HC Burgerlijke Procesrecht
Week 1 – Bewijsrecht
Sluis van het geding, verhouding rechter en procespartijen
Introductie bewijsrecht
‘Core business’
• Voor partijen/advocaten
• Rechters hoe zit het civielrechtelijk, welke regels van toepassing,
waar gaat het om, wat hebben partijen afgesproken, was er een
contract of precontractuele fase?
Afdeling 1.2.9 Rv (art. 149 e.v.) = huidig wettelijke regels van
bewijsrecht (1988)
Gescheidenis Bewijsrecht
Bewijsrecht stond voorheen in het BW. Het werd langzaam overgeheveld
naar rechtsvordering. Er is een belangrijk verband tussen het materiële
recht en het bewijsrecht schakel tussen BW en Rv. 1911: professor
bewijsrecht thuis in Rv en niet in BW.
1969: wetsvoorstel en in 1988: huidig bewijsrecht ingrijpend herzien.
Wetsvoorstel vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
• Ingediend: juni 2020
• Kamerstukken 35 498
Bewijs en bewijsovereenkomst
Begrip Bewijzen = verificatie van specifieke en in proces verkregen
informatie
- Civiel bewijsrecht 2020, nr. 2
- Wanneer is iets bewezen? Benodigde mate van zekerheid hangt
af van mate van ingrijpendheid van gevolgen van beslissing
Begrijp Bewijsovereenkomst =
- Art. 153 Rv: regels van bewijsrecht zijn grotendeels van regelend
recht. Partijen kunnen op basis daarvan afspraken maken waarbij de
kunnen afwijken van de wettelijke regeling.
- Van tevoren grip hoe procedure gaat verlopen.
- Draait om het bewijsrisico afwijkend bewijslast,
bewijsmiddelen buiten toepassing laten of slechts bepaalde
bewijsmiddelen gebruiken.
- Art. 6:236 sub k BW: bewijsafspraak
Bewijsafspraken figureren op de zwarte lijst = onredelijk bezwarend
- Bijv. administratie van gebruiker AV levert bewijs op van saldo
van bankrekening.
- Boekhouderclausule valt niet onder art. 6:236 sub k BW bij
onbeperkte mogelijkheid tot tegenbewijs voor rekeninghouder.
,Rv zegt je mag afwijken van bewijsrecht, maar BW kent specifieke
regelingen over boekenclausules met onbeperkte mogelijkheid tot
tegenbewijs.
Bewijsafspraken slagen niet altijd art. 153 Rv:
• Bewijsovk geen rechtsgevolgen treffen die niet ter vrije bepaling van
partijen staat.
Bijv. alleen bewijs per geschrift derdenbelangen in het geding.
Rv kan afwijken toestaan,
Bewijsrecht draait om 4 vragen:
1. Wanneer ga je iets bewijzen? = opdragen bewijs
2. Welke partijen moeten bewijzen?
3. Hoe moeten partijen bewijzen? Welke middelen? = leveren bewijs
4. Hoe ga je het waarderen? = waarderen bewijs
Opdragen bewijs = rechter
Leveren bewijs = partijen
Waarderen bewijs = rechter (art. 152 lid 2 Rv)
Verhouding rechter en partijen
• Partij-autonomie
= Het is aan partijen om feiten te stellen en zo nodig te bewijzen.
- Partijen die bepalen of dagvaarding wordt uitgebracht (art. 111 Rv)
- Niet of onbetwiste feiten moet rechter als
• Lijdelijkheid burgerlijke rechter
- In uitgangspunt = civiele rechter lijdelijk, maar feitelijk is civiele
rechter behoorlijk actief (opties tot actief ingrijpen).
- Art. 149 Rv: autonomie van partijen bij bewijsvoering rechter
alleen aan zijn beslissing ten grondslag leggen die feiten die in het
geding ter kennis zijn gekomen of zijn gesteld.
Partijen voeren de feiten aan en rechter past het recht toe.
Rechter kan ambtshalve de rechtsgronden aanvullen.
Ius curia novid = rechter wordt geacht het geldende, positieve recht te
kennen.
