Vrije Universiteit Loran Kostense
2022 IRS
Hoorcollege 1: Inleiding/ huwelijk/ echtscheiding
Bestuderen uit Familierecht. Een introductie:
Hoofdstuk 1;
Hoofdstuk 3, uitsluitend paragraaf 3.5;
Hoofdstuk 6, uitsluitend paragraaf 6.1 t/m 6.6, 6.8, 6.10 en 6.11;
Hoofdstuk 8, uitsluitend paragraaf 8.1, 8.2, 8.4, 8.7 en 8.9.
Leerdoelen:
1. Je kent de verschillende huwelijksvereisten en -beletselen;
2.Je kunt aangeven wat de verschillen c.q. overeenkomsten tussen een
huwelijk en een
geregistreerd partnerschap zijn;
3.Je kunt aangeven hoe een huwelijk of een geregistreerd partnerschap kan
eindigen.
Tentamen betreft: 24 MC & 2 casus van elk 3 MC vragen (dubbel
tellend)
De 17-jarige zwangere Sabine en haar achttienjarige neef Rogier zijn verliefd en
willen een
geregistreerd partnerschap aangaan.
Welke stelling is JUIST:
A. Zij kunnen geen geregistreerd partnerschap aangaan, omdat Sabine de leeftijd
van 18 jaar nog niet heeft bereikt.
Art.1:31 BW = huwelijksbeletsel art.1:80 lid 5a BW
B. Zij kunnen geen geregistreerd partnerschap aangaan, omdat een neef en nicht
nooit met elkaar een geregistreerd partnerschap mogen aangaan.
Art.1:41 A BW = beediging bij burgerlijke stand
C. Zij kunnen wel een geregistreerd partnerschap aangaan, indien zij daarvoor
toestemming
krijgen van Sabines ouders.
D. Zij kunnen wel een geregistreerd partnerschap aangaan, indien Sabine door de
rechter meerderjarig is verklaard op grond van art.
1:253ha BW. = als je een kind krijgt, geld alleen voor de opvoeding van het
kind
- Inwendige huwelijke vereiste: absoluut & relatief
Wat is JUIST ten aanzien van de beëindiging van een formele relatie:
A. Zowel het huwelijk als het geregistreerd partnerschap kunnen op
gemeenschappelijk
art.1:149 BW
verzoek door de ambtenaar van de burgerlijke stand worden beëindigd.
B. De grond voor het laten beëindigen van zowel het huwelijk als het geregistreerd
partnerschap is duurzame ontwrichting.
art.1:151 jo. Art.1:154 jo. Art.1:80 lid 1 sub E BW
C. Een huwelijk kan wel en een geregistreerd partnerschap kan niet op gezamenlijk
verzoek
, Vrije Universiteit Loran Kostense
2022 IRS
door de rechter worden beëindigd.
D. Zowel het huwelijk als het geregistreerd partnerschap kunnen door omzetting
in een geregistreerd partnerschap respectievelijk een huwelijk door de ambtenaar
van de burgerlijke stand worden beëindigd. 1:180 lid 1 sub e BW
3. De juridische moeder van een kind is: (1:198 BW)
A. De vrouw uit wie het kind is geboren of die het kind heeft geadopteerd; en in geval
van een uit het huwelijk van twee vrouwen geboren kind zijn beide vrouwen te allen
tijde de juridische moeders.
B. De vrouw uit wie het kind is geboren, de wensmoeder van het kind dat wordt
geboren uit een draagmoeder, en de vrouw die het kind heeft geadopteerd.
C. De vrouw uit wie het kind is geboren, die het kind heeft geadopteerd of erkend of
van wie het ouderschap gerechtelijk is vastgesteld.
D. De vrouwelijke partner van de vrouw uit wie het kind is geboren of die het kind met
toestemming van de geboortemoeder en de bekende donor heeft erkend.
4. Een familierechtelijke betrekking tussen een kind en een man ontstaat door:
A. Erkenning; een huwelijk tussen de man en de moeder van het kind na de geboorte
van het kind; adoptie.
B. Erkenning; een huwelijk of geregistreerd partnerschap tussen de man en de
moeder van het
kind na de geboorte van het kind; adoptie.
C. Een geregistreerd partnerschap tussen de man en de moeder van het kind ten
tijde van de geboorte van het kind; erkenning; instemming van de gehuwde of
ongehuwde mannelijke
partner van de moeder met de daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan
hebben
gehad, adoptie.
D. Een huwelijk of geregistreerd partnerschap tussen de man en de moeder van het
kind ten tijde van de geboorte van het kind; erkenning; gerechtelijke vaststelling van
het vaderschap; adoptie.
Art.1:199 lid 1 sub c jo. art.1:204 BW
5. De vijftienjarige Niels heeft alleen een juridische moeder. Zijn buurman blijkt diens
verwekker te zijn. Zowel Niels als de buurman willen dat de buurman de juridische
vader van Niels wordt, maar de moeder van Niels wil dit niet.
Art.1:199 sub c jo. 1:204 BW
Welke bewering is JUIST:
A. De buurman kan op zijn verzoek zijn ouderschap ten aanzien van Niels
gerechtelijk laten vaststellen.
Art.1:207 BW
B. Indien Niels daarvoor schriftelijk toestemming geeft en de toestemming van de
moeder van Niels door de rechtbank wordt vervangen, kan de buurman hem
erkennen.
C. Indien Niels daarvoor schriftelijk toestemming geeft, kan de buurman hem
erkennen
D. De buurman kan nooit de juridische vader van Niels worden indien zijn moeder
daarmee niet akkoord gaat.
