Motorische ontwikkeling
Normale motorische ontwikkeling – HC1
De opvatting over het kind bepaalt voor een groot deel de benadering van het kind.
Wat is ontwikkeling?
= veranderingen in gedrag die samenhangen met de leeftijd (maanden/jaren), door exogene
invloeden
- Relatief permanente veranderingen over de leeftijd
- Lichamelijke groei
- Leren van nieuwe vaardigheden
o Ligt erg aan de tijd waarin je bent geboren
- Gedrag aanpassen aan verschillende contexten
- Kunnen oplossen van niet eerder op te lossen problemen
- Een irreversibel en onomkeerbaar proces
Wat is leren?
= gedragsveranderingen treden op in korte tijdspanne (minuten/uren), door exogene invloeden
- Leren van nieuwe vaardigheden
- Gedrag aanpassen aan verschillende contexten
- Kunnen oplossen van niet eerder op te lossen problemen
Tentamenvraag : beargumenteer waarom dit ontwikkeling is en niet leren.
Waarom is motorische ontwikkeling zo belangrijk?
- De fysieke, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling hebben ook invloed op elkaar en
ontwikkelen zich niet los van elkaar
- Motoriek heeft invloed op de cognitie sporten zorgt voor een betere cognitie
- Er is een verband tussen motoriek/fitheid en schoolse vaardigheden
- Motoriek is ondersteunend voor wat je vertelt handgebaren
Cognitieve (leer)prestaties (executieve functies)
Cognitieve functies
- Aandacht
o Selectief
o Volgehouden
o Dubbeltaak volgehouden
o Controle
- Taakswitchen
- Respons inhibitie
Kost veel energie van kinderen
- Geheugen
o Korte termijn geheugen
o Werkgeheugen
o Lange termijn geheugen
- Concentratie
,- Taal
Bewegingsonderwijs is in de loop van de jaren uit het onderwijs verdwenen
- Er is meer aandacht voor schoolse vaardigheden
- Leerlingen zitten veel stil en bewegen steeds minder
- Effecten van dit beleid zijn niet groot
- Onderzoek naar effect van bewegen op cognitie
Wat zijn de elementen van het motorisch systeem?
- Vesalius een van de eerste westerse wetenschappers die de menselijke anatomie
bestudeerde door echte menselijke lijken te ontleden
- Grove indeling in neurale structuren van perifeer naar centraal
o Spieren contractiele elementen
Spieren zorgen ervoor dat de gewrichten kunnen bewegen
o Ruggenmerg verbinding tussen spieren en hersenen
o Subcorticaal
basale ganglia (o.a. remmen van bewegingen)
Cerebellum (o.a. timing van bewegingen)
o Corticaal meerdere gebieden
Hoe kunnen motoriek en de ontwikkeling ervan vastleggen?
Van observatie naar nauwkeurige registratie
Van foto’s via projectie naar film
Normale motorische ontwikkeling – HC2
Vijf invloedrijke ontwikkelingstheorieën
- Nativistische benadering ontwikkeling wordt bepaald door genen, geen invloed van de
omgeving
- Empiristische benadering alles wordt bepaald door de omgeving
- Interactionistische benadering ontwikkeling wordt zowel bepaald door genen als omgeving
- Psychodynamische benadering
- Theorie van non-lineaire dynamische systemen
Nativistische benadering
- Ontwikkeling bestaat uit een invariante sequentie van gedragsniveaus (rijping)
- Niveaus (stadia, fasen, stappen) worden automatisch bereikt (mits er geen sprake is van extreme
omgevingsinvloeden zoals hongersnood)
- Twee opvattingen:
o Preformistische opvatting
bij geboorte is alles aanwezig en eindstadium is gedefinieerd
Ontwikkeling is uitgroei/ontplooiing
Beperkt aantal ontwikkelingsfasen
Volgorde fasen ligt vooraf vast
Kwantitatieve veranderingen, maar er komt niets nieuws bij
o Predeterministische opvatting
Bij geboorte grondplan van fasevolgorde, maar niet in alles aanwezig (blauwdruk)
Ontwikkeling is differentiatie (ontstaan van 2 of meer gedragingen uit 1 voorafgaande)
, Er ontstaan nieuw structuren, er vindt uitbreiding plaats
Opeenvolging van fasen die kwalitatief verschillen
- Belangrijkste kenmerken nativisme:
o Ontwikkeling wordt verklaard door aangeboren endogene invloeden
o Ontwikkeling is grotendeel onafhankelijk van exogene invloeden
o Ontwikkeling gaat voor alle individuen in een gelijke volgorde van ontwikkelingsfasen of -