- Het objectieve recht hoeft niet bewezen te worden.
- Verzoek tot voorlichting over het recht is wel mogelijk, bijv. bij
buitenlands recht (art. 67 & 68 Rv)
• Informatieplicht (art. 22 Rv)
• Inlichtingenplicht (art. 21 Rv) = algehele informatieplicht voor partijen,
partijen moeten in beginsel de relevante feiten volledig en naar
waarheid aanvoeren.
Hetgeen wat je zegt moet wel waar zijn anders rechter conclusie
trekken die hij gerade acht.
• In beginsel rechter lijdelijk, maar diverse ‘ambtshalve bevoegdheden’:
- Openlegging o.m. boeken en bescheiden
- Getuigenverhoor
, - Deskundigenbericht
Art. 149 Rv: feiten of rechten
Art. 149 Rv = ‘de sluis van het geding’ rechter beslist alleen op basis
van datgene wat partijen hebben aangevoerd in het geding.
In het geding:
HR 18 december 1987, NJ1988/679 (Schook/Vergeer)
Mondelinge huurovk. Schook neemt als nieuwe huurder de huurovk van
vergeer over.
Vraag is of er sprake is van huur van bedrijfsruimte of woonruimte?
Art. 7:290 BW (materieelrechtelijk regime)
Rechter gebruikt wat hij zelf heeft waargenomen (namelijk een gesloten
rolluik) voor zijn eigen materieelrechtelijke oordeel. Rechter ging daar op
eigen initiatief langs.
HR: rechtbank heeft aan zijn beslissing een gegeven ten grondslag gelegd
dat niet van algemene bekendheid is strijd met hoor en wederhoor.
Door niet officiële bezichtiging is er gebruik gemaakt van een feit waar
partijen zich niet over hebben kunnen uitlaten.
Achterliggende gedachte: partijen moeten kans krijgen zich uit te laten
door middel van een decente (plaatsopneming dmv formele regeling),
maar niet op eigen gelegenheid.
HR 27 maart 1987, NJ 1988/130 (De Samenwerking/Geerlings)
Pensioenfonds verhuurt bedrijfsruimte aan Geerlings en verzoek
kantonrechter huurprijs nader vast te stellen.
Kantonrechter vraagt bedrijfshuuradviescommissie wat de huurprijs zou
moeten zijn.
Onderzoek naar gebruikelijke en redelijke huur, maar verhuurders willen
niet dat huurprijzen in die buurt algemeen bekend worden. Advies
uitbrengen aan de rechter, maar mogen niet zeggen wat huurprijzen in
omgeving zijn. Oplossing = alleen advies aan de rechter en niet aan
partijen. Partijen hebben geen inzage.
HR: Partijen hebben geen kans gehad om zich uit te laten over deze
stukken. Dit advies en deze stukken kunnen niet gebruikt worden in de
procedure. Geen voorwerp van het processuele debat. Partijen hebben
zich er niet over kunnen uitlaten.
HR 2 mei 1997, NJ 1998/315 (Hoogenboom/Van Seggelen)
Van Seggelen kan alleen bij de openbare weg komen door gebruik te
maken van de grond van Hoogenboom. Na kortgeding volgt een
bodemprocedure bij het Hof.
In bodemprocedure bevindt zich geen kadastrale kaart of situering van het
geschil. In kortgeding stukken zijn die wel te vinden. Die informatie
gebruikt het hof ambtshalve voor hun beslissing in de zaak.
HR: Het hof heeft art. 149 Rv geschonden. Eerst kort geding en daarna
tussen exact zelfde partijen een bodemprocedure, dan mag de rechter de
feiten die zijn aangevoerd in het kort geding later niet zonder meer
gebruiken in de bodemprocedure. Alle processtukken uit het kort geding
dienen ook in de bodemprocedure in het geding te worden gebracht.
, Rechter mag niet zomaar de feiten uit ene dossier gebruiken om het
andere dossier te beslechten. Dit volgt uit de parlementaire geschiedenis
van het huidige bewijsrecht en een aantal uitspraken. Dan is het namelijk
niet ‘in het geding’.
