Oefenvragen Psychologie van de adolescentie
Hoofdstuk 1.1:
1. Wat is de definitie van adolescentie?
De periode tussen de kinderjaren en de volwassenheid. Dit is een periode van overgang,
waarin zich veel ontwikkelingen voordoen op verschillende terreinen (Men zegt dat de
adolescentie begint in de biologie en eindigt in de cultuur).
2. Leg uit: wat is het verschil tussen adolescentie en puberteit?
Adolescentie (17-22 jaar) is een periode van sociale ontwikkelingen en puberteit (12-16
jaar) is een periode van innerlijke ontwikkeling, dus persoonlijkheid en geslachtrijping.
3. Welke ontwikkelingen vinden plaats in de adolescentie?
Het biologisch rijpingsproces, psychologische ontwikkeling, losmaking van de ouders,
ontwikkeling van abstract denken.
4. Benoem de fasen van de adolescentie, en geef aan wanneer die ongeveer
plaatsvinden.
- Prepuberteit (meisjes 6-9 jaar, jongens 7-10 jaar): toename hormonen uit de
bijnierklieren DHEA, DHEAS, androstendione. Dit start samen met de andrenarche
fase (het krijgen van schaamhaar.
- Vroege puberteit (9-13 jaar)groei en geslachthormonen (LH, FSH), oefenen invloed
uit op lichaam en hersenen: psychoseksuele ontwikkeling, losmaking van de ouders,
nieuwe wegen durven bewandelen.
- Vroege adolescentie (10-13 jaar): lichamelijk rijping, seksuele ontwikkeling
losmakingsproces van de ouders
- Middenpuberteit (14-17 jaar): opgroeien tot volwassen lid, experimenteren met
keuzemogelijkheden.
- Midden- of late adolescentie (18-22 jaar): Verplichtingen aangaan in
maatschappelijke posities en persoonlijke relaties. (Het einde van deze periode is
cultureel bepaald).
5. Wat bedoelt Erikson met de term centrale ontwikkelingstaak?
Tijdens de adolescentie ontstaat geleidelijk het besef van identiteit. De adolescent
beleeft zichzelf als iemand met een eigen herkenbare levensstijl, die ondanks allerlei
veranderingen consistent (samenhangend) is en voor mensen om hem heen als zodanig
herkenbaar is. (Erikson noemt als centrale ontwikkelingstaak het vormen van een eigen
identiteit. Interactie tussen adolescenten en hun omgeving spelen hierbij een
belangrijke rol in het maken van keuzes. Bij het ontwikkelen van een eigen identiteit
moeten adolescenten keuzes maken op het gebied van onder andere levensovertuiging,
maatschappelijke positie en het aangaan van persoonlijke relaties).
Hoofdstuk 1.1:
1. Wat is de definitie van adolescentie?
De periode tussen de kinderjaren en de volwassenheid. Dit is een periode van overgang,
waarin zich veel ontwikkelingen voordoen op verschillende terreinen (Men zegt dat de
adolescentie begint in de biologie en eindigt in de cultuur).
2. Leg uit: wat is het verschil tussen adolescentie en puberteit?
Adolescentie (17-22 jaar) is een periode van sociale ontwikkelingen en puberteit (12-16
jaar) is een periode van innerlijke ontwikkeling, dus persoonlijkheid en geslachtrijping.
3. Welke ontwikkelingen vinden plaats in de adolescentie?
Het biologisch rijpingsproces, psychologische ontwikkeling, losmaking van de ouders,
ontwikkeling van abstract denken.
4. Benoem de fasen van de adolescentie, en geef aan wanneer die ongeveer
plaatsvinden.
- Prepuberteit (meisjes 6-9 jaar, jongens 7-10 jaar): toename hormonen uit de
bijnierklieren DHEA, DHEAS, androstendione. Dit start samen met de andrenarche
fase (het krijgen van schaamhaar.
- Vroege puberteit (9-13 jaar)groei en geslachthormonen (LH, FSH), oefenen invloed
uit op lichaam en hersenen: psychoseksuele ontwikkeling, losmaking van de ouders,
nieuwe wegen durven bewandelen.
- Vroege adolescentie (10-13 jaar): lichamelijk rijping, seksuele ontwikkeling
losmakingsproces van de ouders
- Middenpuberteit (14-17 jaar): opgroeien tot volwassen lid, experimenteren met
keuzemogelijkheden.
- Midden- of late adolescentie (18-22 jaar): Verplichtingen aangaan in
maatschappelijke posities en persoonlijke relaties. (Het einde van deze periode is
cultureel bepaald).
5. Wat bedoelt Erikson met de term centrale ontwikkelingstaak?
Tijdens de adolescentie ontstaat geleidelijk het besef van identiteit. De adolescent
beleeft zichzelf als iemand met een eigen herkenbare levensstijl, die ondanks allerlei
veranderingen consistent (samenhangend) is en voor mensen om hem heen als zodanig
herkenbaar is. (Erikson noemt als centrale ontwikkelingstaak het vormen van een eigen
identiteit. Interactie tussen adolescenten en hun omgeving spelen hierbij een
belangrijke rol in het maken van keuzes. Bij het ontwikkelen van een eigen identiteit
moeten adolescenten keuzes maken op het gebied van onder andere levensovertuiging,
maatschappelijke positie en het aangaan van persoonlijke relaties).