Plan van Aanpak KERN4c slecht nieuwsgesprek
Theoretisch kader
De gespreksinhoud van periode 4 en 5 omvat het geven van slecht nieuws. In dit
gesprek wordt er een naar, negatief bericht overgebracht aan de zorgvrager (Zorg
voor Beter, 2021).
In dit gesprek komen de stappen openstaan en begrijpen van de zorgvrager aan bod.
Openstaan verwijst naar het vermogen van de patiënt of mantelzorger om aandacht
te hebben voor informatie, voor een gesprek over een gezondheidsprobleem, voor
het zoeken van oplossingen (van der Burgt, Terra & Mechelen-Gevers, 2016).
De stap begrijpen omvat het opnemen, verwerken en onthouden van informatie (van
der Burgt, Terra & Mechelen-Gevers, 2016).
Kale Plan van Aanpak
Door het hele gesprek heen:
Interesse en respect tonen.
Taalgebruik aanpassen aan de zorgvrager.
Alles in samenspraak met de zorgvrager.
Open staan (van de zorgvrager).
Voorbereiding:
Locatie organiseren.
Legt vorige taak terzijde en concentreert zich en bereidt zich voor op volgende
consult.
Ervoor zorgen zelf in goede conditie te zijn.
De gedachten op het huidige consult richten.
Inleiding:
Professionele begroeting.
Naam van de zorgvrager checken.
Let op je lichaamshouding en weet welke indruk je achter laat.
Aanleiding voor het gesprek noemen.
Open staan (van de zorgvrager).
Kern:
Eerste fase: mededelen van het slechte nieuws.
o Waarschuw dat er onaangename informatie gaat komen.
o Juiste hoeveelheid van informatie overdragen.
o Bevorderen van de interactie.
Tweede fase: steun bieden, aandacht en informatie geven.
o Gevoelsreflectie.
o Actief luisteren.
o Stiltes laten vallen.
o Erkenning geven.
o Markeren.
Derde fase: de moeilijkheden onder ogen zien en leren leven met.
o Parafraseren.
o Doorvragen.
o Inlevingsvermogen / empathie tonen.
, o Controleren of de zorgvrager de informatie begrepen heeft.
o Achterhaal de copingstijl.
o Aanmoedigen.
o (Tussentijdse) samenvatting geven.
Slot:
(Slot)samenvatting geven.
Vragen aan de zorgvrager of er nog onduidelijkheden of vragen zijn (evaluatie
van het gesprek).
Afscheid nemen / zorgen voor een gepast afsluitingspunt.
Onderbouwing
Door het hele gesprek heen:
Wat? Interesse en respect tonen.
Hoe? Toon betrokkenheid en respect. Laat merken dat de patiënt deskundig
is waar het gaat om de manier waarop hij zijn situatie beleeft en erop
reageert.
Waarom? De patiënt zal meer openstaan wanneer hij/zij zich door de
verpleegkundige gezien, gehoord en gerespecteerd wordt.
Effect De patiënt krijgt een geïnteresseerde indruk van je en durft meer open
te staan tegenover jou als verpleegkundige.
Bron Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. De stappen naar
zelfmanagement, 6e druk – 2016 – van der Burgt, Terra en van
Mechelen-Gevers – pagina 74 en 85.
Wat? Taalgebruik aanpassen aan de zorgvrager.
Hoe? Gebruik heldere, begrijpelijke taal. Pas je taalgebruik aan de patiënt
aan. Gebruik geen verkleinwoorden, vermijd zoveel mogelijk vakjargon
en maak eventueel gebruik van beelden en metaforen.
Waarom? De patiënt kan de informatie beter begrijpen en onthouden en krijgt
een beter en duidelijk beeld van wat er verteld is.
Effect De patiënt begrijpt de informatie beter en heeft een duidelijk beeld van
het gesprek gekregen.
Bron Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. De stappen naar
zelfmanagement, 6e druk – 2016 – van der Burgt, Terra en van
Mechelen-Gevers – pagina 96 en 97.
Wat? Alles in samenspraak met de zorgvrager.
Hoe? Benadruk dat de zorg in samenspraak tot stand komt. Nodig hem of
haar uit samen te bekijken wat ieder vanuit de eigen mogelijkheden
kan bijdragen.
Waarom? Zo kunnen alle mogelijkheden van de zorgvrager en de patiënt
besproken worden.
Effect De zorg gebeurt in samenspraak met de zorgvrager.
Bron Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. De stappen naar
zelfmanagement, 6e druk – 2016 – van der Burgt, Terra en van
Mechelen-Gevers – pagina 85.