Voorlopige voorziening (art. 223 Rv) = geen kort geding procedure
- In en tijdens een aanhangige procedure
- Feiten die zijn aangevoerd in voorlopige voorziening krachtens art.
223 Rv mogen zeer waarschijnlijk ook gebruikt worden in het kader
van een bodem, want het gaat om één en hetzelfde geding.
Betwist
Bewijzen speelt pas een rol bij feiten die voldoende zijn betwist.
- Niet of onvoldoende betwiste feiten moet de rechter als vaststaand
aannemen.
- Geen bewijslevering voor vaststaande feiten.
Vanuit perspectief van gedaagde goed dagvaarding nalopen; welke
feiten eiser heeft gesteld en welke feiten gedaagde van tafel wil gooien
door scherp te betwisten.
- Er dient voldoende gemotiveerd betwist worden.
Uitzondering: Hoofdregel geldt niet, als rechtsgevolgen niet ter vrije
bepaling van partijen staat (dwingend recht). Kunnen niet door niet
betwisting recht worden.
- Uitgangspunt = partijen hebben contractsvrijheid en vrijheden om te
procederen, maar niet ongelimiteerd.
- Niet door systeem van niet betwisting dwingend recht kunnen
omzeilen.
- Regels kunnen niet door niet-betwisting zomaar worden omzeild.
- Bepaalde kwesties met soort openbare orde karakter.
Art. 149 Rv
1. ‘In de sluis van het geding’ = gesteld zijn
2. Voldoende gemotiveerd betwist zijn
3. Feiten van algemene bekendheid & algemene ervaringsregels
Feiten of subjectieve rechten die niet gesteld behoeven te worden
Geen bewijs nodig, rechter naar kijken zelfs zonder dat ze zijn gesteld:
Rechter vult geen feiten aan, muv art. 149 Rv
1. Feiten van algemene bekendheid
= Feiten die ieder normaal ontwikkeld mens kent of behoort te
kennen.
2. Algemene ervaringsregels
3. Processuele feiten
= Feiten die rechter zelf in het geding ziet
HR NJ 1992/600
Week 1 – Bewijsrecht
Sluis van het geding, verhouding rechter en procespartijen
Introductie bewijsrecht
‘Core business’
• Voor partijen/advocaten
• Rechters hoe zit het civielrechtelijk, welke regels van toepassing,
waar gaat het om, wat hebben partijen afgesproken, was er een
contract of precontractuele fase?
Afdeling 1.2.9 Rv (art. 149 e.v.) = huidig wettelijke regels van
bewijsrecht (1988)
Gescheidenis Bewijsrecht
Bewijsrecht stond voorheen in het BW. Het werd langzaam overgeheveld
naar rechtsvordering. Er is een belangrijk verband tussen het materiële
recht en het bewijsrecht schakel tussen BW en Rv. 1911: professor
bewijsrecht thuis in Rv en niet in BW.
1969: wetsvoorstel en in 1988: huidig bewijsrecht ingrijpend herzien.
Wetsvoorstel vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
• Ingediend: juni 2020
• Kamerstukken 35 498
Bewijs en bewijsovereenkomst
Begrip Bewijzen = verificatie van specifieke en in proces verkregen
informatie
- Civiel bewijsrecht 2020, nr. 2
- Wanneer is iets bewezen? Benodigde mate van zekerheid hangt
af van mate van ingrijpendheid van gevolgen van beslissing
Begrijp Bewijsovereenkomst =
- Art. 153 Rv: regels van bewijsrecht zijn grotendeels van regelend
recht. Partijen kunnen op basis daarvan afspraken maken waarbij de
kunnen afwijken van de wettelijke regeling.
- Van tevoren grip hoe procedure gaat verlopen.
- Draait om het bewijsrisico afwijkend bewijslast,
bewijsmiddelen buiten toepassing laten of slechts bepaalde
bewijsmiddelen gebruiken.
- Art. 6:236 sub k BW: bewijsafspraak
Bewijsafspraken figureren op de zwarte lijst = onredelijk bezwarend
- Bijv. administratie van gebruiker AV levert bewijs op van saldo
van bankrekening.
