Goederenrecht =
Het recht dat gaat over de relaties tussen personen en goederen.
Het goederenrecht geeft aan op welke manier een persoon zeggenschap heeft over een
goed.
De bekendste vorm is eigendom.
Het vermogen van iemand bestaat bezittingen en schulden.
Activa en passiva.
De positieve delen van het vermogen worden ook wel goederen genoemd.
Goederen = Alle zaken en alle vermogensrechten.
Goederen
Zaken Vermogensrechten
art. 3:1 BW
Zaken zijn dingen die je kunt vastpakken. Ook wel ‘stoffelijk’ genoemd, en ‘voor menselijke
beheersing vatbaar.’
Zaken = De voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten.
art. 3:2 BW
Vermogensrechten = Rechten die op geld waardeerbaar zijn en die de rechthebbende aan
een ander kan overdragen.
,Verbintenissenrecht =
Het recht dat gaat over de juridische relaties tussen personen.
De ene persoon heeft recht op een prestatie van de andere persoon.
Boek 3, 6 en 7 van het Burgerlijk Wetboek.
Verbintenis = Een juridische relatie tussen twee partijen, waardoor de ene partij een plicht
heeft om een prestatie te verrichten en de andere partij het recht heeft op die prestatie.
De persoon die de prestatie moet verrichten, wordt in het verbintenissenrecht de
schuldenaar genoemd. Ook wel ‘debiteur’ genoemd.
De persoon die recht heeft op de prestatie heet de schuldeiser. Ook wel ‘crediteur’
genoemd.
Verbintenissen kunnen ontstaan uit overeenkomsten en de wet.
bronnen van
verbintenissen
Overeenkomst Wet
Kenmerken van verbintenissen:
1. Een verbintenis is (meestal) in rechte afdwingbaar.
- Het begrip ‘afdwingbaar’ betekent dat de andere partij kan worden gedwongen de
prestatie te verrichten.
- En het begrip ‘in rechte’ betekent via een rechterlijke procedure.
2. Een verbintenis heeft relatieve werking.
- Relatieve rechten gelden ten opzichte van een of meer bepaalde personen.
, Verbintenissen
Civiele Natuurlijke
verbintenissen verbintenissen
Civiele verbintenissen = een verbintenis die via de rechter afdwingbaar is.
Natuurlijke verbintenissen = een verbintenis die niet via de rechter afdwingbaar is.
Natuurlijke verbintenissen:
- Verbintenissen uit spel en weddenschap
- Verjaarde verbintenissen
- Verplichtingen uit moraal en fatsoen
, Absoluut recht =
Absolute rechten zijn rechten die iemand heeft over een goed en die hij tegenover iedereen
kan handhaven.
Absolute rechten zijn:
- Eigendom
- Erfdienstbaarheid
- Erfpacht
- Recht van opstal
- Vruchtgebruik
- Appartementsrecht
- Pandrecht
- Hypotheekrecht
Kenmerken absolute rechten zijn:
- Derden werking
- Zaaksgevolg
- Prioriteit
- Rechthebbende wordt separatist
- Gesloten systeem
Absolute rechten = rechten die men kan handhaven ten opzichte van iedereen.
Relatieve rechten =
Relatieve rechten zijn rechten die de juridische relatie tussen personen beschrijven met
betrekkingen tot vermogen.
Relatieve rechten = rechten die men kan handhaven ten opzichte van één of meer bepaalde
personen.