & synchronisatie (snapchatfoto’s zijn maar
paar sec. zichtbaar)
- Anonimiteit-> illusie van controle en veiligheid -> vergroot de kans dat persoonlijke
informatie gedeeld wordt.
- Cue manageability= Adolescent heeft de keuze wat hij/zij laat zien of horen. -> keuze in self-
presentation.
- Toegankelijkheid van informatie-> info over identiteit, intimiteit en sexualiteit.
- Scalability= adolescent kan publiek zelf kiezen.
- Replicability & retrievability-> delen, zelf bepalen wanneer je reageert.
5. Theorieën van social media effecten:
- CMC theorieën -> vergelijking tussen digitale relaties en face-to-face relaties-> weinig
nonverbaal en anonimiteit is hoog. -> textueel
- Web 2.0 theorieën (facebook, instagram, snapchat) -> textueel en audiovisueel -> CMC
minder relevant
In beide theorieën wordt vaak vergeten dat gebruikers tegelijkertijd ontvangers en zenders
kunnen zijn.
Tegenwoordig zijn de consumenten ook de producenten -> “prosumers”
In beide theorieën weinig aandacht dat media content zowel effect heeft op ontvangers als
zenders.-> “Expression effect” (= de zender internaliseerd gedrag of overtuigingen, zodat zelf-