- Boekhouderclausule valt niet onder art. 6:236 sub k BW bij
onbeperkte mogelijkheid tot tegenbewijs voor rekeninghouder.
,Rv zegt je mag afwijken van bewijsrecht, maar BW kent specifieke
regelingen over boekenclausules met onbeperkte mogelijkheid tot
tegenbewijs.
Bewijsafspraken slagen niet altijd art. 153 Rv:
• Bewijsovk geen rechtsgevolgen treffen die niet ter vrije bepaling van
partijen staat.
Bijv. alleen bewijs per geschrift derdenbelangen in het geding.
Rv kan afwijken toestaan,
Bewijsrecht draait om 4 vragen:
1. Wanneer ga je iets bewijzen? = opdragen bewijs
2. Welke partijen moeten bewijzen?
3. Hoe moeten partijen bewijzen? Welke middelen? = leveren bewijs
4. Hoe ga je het waarderen? = waarderen bewijs
Opdragen bewijs = rechter
Leveren bewijs = partijen
Waarderen bewijs = rechter (art. 152 lid 2 Rv)
Verhouding rechter en partijen
• Partij-autonomie
= Het is aan partijen om feiten te stellen en zo nodig te bewijzen.
- Partijen die bepalen of dagvaarding wordt uitgebracht (art. 111 Rv)
- Niet of onbetwiste feiten moet rechter als
• Lijdelijkheid burgerlijke rechter
- In uitgangspunt = civiele rechter lijdelijk, maar feitelijk is civiele
rechter behoorlijk actief (opties tot actief ingrijpen).
- Art. 149 Rv: autonomie van partijen bij bewijsvoering rechter
alleen aan zijn beslissing ten grondslag leggen die feiten die in het
geding ter kennis zijn gekomen of zijn gesteld.
Partijen voeren de feiten aan en rechter past het recht toe.
Rechter kan ambtshalve de rechtsgronden aanvullen.
Ius curia novid = rechter wordt geacht het geldende, positieve recht te
kennen.
- Het objectieve recht hoeft niet bewezen te worden.
- Verzoek tot voorlichting over het recht is wel mogelijk, bijv. bij
buitenlands recht (art. 67 & 68 Rv)
• Informatieplicht (art. 22 Rv)
• Inlichtingenplicht (art. 21 Rv) = algehele informatieplicht voor partijen,
partijen moeten in beginsel de relevante feiten volledig en naar
waarheid aanvoeren.
Hetgeen wat je zegt moet wel waar zijn anders rechter conclusie
trekken die hij gerade acht.
• In beginsel rechter lijdelijk, maar diverse ‘ambtshalve bevoegdheden’:
- Openlegging o.m. boeken en bescheiden
- Getuigenverhoor
, - Deskundigenbericht
Art. 149 Rv: feiten of rechten
Art. 149 Rv = ‘de sluis van het geding’ rechter beslist alleen op basis
van datgene wat partijen hebben aangevoerd in het geding.
In het geding:
HR 18 december 1987, NJ1988/679 (Schook/Vergeer)
Mondelinge huurovk. Schook neemt als nieuwe huurder de huurovk van
vergeer over.
Vraag is of er sprake is van huur van bedrijfsruimte of woonruimte?
Art. 7:290 BW (materieelrechtelijk regime)
Rechter gebruikt wat hij zelf heeft waargenomen (namelijk een gesloten
rolluik) voor zijn eigen materieelrechtelijke oordeel. Rechter ging daar op
eigen initiatief langs.
HR: rechtbank heeft aan zijn beslissing een gegeven ten grondslag gelegd
dat niet van algemene bekendheid is strijd met hoor en wederhoor.
Door niet officiële bezichtiging is er gebruik gemaakt van een feit waar
partijen zich niet over hebben kunnen uitlaten.
Achterliggende gedachte: partijen moeten kans krijgen zich uit te laten
door middel van een decente (plaatsopneming dmv formele regeling),
maar niet op eigen gelegenheid.
