1
Psychometrie - Hoofdstuk 1 en 2
Hoofdstuk 1
Leerdoel 1 = kunnen uitleggen wat verschillende uitdagingen zijn bij het meten.
In de wetenschap kijken we naar onmeetbare concepten en de samenhang hiertussen.
Voorbeeld: hechting, zelfvertrouwen, zelfbeeld.
Het zijn onzichtbare concepten die we niet zichtbaar kunnen waarnemen.
→ Hoe kunnen we deze onzichtbare dingen wel kunnen meten en gebruiken?
Met meetinstrumenten kun je de onderliggende constructen meten,
voorbeeld: depressievragenlijst (het is een maat van de depressie).
Hoe goed is deze vragenlijst score een weergave van de daadwerkelijke
onzichtbare construct/problematiek zoals depressie?
Wat we kunnen zien = gedrag (cognities, meningen etc)
Gedrag is een reflectie van het onderliggende construct. Voorbeeld: symptomen indirecte maat voor
beoordeling depressie.
Psychologisch meetinstrument = een systematische procedure om het gedrag van 2 of meer mensen
te vergelijken.
3 onderdelen
1. Gedrag (gedraging is zichtbaar en geeft informatie over het onzichtbare construct)
2. Systematische procedure (gedrag, wat je wilt weten, hangt af van een contexten hierdoor
moet de context van iedere meting hetzelfde zijn)
Het gedrag moet gemeten worden onder systematische dezelfde omstandigheden.
3. Gedrag vergelijken tussen 2 of meer mensen (scoort iemand hoger of lager dan iemand
anders)
3 types van meetinstrumenten die je vaak tegenkomt
1) Prestaties (vb: toets en hiermee indicatie over onze psychometrische kennis) of gedrag
meten
2) Criterium referentie (vb: moet een vast aantal vragen goed hebben) of normreferentie (vb:
beste 5% van de groep, geen standaard cut-off maar hangt af van de groep)
3) Speeded (vb: hoe snel) of power (vb: hoeveelheid fouten)
Test = systematische gedragsmaat die iets zegt over het onzichtbare construct waarin we
geïnteresseerd zijn.
Verschillende soorten zichtbare aspecten die je kunt meenemen om onzichtbare construct te
bepalen. De ene is beter dan de andere.
Psychometrie = meetinstrumenten bekijken en beoordelen welke meetinstrumenten wel/of niet (of
minder goed) het onzichtbare construct meten.
Eigenschappen van een test waar psychometrie naar kijkt =
• Betrouwbaarheid: als ik de test meerdere keren afneem, meet die dan iedere keer
hetzelfde?
(het kan pas valide zijn als het ook betrouwbaar is)
, 2
• Validiteit: hetgene wat ik iedere keer meet, is dat dan ook hetgene waar ik daadwerkelijk in
geïnteresseerd ben?
Voorbeeld: gewicht meten maar wijkt iedere keer 3 kg af dus wel betrouwbaar maar niet
valide omdat je het echte gewicht wilt weten.
Het verschil tussen mensen (bestuderen, gemiddelde berekenen etc).
Psychometrie = bedoelt om te kijken naar verschillende maten die we hebben voor onzichtbare
construct en of die wel goed genoeg zijn.
→ Zichtbaar maken a.d.h.v. gedrag en daar een getal aan hangen is moeilijk.
Er zijn 6 kernproblemen bij meten = Dit zijn uitdagingen.
Leerdoel 1 voor de toets!
1- Identificeer en leg menselijke psychologische kenmerken vast in een enkel nummer = Is het
mogelijk om een psychologisch kenmerk in 1 getal te omvatten?
VB: depressie, kenmerken verschillen maar de ernst hiervan verschil
slaapproblemen/zelfmoordneigingen.
Kunnen we individuele ervaringen die zo kwalitatief van elkaar verschillen, kan je die
überhaupt wel vangen met 1 maat?
Is het aannemelijk om een bepaald psychologisch attribuut kan samenvatten in 1 getal of zijn
er zulke belangrijke kwalitatieve verschillen dat dit niet kan?
Depressie, is niet 1 ding door de verschillende uitingen ervan, kan dus niet in 1 getal samen
te vatten.
2- Reactiviteit (reactie) van de participant =
Hoe reageren participanten op het feit dat ze gemeten worden (bewust of onbewust)?
Voorbeeld: bewust iedereen gaat iets ontkennen of iemand gaat er pas over na denken als je
de vraag stelt. Hierdoor gaan ze hun gedrag voor het eerst bewust bekijken en dit maakt
verschil in de reactie.
Je meet wat de participant wilt laten zien in het meetinstrument.
3- Objectiviteit (verwachtingen en BIAS effect) =
De score kan afhangen hoe een score geïnterpreteerd wordt door de onderzoeker.
Dit kan per informant anders worden beoordeeld.
In de opvatting van de onderzoeker spelen bepaalde verwachtingen een rol. Verwachtingen
of ideeën van de onderzoeker schijnen door in de meting en score van iets.
4- Composiet scores =
We werken in de psychosociale wetenschap met Composiet scores.