2022 IRS
Hoorcollege 1: Inleiding/ huwelijk/ echtscheiding
Bestuderen uit Familierecht. Een introductie:
Hoofdstuk 1;
Hoofdstuk 3, uitsluitend paragraaf 3.5;
Hoofdstuk 6, uitsluitend paragraaf 6.1 t/m 6.6, 6.8, 6.10 en 6.11;
Hoofdstuk 8, uitsluitend paragraaf 8.1, 8.2, 8.4, 8.7 en 8.9.
Leerdoelen:
1. Je kent de verschillende huwelijksvereisten en -beletselen;
2.Je kunt aangeven wat de verschillen c.q. overeenkomsten tussen een
huwelijk en een
geregistreerd partnerschap zijn;
3.Je kunt aangeven hoe een huwelijk of een geregistreerd partnerschap kan
eindigen.
Tentamen betreft: 24 MC & 2 casus van elk 3 MC vragen (dubbel
tellend)
De 17-jarige zwangere Sabine en haar achttienjarige neef Rogier zijn verliefd en
willen een
geregistreerd partnerschap aangaan.
Welke stelling is JUIST:
A. Zij kunnen geen geregistreerd partnerschap aangaan, omdat Sabine de leeftijd
van 18 jaar nog niet heeft bereikt.
Art.1:31 BW = huwelijksbeletsel art.1:80 lid 5a BW
B. Zij kunnen geen geregistreerd partnerschap aangaan, omdat een neef en nicht
nooit met elkaar een geregistreerd partnerschap mogen aangaan.
Art.1:41 A BW = beediging bij burgerlijke stand
C. Zij kunnen wel een geregistreerd partnerschap aangaan, indien zij daarvoor
toestemming
krijgen van Sabines ouders.
D. Zij kunnen wel een geregistreerd partnerschap aangaan, indien Sabine door de
rechter meerderjarig is verklaard op grond van art.
1:253ha BW. = als je een kind krijgt, geld alleen voor de opvoeding van het
kind
- Inwendige huwelijke vereiste: absoluut & relatief
Wat is JUIST ten aanzien van de beëindiging van een formele relatie:
A. Zowel het huwelijk als het geregistreerd partnerschap kunnen op
gemeenschappelijk
art.1:149 BW
verzoek door de ambtenaar van de burgerlijke stand worden beëindigd.
B. De grond voor het laten beëindigen van zowel het huwelijk als het geregistreerd
partnerschap is duurzame ontwrichting.
art.1:151 jo. Art.1:154 jo. Art.1:80 lid 1 sub E BW
C. Een huwelijk kan wel en een geregistreerd partnerschap kan niet op gezamenlijk
verzoek
, Vrije Universiteit Loran Kostense
2022 IRS
door de rechter worden beëindigd.
D. Zowel het huwelijk als het geregistreerd partnerschap kunnen door omzetting
in een geregistreerd partnerschap respectievelijk een huwelijk door de ambtenaar
van de burgerlijke stand worden beëindigd. 1:180 lid 1 sub e BW
3. De juridische moeder van een kind is: (1:198 BW)
A. De vrouw uit wie het kind is geboren of die het kind heeft geadopteerd; en in geval
van een uit het huwelijk van twee vrouwen geboren kind zijn beide vrouwen te allen
tijde de juridische moeders.
B. De vrouw uit wie het kind is geboren, de wensmoeder van het kind dat wordt
geboren uit een draagmoeder, en de vrouw die het kind heeft geadopteerd.
C. De vrouw uit wie het kind is geboren, die het kind heeft geadopteerd of erkend of
van wie het ouderschap gerechtelijk is vastgesteld.
D. De vrouwelijke partner van de vrouw uit wie het kind is geboren of die het kind met
toestemming van de geboortemoeder en de bekende donor heeft erkend.
4. Een familierechtelijke betrekking tussen een kind en een man ontstaat door:
A. Erkenning; een huwelijk tussen de man en de moeder van het kind na de geboorte
van het kind; adoptie.
B. Erkenning; een huwelijk of geregistreerd partnerschap tussen de man en de
moeder van het
kind na de geboorte van het kind; adoptie.
C. Een geregistreerd partnerschap tussen de man en de moeder van het kind ten
tijde van de geboorte van het kind; erkenning; instemming van de gehuwde of
ongehuwde mannelijke
partner van de moeder met de daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan
hebben
gehad, adoptie.
D. Een huwelijk of geregistreerd partnerschap tussen de man en de moeder van het
kind ten tijde van de geboorte van het kind; erkenning; gerechtelijke vaststelling van
het vaderschap; adoptie.
Art.1:199 lid 1 sub c jo. art.1:204 BW
5. De vijftienjarige Niels heeft alleen een juridische moeder. Zijn buurman blijkt diens
verwekker te zijn. Zowel Niels als de buurman willen dat de buurman de juridische
vader van Niels wordt, maar de moeder van Niels wil dit niet.
Art.1:199 sub c jo. 1:204 BW
Welke bewering is JUIST:
A. De buurman kan op zijn verzoek zijn ouderschap ten aanzien van Niels
gerechtelijk laten vaststellen.
Art.1:207 BW
B. Indien Niels daarvoor schriftelijk toestemming geeft en de toestemming van de
moeder van Niels door de rechtbank wordt vervangen, kan de buurman hem
erkennen.
C. Indien Niels daarvoor schriftelijk toestemming geeft, kan de buurman hem
erkennen
D. De buurman kan nooit de juridische vader van Niels worden indien zijn moeder
daarmee niet akkoord gaat.