Hoofdstuk 1 Tijd van jagers en boeren
§1.1 Van jagers-verzamelaars naar boeren.
De eerste mensachtige ontstonden ongeveer 3 miljoen jaar geleden, in de prehistorie, in
Afrika. dit is een opvatting van Charles Darwin.
De eerste mensen leefden als jagers-verzamelaars. mensen uit de prehistorie die leefden
van de jacht en van wat ze in de natuur vonden. Jagers-verzamelaars waren nomaden en
trokken in kleine groepen rond. leefden in het Paleolithicum/Oude Steentijd. Als na een
tijd het voedsel in de omgeving opraakte, trok de groep weer verder.
We weten niet veel van deze tijd, vooral niet van hun cultuur. alles wat een groep
mensen met gemeenschappelijke kenmerken voortbrengt, zoals taal, godsdienst, kunst,
normen en waarden. Wel gebruikte ze grafgiften. ze begroeven de doden met
voorwerpen om te kunnen afleiden wat de status van de dode was. Daarnaast kun je van
deze grafgiften afleiden dat ze geloofden in een leven na de dood en dat de doden die
grafgiften dan nodig zouden hebben.
Rond 20.000 voor Christus ontstonden de eerste jagers en verzamelaarskampen. ze
waren geen nomaden meer en leefden op één plek. Het klimaat was erg warm en droog,
dieren en wilde planten namen af. hierdoor is de landbouw waarschijnlijk ontstaan.
uitgevonden in het Midden-Oosten. Neolithische Revolutie. De overgang naar landbouw
had grote gevolgen voor de samenleving:
Bevolking groeide
Wonen op een vaste plek gevolg van de agrarische leefwijze Sedentaire
Revolutie
Stevige hutten bouwen
Dorpen groeiden uit tot steden
Gebruik van andere werktuigen
Het maken van aardewerk
Doordat mensen niet meer rondtrokken konden ze meer bezittingen hebben en hierdoor
namen de verschillen tussen mensen toe. sociale hiërarchie.
landbouwsamenleving samenleving waarin het allergrootste deel van de bevolking
leeft van de landbouw.
§1.2 Steden in Mesopotamië.
Rond 6500 voor Christus ontstonden in Soemerië de eerste dorpen. het klimaat was
warm met weinig neerslag. De landbouw was heel succesvol. kwam door
irrigatielandbouw. boeren legden hun akkers aan het water en leidden het water door
kanaaltjes het land in.
Door deze manier van verbouwen waren er grote gevolgen:
, Landbouwopbrengst nam toe
Sociale verschillen namen toe hoe meer oogst, hoe meer aanzien, hoe meer
macht
Bouw van publieke werken
Opkomst complexere samenleving
Rond 3500 voor Christus waren in Soemerië de dorpen uitgegroeid tot stadsstaten. staat
ter grootte van een stad en haar omgeving. Een stadstaat had een eigen bestuur,
rechtspraak, leger en regels. De stadsstaten hadden een aantal kenmerken gemeen:
Hiërarchische opbouw van de samenleving bevolking verdeeld in sociale klassen
(koning – priesters – ambachtslieden – boeren – slaven)
Godsdienstig centrum
Specialisten
Gebruik van schrift gebruikt om afspraken vast te leggen.
Soemeriërs kennen een polytheïstische godsdienst. geloof in meerdere goden.
In het centrum van elke Soemerische stad stond de ziggurat. godsdienstig gebouw waar
priesters naartoe kwamen omdat men geloofde dat de priesters zo dichter bij God konden
komen. Daarnaast was de ziggurat een plek om goederen te verhandelen en belasting te
innen.
3300 voor Christus Soemeriërs ontwikkelden schrift. historie begint. Het bestond uit
herkenbare afbeeldingen en was bedoeld om wetten en afspraken vast te leggen en
daarnaast religieuze en historische verhalen op te schrijven.
Hun schrift heette spijkerschrift.
§1.3 Egypte, staat van boeren en steden.
Vanaf 5000 voor Christus ontstonden er kleine nederzettingen in het Nijldal. Via een
irrigatiesysteem konden boerenvoedsel op de akkers verbouwen. er ontstond
landbouw. Na ongeveer 1000 jaar na het ontstaan van irrigatielandbouw in Egypte gingen
dorpen in het zuiden van Egypte onder leiding van één leider samenwerken. dit was
Narmer en hij was de opperrechter, wetgever en bestuurder. Hij maakte van Egypte een
natiestaat. land waarin een groep mensen leeft die zichzelf bestuurt. Rond 2950 voor
Christus kreeg Narmer de leiding over heel Egypte.
Aan het hoofd van Egypte stond een farao. hij regeerde vanuit Memphis of Thebe. Bij het
besturen van het land werd hij geholpen door ambtenaren en regionale bestuurders.
gouverneurs. Door deze eenheid van bestuur groeide de eenheid onder Egyptenaren. ze
werden polytheïstisch.