Stap 1: werk alle relevante begrippen uit. Het gaat om partijen die in beroep willen gaan
tegen besluit van een BO. Beter te veel dan te weinig uitwerken!
Belanghebbende (Art. 1:2 Awb)
Om in beroep te gaan tegen een besluit bij de bestuursrechter moet er ten eerste sprake zijn
van een belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb. We maken een onderscheid tussen een
normadressaat en een niet-normadressaat. Een normadressaat is degene aan wie het besluit
is gericht (rechstreeks). Degene die een brief ter mededeling van een beschikking ontvangt is
de normadressaat, m.a.w. de persoon wiens rechtspositie veranderd door een beschikking.
Indien er sprake is van een niet-normadressaat moet worden voldaan aan de OPERA criteria.
Voor een natuurlijk persoon moet worden voldaan aan alle vijf opera criteria. Voor een
rechtspersoon (art. 1:2 lid 3 Awb) maken we nog een onderscheid tussen een rechtspersoon
opkomend voor een collectief belang of opkomend voor een algemeen belang.
I. Indien het een collectief belang betreft gaat het om een bundeling van individuele
belangen. Relevant hierbij is het arrest ABRvS Belangenvereniging Indische Buurt, r.o. 2.1.3.
Er wordt geen bijzonder gewicht toegekend aan verrichte feitelijke werkzaamheden van de
belangenvereniging. Een rechtspersoon die opkomt voor een collectief belang kan ‘zonder
meer’ worden geacht belanghebbend te zijn. De enige voorwaarde is dat één van de
gebundelde belangen voldoet aan de OPERA criteria (= vaak buurtverenigingen, werk altijd
het belang van één of meer buurtbewoners uit).
II. Indien er sprake is van een rechtspersoon die opkomt voor een algemeen belang moet de
rechtspersoon een belang behartigen dat voldoende specifiek omschreven is in de statutaire
doelstellingen van de rechtspersoon (geografische en functionele afbakeningen). Ten
tweede moet dit belang ook blijken uit feitelijke werkzaamheden. Relevant hierbij is het
arrest ABRvS Stichting Openbare Ruimte. Hierin is bepaald dat deze feitelijke
werkzaamheden niet enkel mogen bestaan uit procederen, of voorbereidende handelingen
bij procederen. Uit het arrest ABRvS (MOB) vloeit voort dat feitelijke werkzaamheden die
langer dan een jaar geleden zijn uitgevoerd ook meegenomen kunnen worden bij het
toetsen van feitelijke werkzaamheden. Werk dat wordt verricht voor derden kan niet
meegenomen worden.
De OPERA-criteria: Objectief, persoonlijk, eigen, rechtstreeks (ook wel direct) en actueel.
Geef de meeste aandacht in je uitwerking aan het punt waarop je kritisch moet zijn.
1.Objectief: niet objectief te bepalen belangen vinden zich vaak in spirituele of sentimentele
kringen.
2. Persoonlijk: Een individu moet zich onderscheiden van de amorfe masse. Twee methoden
o.g.v. jurisprudentie:
Als het gaat om persoonlijke belangen in de fysieke leefomgeving: ABRvS Mestbassin
Mechelen. Aan dit vereiste is voldaan, indien in de woning (leefomgeving) ‘gevolgen
van enige betekenis’ kunnen worden ondervonden.
Als het gaat om een concurrentiebelang (vaak eigenaren van twee bedrijven): ABRvS
Minicamping de Heksenketel. 1) vaststellen van concurrentiebelang; bedrijven
moeten in hetzelfde marktsegment (functioneel) en hetzelfde verzorgingsgebied
tegen besluit van een BO. Beter te veel dan te weinig uitwerken!
Belanghebbende (Art. 1:2 Awb)
Om in beroep te gaan tegen een besluit bij de bestuursrechter moet er ten eerste sprake zijn
van een belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb. We maken een onderscheid tussen een
normadressaat en een niet-normadressaat. Een normadressaat is degene aan wie het besluit
is gericht (rechstreeks). Degene die een brief ter mededeling van een beschikking ontvangt is
de normadressaat, m.a.w. de persoon wiens rechtspositie veranderd door een beschikking.
Indien er sprake is van een niet-normadressaat moet worden voldaan aan de OPERA criteria.
Voor een natuurlijk persoon moet worden voldaan aan alle vijf opera criteria. Voor een
rechtspersoon (art. 1:2 lid 3 Awb) maken we nog een onderscheid tussen een rechtspersoon
opkomend voor een collectief belang of opkomend voor een algemeen belang.
I. Indien het een collectief belang betreft gaat het om een bundeling van individuele
belangen. Relevant hierbij is het arrest ABRvS Belangenvereniging Indische Buurt, r.o. 2.1.3.
Er wordt geen bijzonder gewicht toegekend aan verrichte feitelijke werkzaamheden van de
belangenvereniging. Een rechtspersoon die opkomt voor een collectief belang kan ‘zonder
meer’ worden geacht belanghebbend te zijn. De enige voorwaarde is dat één van de
gebundelde belangen voldoet aan de OPERA criteria (= vaak buurtverenigingen, werk altijd
het belang van één of meer buurtbewoners uit).
II. Indien er sprake is van een rechtspersoon die opkomt voor een algemeen belang moet de
rechtspersoon een belang behartigen dat voldoende specifiek omschreven is in de statutaire
doelstellingen van de rechtspersoon (geografische en functionele afbakeningen). Ten
tweede moet dit belang ook blijken uit feitelijke werkzaamheden. Relevant hierbij is het
arrest ABRvS Stichting Openbare Ruimte. Hierin is bepaald dat deze feitelijke
werkzaamheden niet enkel mogen bestaan uit procederen, of voorbereidende handelingen
bij procederen. Uit het arrest ABRvS (MOB) vloeit voort dat feitelijke werkzaamheden die
langer dan een jaar geleden zijn uitgevoerd ook meegenomen kunnen worden bij het
toetsen van feitelijke werkzaamheden. Werk dat wordt verricht voor derden kan niet
meegenomen worden.
De OPERA-criteria: Objectief, persoonlijk, eigen, rechtstreeks (ook wel direct) en actueel.
Geef de meeste aandacht in je uitwerking aan het punt waarop je kritisch moet zijn.
1.Objectief: niet objectief te bepalen belangen vinden zich vaak in spirituele of sentimentele
kringen.
2. Persoonlijk: Een individu moet zich onderscheiden van de amorfe masse. Twee methoden
o.g.v. jurisprudentie:
Als het gaat om persoonlijke belangen in de fysieke leefomgeving: ABRvS Mestbassin
Mechelen. Aan dit vereiste is voldaan, indien in de woning (leefomgeving) ‘gevolgen
van enige betekenis’ kunnen worden ondervonden.
Als het gaat om een concurrentiebelang (vaak eigenaren van twee bedrijven): ABRvS
Minicamping de Heksenketel. 1) vaststellen van concurrentiebelang; bedrijven
moeten in hetzelfde marktsegment (functioneel) en hetzelfde verzorgingsgebied