stadia die autonoom worden bereikt
o Rijping is de meest aangeduide endogene component (biologische veranderingen worden
door erfelijke factoren bepaald)
Rijpingstheorie: belangrijke onderzoekers
- Myrtle McGraw
o Er vinden allerlei dingen in het lichaam plaats die wij niet kunnen zien nadruk op
endogene factoren
- Arnold Gesell
o Rijping verwijst naar die fasen en producten van groei die geheel of voornamelijk zijn toe te
schrijven aan aangeboren en endogene factoren
- Uitgangspunten rijpingstheorie
o De neurale groei is autonoom en wordt niet beïnvloed door omgevingsstimulatie
o Gedrag weerspiegelt onderliggende neurologische structuren
o Leermechanismen ook onder invloed van rijping
Oudere theorie: de recapitulatie-hypothese
- Ernst Haeckel
- De ontogenese is een recapitulatie van de fylogenese = de ontwikkeling van het individu is een
versnelde herhaling van de ontwikkeling van diersoorten
o Dus een organisme doorloopt tijdens zijn embryonale ontwikkeling tot de uiteindelijke
volwassen vorm (= ontogenie) alle stadia van zijn evolutie (= fylogenie)
- Prenatale ontwikkeling (ontogenese) is een versnelde herhaling (recapitulatie) van de
ontwikkeling van de diersoorten (fylogenese)
- Postnatale ontwikkeling is een versnelde herhaling van de ontwikkeling van de menselijke
soort
Mogelijke beperkingen van nativisme
- Relativering van de noodzakelijke vaste fase volgorde
o Fasen worden soms overgeslagen
o Fasen treden in andere volgorde op
o Er zitten nog fasen tussen de vastgestelde fase volgorden
Er zijn dus individuele verschillen bij kinderen
- Noodzakelijke oorzaak oorzaak zonder welke de ontwikkeling niet kan plaatsvinden
o Leidt het onthouden van omgevingsstimulatie tot een vertraagde ontwikkeling? (deprivatie
onderzoek)
- Voldoende oorzaak oorzaak dankzij welke de ontwikkeling kan plaatsvinden
o Versnelt extra omgevingsstimulatie de ontwikkeling? (training onderzoek)
- Ook de omgeving heeft invloed (empirisme): de effecten van training
- Resultaten zijn vaak verkregen op basis van cross-sectioneel onderzoek, en niet op basis van
longitudinaal onderzoek methodologische beperking
Normale motorische ontwikkeling – HC1
De opvatting over het kind bepaalt voor een groot deel de benadering van het kind.
Wat is ontwikkeling?
= veranderingen in gedrag die samenhangen met de leeftijd (maanden/jaren), door exogene
invloeden
- Relatief permanente veranderingen over de leeftijd
- Lichamelijke groei
- Leren van nieuwe vaardigheden
o Ligt erg aan de tijd waarin je bent geboren
- Gedrag aanpassen aan verschillende contexten
- Kunnen oplossen van niet eerder op te lossen problemen
- Een irreversibel en onomkeerbaar proces
Wat is leren?
= gedragsveranderingen treden op in korte tijdspanne (minuten/uren), door exogene invloeden
- Leren van nieuwe vaardigheden
- Gedrag aanpassen aan verschillende contexten
- Kunnen oplossen van niet eerder op te lossen problemen
Tentamenvraag : beargumenteer waarom dit ontwikkeling is en niet leren.
Waarom is motorische ontwikkeling zo belangrijk?
- De fysieke, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling hebben ook invloed op elkaar en
ontwikkelen zich niet los van elkaar
- Motoriek heeft invloed op de cognitie sporten zorgt voor een betere cognitie
- Er is een verband tussen motoriek/fitheid en schoolse vaardigheden
- Motoriek is ondersteunend voor wat je vertelt handgebaren
Cognitieve (leer)prestaties (executieve functies)
Cognitieve functies
- Aandacht
o Selectief
o Volgehouden
o Dubbeltaak volgehouden
o Controle
- Taakswitchen
- Respons inhibitie
Kost veel energie van kinderen
- Geheugen
o Korte termijn geheugen
o Werkgeheugen
o Lange termijn geheugen
- Concentratie
,- Taal
Bewegingsonderwijs is in de loop van de jaren uit het onderwijs verdwenen
- Er is meer aandacht voor schoolse vaardigheden
- Leerlingen zitten veel stil en bewegen steeds minder
- Effecten van dit beleid zijn niet groot
- Onderzoek naar effect van bewegen op cognitie
Wat zijn de elementen van het motorisch systeem?
