Week 1: Schuld
Schuld = verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid.
1) Onvoorzichtigheid = schending van geschreven of ongeschreven regels -> objectief
2) Aanmerkelijkheid = afhankelijk van de situatie.
a. Garantenstellung: de manier waarop je behoort te handelen is afhankelijk van je beroep, rol
en algemene kennis. Je wordt vergeleken met de criteriumfiguur, dit is de gemiddelde
persoon met jouw beroep, rol en algemene kennis.
3) Verwijtbaarheid = verdachte kon het gevolg voorzien, kon anders handelen, maar deed dit niet ->
subjectief. Wanneer is het niet verwijtbaar?
a. Handelen met geoorloofde risico’s valt hier buiten
b. Schulduitsluitingsgronden:
i. Ontoerekeningsvatbaarheid (art. 39 Sr) -> ontslag van alle rechtsvervolging
ii. Psychische onmacht (art. 40 Sr), dit is het geval bij dwang
iii. Noodweerexces (art. 41 lid 2 Sr), zie w2eek 4
iv. Onbevoegd gegeven ambtelijk bevel (art. 43 lid 2 Sr)
Blackout arrest
Criteria voor schuld:
1) Kijken naar geheel van omstandigheden, aard en ernst daarvan en overige omstandigheden van
het geval
2) In zijn algemeenheid valt niet te eggen of 1 verkeersovertreding voldoende is voor schuld
3) Ernst van de gevolgen zijn niet zonder meer bepalend
4) Gedraging moet aanmerkelijk onvoorzichtig zijn
Roekeloosheid = buitengewone onvoorzichtigheid.
Gevolg: strafverzwaring.
Oude criteria van de Hoge Raad:
1) Buitengewone onvoorzichtigheid
2) Zeer ernstig gevaar in het leven geroepen
3) Dader is zich van dit gevaar bewust geweest of had dat moeten zijn
4) Je moet je buiten het gewone verkeer bevinden
Nieuwe criteria:
1) Verkeersregels zijn opzettelijk in ernstige mate geschonden
2) Gevolg was te voorzien
3) Gevolg is levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel (noodzakelijk!!!)
4) Jezelf buiten het gewone verkeer bevinden niet meer vereist
5) Opzet op de gedraging, niet op het gevolg
, Week 2: Opzet en voorbedachte raad
Opzet = willens en wetens handelen, kan gericht zijn op een gevolg
1) Bij een doelgerichte gedraging en verklaring achteraf is duidelijk bewijs voor willens en wetens
handelen
2) Doelgerichte gedraging is een gedraging waaruit af te leiden is dat een bepaald gevolg naar
waarschijnlijkheid al intreden
Voorwaardelijk opzet = bewust de aanmerkelijke kans op het gevolg aanvaarden of op de koop
toenemen
HIV arrest
Criteria voorwaardelijk opzet:
1) Aanmerkelijke kans; deze hangt af van de aard van de gedraging, de omstandigheden van het
geval en de algemene ervaringsregels
a. Aanmerkelijkheid van de kans is NIET afhankelijk van de aard van het gevolg
b. Aanmerkelijke kans is een reële kans
2) Willens en wetens, zie ‘opzet’
3) Bewuste aanvaarding; verdachte moet weten dat er een aanmerkelijke kans is en deze ook
welbewust aanvaarden
a. Wordt bewezen door verklaringen of door te kijken naar de uiterlijke
verschijningsvorm
Wanneer is er sprake van opzet?
Stappenplan:
1) Objectief -> aanmerkelijke kans is een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te
noemen is
2) Subjectief -> wetenschap en aanvaarding van een aanmerkelijke kans
3) Bewijs van aanvaarding -> behoudens contra-indicaties (=uitzonderingen)
Voorbedachte raad = verdachte heeft zich enige tijd kunnen beraden op het te nemen of genomen
besluit
Gevolg: strafverzwaring
1) Geen sprake van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling
2) Gelegenheid gehad om na te denken over de betekenis en gevolgen van de daad en zich daarvan
rekenschap gegeven
3) Motiveringsplicht, ivm strafverzwarende effect
4) Contra-indicaties:
a. Plotselinge hevige drift
b. Korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering
c. Gelegenheid tot beraad pas tijdens de uitvoering