Hormonen betrokken bij groei:
● Groeihormoon (GH of somatotroop hormoon) wordt gedurende het hele leven
geproduceerd in de hypofyse. Groeihormoon heeft een anabool effect op de vet- en
koolhydraatstofwisseling. Het wordt vooral ‘s nachts afgescheiden en versterkt de
trofotrope processen tijdens de slaap. Groeihormoon beïnvloedt alle weefsels, maar
het effect op de botgroei is het duidelijkst.
Het stimuleert de productie van somatomedine, wat de groei van botten vanuit
epifysairschijven simuleert.
Bij een tekort aan groeihormoon blijft een kind klein, maar het lichaam heeft wel de
juiste proporties. Een overmaat aan groeihormoon tijdens de jeugdjaren leidt tot
reuzengroei.
Door verbening van de groeischijven stopt de groei. Dat gebeurt tijdens de puberteit.
(GHRH) GH-releasing hormone → Stimuleert afgifte van het groeihormoon
(GHIH) GH-inhibiting hormone → Remt de afgifte van het groeihormoon
Somatomedine → Insulin like growth factor (wordt gemaakt in de lever)
● Schildklierhormoon stimuleert de stofwisseling (oxidatief metabolisme). Het bepaalt
de basale stofwisseling. Ook stimuleert het de groei.
TRH → thyrotropin-releasing hormoon
TSH → thyroïd stimulerend hormoon
TRH heeft ook invloed op de hersenen, als deze is gestoord kan er onder andere een
verstandelijke beperking ontstaan.
Als je te weinig schildklierhormoon hebt (ook wel; hypothyreoïdie) produceren de
hypothalamus en hypofyse grote hoeveelheden stimulerende stoffen, doordat negatieve
terugkoppeling ontbreekt. Door deze stimulering wordt de schildklier groot. Tekort kan
ontstaan door jodium gebrek.
● Hormonen voor calciumhomeostase
- Parathormoon (PTH) wordt gemaakt in de bijschildklieren, zorgt ervoor dat
osteoclasten calcium uit het bot halen, zodat er meer calcium in de bloedbaan
komt.
- Calcitonine remt de botafbrekende activiteit. Dit zorgt er dus voor dat de
calcium vanuit het bloed weer wordt ingebouwd in de botten.
- Vitamine D zit in voeding en wordt daarnaast door de huid gevormd onder
invloed van zonlicht. Zorgt ervoor dat de darmen meer calcium kunnen
afgeven aan het bloed. Ook kan het de calcium uit de voorurine in de nieren
afgeven aan de bloedbaan.
Geslachtshormonen:
Hypothalame-hypofysaire-gonadale as. Verloop van de afgifte van
geslachtshormonen:
, Minder oestrogenen en progesteron
● Boven de 50 eerder bot brekingen
Oorzaken van veroudering:
Erfelijkheid → Voorgeprogrammeerde factoren:
- Hormonale veranderingen
- Antagonistische pleiotropie
- Beperkt delingsvermogen van cellen
- Apoptose
Milieu → Omgevingsfactoren, inclusief leefstijl en gedrag:
- Mechanische slijtage
- Straling (radioactiviteit, röntgen, UV)
- Giftige stoffen (o.a. uit voedings- en genotmiddelen
- Overvoeding
- Fysieke en psychische stress
Cellulaire veroudering: