Hoorcollege 1
Franciscus Cornelis Donders: mental chronometry; reactietijd van zenuwen niet infinite maar is
gelimiteerd. Men kan dit ook meten
Donders´s subtraction method:
- Het doel: Gemiddelde reactiesnelheid van mentaal proces X
- Creëer 2 identieke taken behalve voor de invloed van X
- Meet reactietijd voor elke taak
- trek ze van elkaar af
- Daaruit volgt reactietijd X
Voorbeeld van go/no go task: reageren op één bepaalde kleur waarbij er in totaal 2 verschillende
kleuren zijn. Hierbij de tijd meten voordat iemand reageert.
Simple RT task: reageren op allebei de kleuren zodra die getoond worden. Hierbij de tijd meten
voordat iemand reageert.
Door bovenstaande waardes van elkaar af te trekken kan de reactiesnelheid van X gevonden worden
wat in dit geval ´het verschil zien tussen de kleur´ inhoudt.
Die X wordt ook wel stimulus discrimination time genoemd.
Aantal problemen:
- We gaan ervanuit dat alles individueel werkt (niet waar)
,S-R (stimulus - reactie) psychologie; gedragspsychologie.
Dominante paradigma's:
- klassieke conditionering (Pavlov) —> geconditioneerd relfex
- operante conditionering (Skinner) —> belonend leren
Cognitieve revolutie:
Kern: de mens als informatieverwerker
stimulus —> verwerking —> reactie
Kunnen wij kloktijd uitrekenen van onze mind?
Test waarbij men na moest gaan of het vertoonde huidige woord in de eerder gepresenteerde lijst
stond.
Beslissing tijd per item dus 40 ms.
The brain van S naar R:
- Stimulus gaat van thalamus naar occipitale kwab.
ERPs: Event-related potentials.
Verschillende technieken meten hersenactiviteit:
- EEG —> hersenfilmpje
- MEG —>
- PET —>
- fMRI —> met behulp van bloed —> zuurstof
,Verschil tussen EEG en fMRI:
- EEG is heel snel in het meten van bepaalde data waar in tegen fMRI relatief langzaam is.
Alleen EEG weet je niet precies waar het vandaan komt terwijl je wel weet dat er wat gebeurt.
- fMRI weet je precies waar de activiteit gebeurde alleen niet precies wanneer.
Single cell recordings: Measures activation of a few neurons in behaving animals or patients under
surgery. (Highest spatial & temporal resolution)
Niet 1 neuron per persoon maar verschillende neuronen per persoon. Hierdoor als er 1 neuron dood
gaat gaat niet in een keer je perceptie van de persoon dood. Bijvoorbeeld als neuron 1 dood gaat kan
je hem nog wel deels herkennen omdat je nog neuron 2 en 3 hebt.
Specificity coding: one neuron, one person (“grandmother cell”)
• Vulnerable and inefficient (need many neurons)
Population coding: a large number of neurons
code for each person. Each unique person
represented by pattern of activation.
• Not as vulnerable and more efficient
Sparse coding: a small group of neurons represent each person
• Similar to population coding, even more efficient (but a bit more vulnerable as well)
, Hoorcollege 2
Elementen kunnen binden door middel van:
- Ion bindingen —> Na+ en Cl-
- Covalente bindingen —> delen van elektronen. Bijvoorbeeld O2- en 2H+ (water).
- koolstof verbindingen bijvoorbeeld glucose C6H12O6. Dit heeft een
- aminozuren: Een amino groep NH2 en een zuur groep CO2H
- Eiwitten: een keten van aminozuren aan elkaar door middel van peptide bindingen.
- Vetten: Lange koolstofgroepen.
Franciscus Cornelis Donders: mental chronometry; reactietijd van zenuwen niet infinite maar is
gelimiteerd. Men kan dit ook meten
Donders´s subtraction method:
- Het doel: Gemiddelde reactiesnelheid van mentaal proces X
- Creëer 2 identieke taken behalve voor de invloed van X
- Meet reactietijd voor elke taak
- trek ze van elkaar af
- Daaruit volgt reactietijd X
Voorbeeld van go/no go task: reageren op één bepaalde kleur waarbij er in totaal 2 verschillende
kleuren zijn. Hierbij de tijd meten voordat iemand reageert.
Simple RT task: reageren op allebei de kleuren zodra die getoond worden. Hierbij de tijd meten
voordat iemand reageert.
Door bovenstaande waardes van elkaar af te trekken kan de reactiesnelheid van X gevonden worden
wat in dit geval ´het verschil zien tussen de kleur´ inhoudt.
Die X wordt ook wel stimulus discrimination time genoemd.
Aantal problemen:
- We gaan ervanuit dat alles individueel werkt (niet waar)
,S-R (stimulus - reactie) psychologie; gedragspsychologie.
Dominante paradigma's:
- klassieke conditionering (Pavlov) —> geconditioneerd relfex
- operante conditionering (Skinner) —> belonend leren
Cognitieve revolutie:
Kern: de mens als informatieverwerker
stimulus —> verwerking —> reactie
Kunnen wij kloktijd uitrekenen van onze mind?
Test waarbij men na moest gaan of het vertoonde huidige woord in de eerder gepresenteerde lijst
stond.
Beslissing tijd per item dus 40 ms.
The brain van S naar R:
- Stimulus gaat van thalamus naar occipitale kwab.
ERPs: Event-related potentials.
Verschillende technieken meten hersenactiviteit:
- EEG —> hersenfilmpje
- MEG —>
- PET —>
- fMRI —> met behulp van bloed —> zuurstof
,Verschil tussen EEG en fMRI:
- EEG is heel snel in het meten van bepaalde data waar in tegen fMRI relatief langzaam is.
Alleen EEG weet je niet precies waar het vandaan komt terwijl je wel weet dat er wat gebeurt.
- fMRI weet je precies waar de activiteit gebeurde alleen niet precies wanneer.
Single cell recordings: Measures activation of a few neurons in behaving animals or patients under
surgery. (Highest spatial & temporal resolution)
Niet 1 neuron per persoon maar verschillende neuronen per persoon. Hierdoor als er 1 neuron dood
gaat gaat niet in een keer je perceptie van de persoon dood. Bijvoorbeeld als neuron 1 dood gaat kan
je hem nog wel deels herkennen omdat je nog neuron 2 en 3 hebt.
Specificity coding: one neuron, one person (“grandmother cell”)
• Vulnerable and inefficient (need many neurons)
Population coding: a large number of neurons
code for each person. Each unique person
represented by pattern of activation.
• Not as vulnerable and more efficient
Sparse coding: a small group of neurons represent each person
• Similar to population coding, even more efficient (but a bit more vulnerable as well)
, Hoorcollege 2
Elementen kunnen binden door middel van:
- Ion bindingen —> Na+ en Cl-
- Covalente bindingen —> delen van elektronen. Bijvoorbeeld O2- en 2H+ (water).
- koolstof verbindingen bijvoorbeeld glucose C6H12O6. Dit heeft een
- aminozuren: Een amino groep NH2 en een zuur groep CO2H
- Eiwitten: een keten van aminozuren aan elkaar door middel van peptide bindingen.
- Vetten: Lange koolstofgroepen.