1.1
Massamedia kunnen we onderscheiden in 3 soorten:
-gedrukte: pers (tijdschriften)
-audiovisuele: tv +radio
-digitale media (twitter)
Cultuur is ook wel de ‘beschaving van een land’.
Cultuur is zowel materieel als immaterieel.
Culturen zijn altijd relatief, dat wil zeggen:
-tijd & plaats-gebonden
-ze veranderen onder invloed van wijzigende omstandigheden (economische/politieke)
Cultuur heeft drie dimensies
1. Ideële dimensie waarden/ideeën
2. Normerende dimensies op grond van waarden ontstaan gewoontes
3. Materiële dimensies kunst, kleding etc.
Functies van cultuur
-geeft richting aan denken, doen, en laten van mensen
-cultuur is betekenis gevend
-cultuur werkt identificerend
-cultuur legt beperkingen op aan het gedrag
Deviant gedrag: afwijkend gedrag van de heersende cultuur
Sociale controle: middel waarmee mensen of groepen in de MAAT anderen mensen zo onderdruk
zetten om zich aan de algemeen geldende norm te houden.
1.2
Subcultuur = cultuur die in bepaalde opzichten afwijkt van de heersende cultuur.
eigen waarden/normen, gewoonten en regels.
Overheersende cultuur: de dominante cultuur.
Tegen of contraculturen: culturen die zich tegenover de heersende cultuur verzetten.
Een cultuur is normatief: de leden gedragen zich volgens de voorschriften van hun (sub)cultuur.
een cultuur is dus een collectief ideaal.
Multiculturele samenleving: SL waarin vele verschillende culturen naast elkaar bestaan.
Immigranten: binnenkomende landsverhuizers.
Wereld is steeds meer een global village
Etnocentrisme: centraal stellen van de eigen cultuur bij de benadering van andere.
Referentiekader: geheel van persoonlijke waarden, normen etc. van hieruit benader je andere
culturen.