Theoretisch kader
De gespreksinhoud van periode 4 en 5 omvat het geven van slecht nieuws. In dit
gesprek wordt er een naar, negatief bericht overgebracht aan de zorgvrager (Zorg
voor Beter, 2021).
In dit gesprek komen de stappen openstaan en begrijpen van de zorgvrager aan bod.
Openstaan verwijst naar het vermogen van de patiënt of mantelzorger om aandacht
te hebben voor informatie, voor een gesprek over een gezondheidsprobleem, voor
het zoeken van oplossingen (van der Burgt, Terra & Mechelen-Gevers, 2016).
De stap begrijpen omvat het opnemen, verwerken en onthouden van informatie (van
der Burgt, Terra & Mechelen-Gevers, 2016).
Kale Plan van Aanpak
Door het hele gesprek heen:
Interesse en respect tonen.
Taalgebruik aanpassen aan de zorgvrager.
Alles in samenspraak met de zorgvrager.
Open staan (van de zorgvrager).
Voorbereiding:
Locatie organiseren.
Legt vorige taak terzijde en concentreert zich en bereidt zich voor op volgende
consult.
Ervoor zorgen zelf in goede conditie te zijn.
De gedachten op het huidige consult richten.
Inleiding:
Professionele begroeting.
Naam van de zorgvrager checken.
Let op je lichaamshouding en weet welke indruk je achter laat.
Aanleiding voor het gesprek noemen.
Open staan (van de zorgvrager).
Kern:
Eerste fase: mededelen van het slechte nieuws.
o Waarschuw dat er onaangename informatie gaat komen.
o Juiste hoeveelheid van informatie overdragen.
o Bevorderen van de interactie.
Tweede fase: steun bieden, aandacht en informatie geven.
o Gevoelsreflectie.
o Actief luisteren.
o Stiltes laten vallen.
o Erkenning geven.
o Markeren.
Derde fase: de moeilijkheden onder ogen zien en leren leven met.
o Parafraseren.
o Doorvragen.
o Inlevingsvermogen / empathie tonen.
, o Controleren of de zorgvrager de informatie begrepen heeft.
o Achterhaal de copingstijl.
o Aanmoedigen.
o (Tussentijdse) samenvatting geven.
Slot:
(Slot)samenvatting geven.
Vragen aan de zorgvrager of er nog onduidelijkheden of vragen zijn (evaluatie
van het gesprek).
Afscheid nemen / zorgen voor een gepast afsluitingspunt.
Onderbouwing
Door het hele gesprek heen:
Wat? Interesse en respect tonen.
Hoe? Toon betrokkenheid en respect. Laat merken dat de patiënt deskundig
is waar het gaat om de manier waarop hij zijn situatie beleeft en erop
reageert.
Waarom? De patiënt zal meer openstaan wanneer hij/zij zich door de
verpleegkundige gezien, gehoord en gerespecteerd wordt.
Effect De patiënt krijgt een geïnteresseerde indruk van je en durft meer open
te staan tegenover jou als verpleegkundige.
Bron Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. De stappen naar
zelfmanagement, 6e druk – 2016 – van der Burgt, Terra en van
Mechelen-Gevers – pagina 74 en 85.
Wat? Taalgebruik aanpassen aan de zorgvrager.
Hoe? Gebruik heldere, begrijpelijke taal. Pas je taalgebruik aan de patiënt
aan. Gebruik geen verkleinwoorden, vermijd zoveel mogelijk vakjargon
en maak eventueel gebruik van beelden en metaforen.
Waarom? De patiënt kan de informatie beter begrijpen en onthouden en krijgt
een beter en duidelijk beeld van wat er verteld is.
Effect De patiënt begrijpt de informatie beter en heeft een duidelijk beeld van
het gesprek gekregen.
Bron Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. De stappen naar
zelfmanagement, 6e druk – 2016 – van der Burgt, Terra en van
Mechelen-Gevers – pagina 96 en 97.
Wat? Alles in samenspraak met de zorgvrager.
Hoe? Benadruk dat de zorg in samenspraak tot stand komt. Nodig hem of
haar uit samen te bekijken wat ieder vanuit de eigen mogelijkheden
kan bijdragen.
Waarom? Zo kunnen alle mogelijkheden van de zorgvrager en de patiënt
besproken worden.
Effect De zorg gebeurt in samenspraak met de zorgvrager.
Bron Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. De stappen naar
zelfmanagement, 6e druk – 2016 – van der Burgt, Terra en van
Mechelen-Gevers – pagina 85.