- Vesalius een van de eerste westerse wetenschappers die de menselijke anatomie
bestudeerde door echte menselijke lijken te ontleden
- Grove indeling in neurale structuren van perifeer naar centraal
o Spieren contractiele elementen
Spieren zorgen ervoor dat de gewrichten kunnen bewegen
o Ruggenmerg verbinding tussen spieren en hersenen
o Subcorticaal
basale ganglia (o.a. remmen van bewegingen)
Cerebellum (o.a. timing van bewegingen)
o Corticaal meerdere gebieden
Hoe kunnen motoriek en de ontwikkeling ervan vastleggen?
Van observatie naar nauwkeurige registratie
Van foto’s via projectie naar film
Normale motorische ontwikkeling – HC2
Vijf invloedrijke ontwikkelingstheorieën
- Nativistische benadering ontwikkeling wordt bepaald door genen, geen invloed van de
omgeving
- Empiristische benadering alles wordt bepaald door de omgeving
- Interactionistische benadering ontwikkeling wordt zowel bepaald door genen als omgeving
- Psychodynamische benadering
- Theorie van non-lineaire dynamische systemen
Nativistische benadering
- Ontwikkeling bestaat uit een invariante sequentie van gedragsniveaus (rijping)
- Niveaus (stadia, fasen, stappen) worden automatisch bereikt (mits er geen sprake is van extreme
omgevingsinvloeden zoals hongersnood)
- Twee opvattingen:
o Preformistische opvatting
bij geboorte is alles aanwezig en eindstadium is gedefinieerd
Ontwikkeling is uitgroei/ontplooiing
Beperkt aantal ontwikkelingsfasen
Volgorde fasen ligt vooraf vast
Kwantitatieve veranderingen, maar er komt niets nieuws bij
o Predeterministische opvatting
Bij geboorte grondplan van fasevolgorde, maar niet in alles aanwezig (blauwdruk)
Ontwikkeling is differentiatie (ontstaan van 2 of meer gedragingen uit 1 voorafgaande)
, Er ontstaan nieuw structuren, er vindt uitbreiding plaats
Opeenvolging van fasen die kwalitatief verschillen
- Belangrijkste kenmerken nativisme:
o Ontwikkeling wordt verklaard door aangeboren endogene invloeden
o Ontwikkeling is grotendeel onafhankelijk van exogene invloeden
o Ontwikkeling gaat voor alle individuen in een gelijke volgorde van ontwikkelingsfasen of -
stadia die autonoom worden bereikt
o Rijping is de meest aangeduide endogene component (biologische veranderingen worden
door erfelijke factoren bepaald)
Rijpingstheorie: belangrijke onderzoekers
- Myrtle McGraw
o Er vinden allerlei dingen in het lichaam plaats die wij niet kunnen zien nadruk op
endogene factoren
- Arnold Gesell
o Rijping verwijst naar die fasen en producten van groei die geheel of voornamelijk zijn toe te
schrijven aan aangeboren en endogene factoren
- Uitgangspunten rijpingstheorie
o De neurale groei is autonoom en wordt niet beïnvloed door omgevingsstimulatie
o Gedrag weerspiegelt onderliggende neurologische structuren
o Leermechanismen ook onder invloed van rijping
Oudere theorie: de recapitulatie-hypothese
- Ernst Haeckel
- De ontogenese is een recapitulatie van de fylogenese = de ontwikkeling van het individu is een
versnelde herhaling van de ontwikkeling van diersoorten
o Dus een organisme doorloopt tijdens zijn embryonale ontwikkeling tot de uiteindelijke
volwassen vorm (= ontogenie) alle stadia van zijn evolutie (= fylogenie)
- Prenatale ontwikkeling (ontogenese) is een versnelde herhaling (recapitulatie) van de
ontwikkeling van de diersoorten (fylogenese)
- Postnatale ontwikkeling is een versnelde herhaling van de ontwikkeling van de menselijke
soort
Mogelijke beperkingen van nativisme
- Relativering van de noodzakelijke vaste fase volgorde
o Fasen worden soms overgeslagen
o Fasen treden in andere volgorde op
o Er zitten nog fasen tussen de vastgestelde fase volgorden
Er zijn dus individuele verschillen bij kinderen
- Noodzakelijke oorzaak oorzaak zonder welke de ontwikkeling niet kan plaatsvinden
o Leidt het onthouden van omgevingsstimulatie tot een vertraagde ontwikkeling? (deprivatie
onderzoek)
- Voldoende oorzaak oorzaak dankzij welke de ontwikkeling kan plaatsvinden
o Versnelt extra omgevingsstimulatie de ontwikkeling? (training onderzoek)
- Ook de omgeving heeft invloed (empirisme): de effecten van training
- Resultaten zijn vaak verkregen op basis van cross-sectioneel onderzoek, en niet op basis van
longitudinaal onderzoek methodologische beperking