Ontwikkelingspsychologie
Developmental Psychology
,In dit document zijn 114 oefententamenvragen te vinden ter voorbereiding voor het tentamen
Ontwikkelingspsychologie. Het is voor de studie Pedagogische Wetenschappen aan
Rijksuniversiteit Groningen.
De oefenvragen bestaan voornamelijk uit meerkeuzevragen. Er is geprobeerd om bij elk
hoofdstuk minimaal 1 open vraag te bedenken. Echter, bij twee hoofdstukken is dit niet gelukt.
Verder gaan de oefenvragen alleen over het tentamenstof dat in de inhoudsopgave staat.
Artikelen zijn dus niet meegenomen in de vragen
Ik hoop dat jullie er wat aan hebben. Veel succes met leren! 😊
2
,Inhoudsopgave
Oefenvragen hoofdstuk 1 ……………………………………………………….. Blz. 4
Oefenvragen hoofdstuk 2 ……………………………………………………….. Blz. 5
Oefenvragen hoofdstuk 3 ……………………………………………………….. Blz. 7
Oefenvragen hoofdstuk 4 ……………………………………………………….. Blz. 8
Oefenvragen hoofdstuk 5 ……………………………………………………….. Blz. 10
Oefenvragen hoofdstuk 6 ……………………………………………………….. Blz. 12
Oefenvragen hoofdstuk 7 ……………………………………………………….. Blz. 13
Oefenvragen hoofdstuk 8 ……………………………………………………….. Blz. 15
Oefenvragen hoofdstuk 9 ……………………………………………………….. Blz. 16
Oefenvragen hoofdstuk 10 ……………………………………………………….. Blz. 17
Oefenvragen hoofdstuk 11 ……………………………………………………….. Blz. 18
Oefenvragen hoofdstuk 12 ……………………………………………………….. Blz. 20
Oefenvragen hoofdstuk 13 ……………………………………………………….. Blz. 21
Oefenvragen hoofdstuk 14 ……………………………………………………….. Blz. 22
Oefenvragen hoofdstuk 15 ……………………………………………………….. Blz. 23
Oefenvragen hoofdstuk 16 ……………………………………………………….. Blz. 24
Antwoorden ………………………………………………………………………. Blz. 26
3
, Oefenvragen hoofdstuk 1
1. Een wetenschapper beweert dat de ontwikkeling van het kind wordt bepaald door
genetische factoren. Welke visie past hier het beste bij?
a. Empirisme
b. Nativisme
c. Continue ontwikkeling
d. Discontinue ontwikkeling
2. Wanneer er gezegd wordt dat er bij de ontwikkeling van het kind sprake is van
verschillende ontwikkelingsfasen die elkaar opvolgen, dan gaat het om een …?
a. Continue ontwikkeling
b. Discontinue ontwikkeling
c. Domein-algemene ontwikkeling
d. Domein-specifieke ontwikkeling
3. Het leren kruipen heeft later invloed op het leren lopen. Bij welk soort ontwikkeling past
deze bewering het beste?
a. Continue ontwikkeling
b. Discontinue ontwikkeling
c. Domein-algemene ontwikkeling
d. Domein-specifieke ontwikkeling
4. Het Sinterklaasfeest heeft in Nederland voor veel ophef gezorgd door de pieten. De
pieten veranderden in gekleurde pieten, wat invloed heeft op kinderen. Onder welk
systeem van Bronfenbrenner kun je het Sinterklaasfeest plaatsen?
a. Microsysteem
b. Mesosysteem
c. Exosysteem
d. Macrosysteem
5. De moeder ervaart veel druk van haar werk, dit heeft indirect invloed op de ontwikkeling
van het kind. Onder welk systeem van Bronfenbrenner kun je dit het beste plaatsen?
a. Microsysteem
b. Mesosysteem
c. Exosysteem
d. Macrosysteem
6. Waar houdt de studie ontwikkelingspsychologie zich mee bezig?
4