HR 27 maart 1987, NJ 1988/130 (De Samenwerking/Geerlings)
Pensioenfonds verhuurt bedrijfsruimte aan Geerlings en verzoek
kantonrechter huurprijs nader vast te stellen.
Kantonrechter vraagt bedrijfshuuradviescommissie wat de huurprijs zou
moeten zijn.
Onderzoek naar gebruikelijke en redelijke huur, maar verhuurders willen
niet dat huurprijzen in die buurt algemeen bekend worden. Advies
uitbrengen aan de rechter, maar mogen niet zeggen wat huurprijzen in
omgeving zijn. Oplossing = alleen advies aan de rechter en niet aan
partijen. Partijen hebben geen inzage.
HR: Partijen hebben geen kans gehad om zich uit te laten over deze
stukken. Dit advies en deze stukken kunnen niet gebruikt worden in de
procedure. Geen voorwerp van het processuele debat. Partijen hebben
zich er niet over kunnen uitlaten.
HR 2 mei 1997, NJ 1998/315 (Hoogenboom/Van Seggelen)
Van Seggelen kan alleen bij de openbare weg komen door gebruik te
maken van de grond van Hoogenboom. Na kortgeding volgt een
bodemprocedure bij het Hof.
In bodemprocedure bevindt zich geen kadastrale kaart of situering van het
geschil. In kortgeding stukken zijn die wel te vinden. Die informatie
gebruikt het hof ambtshalve voor hun beslissing in de zaak.
HR: Het hof heeft art. 149 Rv geschonden. Eerst kort geding en daarna
tussen exact zelfde partijen een bodemprocedure, dan mag de rechter de
feiten die zijn aangevoerd in het kort geding later niet zonder meer
gebruiken in de bodemprocedure. Alle processtukken uit het kort geding
dienen ook in de bodemprocedure in het geding te worden gebracht.
, Rechter mag niet zomaar de feiten uit ene dossier gebruiken om het
andere dossier te beslechten. Dit volgt uit de parlementaire geschiedenis
van het huidige bewijsrecht en een aantal uitspraken. Dan is het namelijk
niet ‘in het geding’.
Voorlopige voorziening (art. 223 Rv) = geen kort geding procedure
- In en tijdens een aanhangige procedure
- Feiten die zijn aangevoerd in voorlopige voorziening krachtens art.
223 Rv mogen zeer waarschijnlijk ook gebruikt worden in het kader
van een bodem, want het gaat om één en hetzelfde geding.
Betwist
Bewijzen speelt pas een rol bij feiten die voldoende zijn betwist.
- Niet of onvoldoende betwiste feiten moet de rechter als vaststaand
aannemen.
- Geen bewijslevering voor vaststaande feiten.
Vanuit perspectief van gedaagde goed dagvaarding nalopen; welke
feiten eiser heeft gesteld en welke feiten gedaagde van tafel wil gooien
door scherp te betwisten.
- Er dient voldoende gemotiveerd betwist worden.
Uitzondering: Hoofdregel geldt niet, als rechtsgevolgen niet ter vrije
bepaling van partijen staat (dwingend recht). Kunnen niet door niet
betwisting recht worden.
- Uitgangspunt = partijen hebben contractsvrijheid en vrijheden om te
procederen, maar niet ongelimiteerd.
- Niet door systeem van niet betwisting dwingend recht kunnen
omzeilen.
- Regels kunnen niet door niet-betwisting zomaar worden omzeild.
- Bepaalde kwesties met soort openbare orde karakter.
Art. 149 Rv
1. ‘In de sluis van het geding’ = gesteld zijn
2. Voldoende gemotiveerd betwist zijn
3. Feiten van algemene bekendheid & algemene ervaringsregels
Feiten of subjectieve rechten die niet gesteld behoeven te worden
Geen bewijs nodig, rechter naar kijken zelfs zonder dat ze zijn gesteld:
Rechter vult geen feiten aan, muv art. 149 Rv
1. Feiten van algemene bekendheid
= Feiten die ieder normaal ontwikkeld mens kent of behoort te
kennen.
2. Algemene ervaringsregels
3. Processuele feiten
= Feiten die rechter zelf in het geding ziet
HR NJ 1992/600