Psychometrie - Hoofdstuk 1 en 2
Hoofdstuk 1
Leerdoel 1 = kunnen uitleggen wat verschillende uitdagingen zijn bij het meten.
In de wetenschap kijken we naar onmeetbare concepten en de samenhang hiertussen.
Voorbeeld: hechting, zelfvertrouwen, zelfbeeld.
Het zijn onzichtbare concepten die we niet zichtbaar kunnen waarnemen.
→ Hoe kunnen we deze onzichtbare dingen wel kunnen meten en gebruiken?
Met meetinstrumenten kun je de onderliggende constructen meten,
voorbeeld: depressievragenlijst (het is een maat van de depressie).
Hoe goed is deze vragenlijst score een weergave van de daadwerkelijke
onzichtbare construct/problematiek zoals depressie?
Wat we kunnen zien = gedrag (cognities, meningen etc)
Gedrag is een reflectie van het onderliggende construct. Voorbeeld: symptomen indirecte maat voor
beoordeling depressie.
Psychologisch meetinstrument = een systematische procedure om het gedrag van 2 of meer mensen
te vergelijken.
3 onderdelen
1. Gedrag (gedraging is zichtbaar en geeft informatie over het onzichtbare construct)
2. Systematische procedure (gedrag, wat je wilt weten, hangt af van een contexten hierdoor
moet de context van iedere meting hetzelfde zijn)
Het gedrag moet gemeten worden onder systematische dezelfde omstandigheden.
3. Gedrag vergelijken tussen 2 of meer mensen (scoort iemand hoger of lager dan iemand
anders)
3 types van meetinstrumenten die je vaak tegenkomt
1) Prestaties (vb: toets en hiermee indicatie over onze psychometrische kennis) of gedrag
meten
2) Criterium referentie (vb: moet een vast aantal vragen goed hebben) of normreferentie (vb:
beste 5% van de groep, geen standaard cut-off maar hangt af van de groep)
3) Speeded (vb: hoe snel) of power (vb: hoeveelheid fouten)
Test = systematische gedragsmaat die iets zegt over het onzichtbare construct waarin we
geïnteresseerd zijn.
Verschillende soorten zichtbare aspecten die je kunt meenemen om onzichtbare construct te
bepalen. De ene is beter dan de andere.
Psychometrie = meetinstrumenten bekijken en beoordelen welke meetinstrumenten wel/of niet (of
minder goed) het onzichtbare construct meten.
Eigenschappen van een test waar psychometrie naar kijkt =
• Betrouwbaarheid: als ik de test meerdere keren afneem, meet die dan iedere keer
hetzelfde?
(het kan pas valide zijn als het ook betrouwbaar is)
, 2
• Validiteit: hetgene wat ik iedere keer meet, is dat dan ook hetgene waar ik daadwerkelijk in
geïnteresseerd ben?
Voorbeeld: gewicht meten maar wijkt iedere keer 3 kg af dus wel betrouwbaar maar niet
valide omdat je het echte gewicht wilt weten.
Het verschil tussen mensen (bestuderen, gemiddelde berekenen etc).
Psychometrie = bedoelt om te kijken naar verschillende maten die we hebben voor onzichtbare
construct en of die wel goed genoeg zijn.
→ Zichtbaar maken a.d.h.v. gedrag en daar een getal aan hangen is moeilijk.
Er zijn 6 kernproblemen bij meten = Dit zijn uitdagingen.
Leerdoel 1 voor de toets!
1- Identificeer en leg menselijke psychologische kenmerken vast in een enkel nummer = Is het
mogelijk om een psychologisch kenmerk in 1 getal te omvatten?
VB: depressie, kenmerken verschillen maar de ernst hiervan verschil
slaapproblemen/zelfmoordneigingen.
Kunnen we individuele ervaringen die zo kwalitatief van elkaar verschillen, kan je die
überhaupt wel vangen met 1 maat?
Is het aannemelijk om een bepaald psychologisch attribuut kan samenvatten in 1 getal of zijn
er zulke belangrijke kwalitatieve verschillen dat dit niet kan?
Depressie, is niet 1 ding door de verschillende uitingen ervan, kan dus niet in 1 getal samen
te vatten.
2- Reactiviteit (reactie) van de participant =
Hoe reageren participanten op het feit dat ze gemeten worden (bewust of onbewust)?
Voorbeeld: bewust iedereen gaat iets ontkennen of iemand gaat er pas over na denken als je
de vraag stelt. Hierdoor gaan ze hun gedrag voor het eerst bewust bekijken en dit maakt
verschil in de reactie.
Je meet wat de participant wilt laten zien in het meetinstrument.
3- Objectiviteit (verwachtingen en BIAS effect) =
De score kan afhangen hoe een score geïnterpreteerd wordt door de onderzoeker.
Dit kan per informant anders worden beoordeeld.
In de opvatting van de onderzoeker spelen bepaalde verwachtingen een rol. Verwachtingen
of ideeën van de onderzoeker schijnen door in de meting en score van iets.
4- Composiet scores =
We werken in de psychosociale wetenschap met Composiet scores.