ANATOMIE & FYSIOLOGIE
WEEK 2
Claire Snel
GEZONDHEID EN LEVEN Vrije Universiteit Amsterdam
,Inhoudsopgave
HC 1 Anatomie van de urinewegen .................................................................................................................. 2
Hogere urinewegen ........................................................................................................................................... 2
Lagere urinewegen ............................................................................................................................................ 7
HC 2.1 Nierfysiologie deel 1 ............................................................................................................................ 11
Nefron functie; glomerulaire filtratie; mictie ................................................................................................. 11
HC 2.2 Nierfysiologie deel 2 ............................................................................................................................ 19
Water en elektrolyt-huishouding .................................................................................................................... 19
HC 2.3 Nierfysiologie deel 3 ............................................................................................................................ 26
Zuur-base evenwicht ....................................................................................................................................... 26
HC 3.1 Fysiologie bloedvaten en circulatie deel 1 ........................................................................................... 30
HC 3.2 Fysiologie bloedvaten en circulatie deel 2 ........................................................................................... 38
HC 3.3 Fysiologie bloedvaten en circulatie deel 3 ........................................................................................... 43
1
,HC 1 Anatomie van de urinewegen
Inleiding
Urinewegen
- “The series of channels by which the urine passes from the renal pelvis out of the
body”
- “The tract through which urine passes and which consists of the renal tubules and
renal pelvis of the kidney, the ureters, the bladder, and the urethra.”
Hogere urinewegen
Hogere urinewegen locatie
- Locatie van nieren
o Onder de thorax
o Beschermd door lagere ribben
▪ Rechts=Th12–L3
▪ Links=Th11–L2
- ‘Mobiele’ nieren
o Nieren gedeeltelijk gefixeerd (liggen
deels vast
o Bewegen naar L4 met respiratie
- Ventrale buikwand
o Denkbeeldige lijnen bij
herkenningspunten
o Zo verdeeld in regio’s
o Gebruikt voor aanduiden klachten
- Pijn (bijv. nierbekkenontsteking)
o Regio (pubica) , lumbalis
o Met name in flanken
2
, - Nabij linkernier
o Anterieur
▪ Milt / maag / pancreas
▪ Flexura colica (darm)
o Posterieur
▪ Diafragma / ribben / m. psoas
- Nabij rechternier
o Anterieur
▪ Lever / duodenum / flexura colica
o Posterieur
▪ Diafragma / ribben / m. psoas
- Hogere urinewegen
o Nieren met nierbekken
o Ureteren
- Lagere urinewegen
o Blaas (evt prostaat)
o Urethra
- Relatie peritoneum
o Locatie nieren: achter peritoneum = retroperitoneaal
o Dicht bij de wervelkolom
- Peritoneum Peritoneum weg →
o Membraan in het abdomen
o Bekleed buikwand en omvat organen
o Onderscheid buikholte en retroperitoneum
- Reis naar retroperitoneum
Openen buikholte Verplaatsen vetschort Verwijderen Doornemen mesenterium
(omentum majus) dunne darm en verwijderen maag
➢ Blaas en rectum zijn subperitoneaal >> onder het peritoneum (afb volgende blz.)
>> liggen in het bekken >> horen niet bij buikholte omdat ze onder het buikvlies
liggen (velletje over de nieren in Rafb. is peritoneum)
3
,- In doorsnede
o Nieren dus achter buikholte
o Bekleed door peritoneum (groen in rechter afb.)
o En dus retroperitoneaal (in het grijze gedeelte, achter het
peritoneum)
- Nieren beschermd door fascie
o Fascia renalis (rood in afb.)= voortzetting peritoneum
o Splitst rond nier in 2 bladen
▪ Prerenaal blad (Gerota)
▪ Postrenaal blad
- In coronaal aanzicht (middelste afbeelding)
o Fascie van Gerota rondom
▪ Behalve richting caudaal → fascie is onderaan niet gesloten
▪ Dus aan de onderkant heeft de nier alleen ondersteuning door vet
▪ Mogelijke verklaring voor ‘wandelende nier’ >> bij dunne mensen: minder vet
• Probleem? Ja! Nier is opgehangen aan urineleiders, arteriën, venen en
zenuwen > verschuiving naar beneden: rek op structuren en dus pijn
- Opbouw in lagen
o Fascia renalis is buitenste bindweefsellaag
o Buiten fascia pararenaal vet
o Binnen fascia is perirenaal vet
▪ Samen ook wel capsula adiposa: kapsel van vet
o Binnenste laag is nierkapsel
▪ Ook wel capsula fibrosa (rode lijn)
4
, Hogere urinewegen nieren
- Anatomie nieren
o Binnenste laag is fibreus kapel
▪ Rek op kapsel geeft pijn
o Nierpoort (hilum) geeft toegang tot nier
- Hilum
o Arterie = a. renalis
o Vene = v. renalis
o Urineleider
o Zenuwtakjes en lymfevaten
- Functie nieren
o Filteren en afvoeren afvalstoffen
o Reguleren vochthuishouding (zouten)
o Reservoir voor urine
- Binnen aanzicht nier
o Onderverdeling in nierweefsel
▪ Schors (cortex)
▪ Merg (medulla)
- Medulla
o Bestaat uit piramides renalis
▪ Staan in contact met verzamelsysteem
▪ Plaats van contact met verzamelsysteem is
papilla renalis
- Verzamelsysteem
o Bestaat uit 2-3 calices majores (meervoud van
calix) (rode cirkels)
o Calix major splitst in 2-3 calices minores
o Je zou kunnen zeggen dat elke papilla renalis
uitmondt in calice minor, die weer uitstromen in
calix major
o Komt er op neer dat je 6-9 van calix minoren
hebt
- Cortex
o Tussen piramides uitstulpingen van schors
o Ook wel columna renalis
5
WEEK 2
Claire Snel
GEZONDHEID EN LEVEN Vrije Universiteit Amsterdam
,Inhoudsopgave
HC 1 Anatomie van de urinewegen .................................................................................................................. 2
Hogere urinewegen ........................................................................................................................................... 2
Lagere urinewegen ............................................................................................................................................ 7
HC 2.1 Nierfysiologie deel 1 ............................................................................................................................ 11
Nefron functie; glomerulaire filtratie; mictie ................................................................................................. 11
HC 2.2 Nierfysiologie deel 2 ............................................................................................................................ 19
Water en elektrolyt-huishouding .................................................................................................................... 19
HC 2.3 Nierfysiologie deel 3 ............................................................................................................................ 26
Zuur-base evenwicht ....................................................................................................................................... 26
HC 3.1 Fysiologie bloedvaten en circulatie deel 1 ........................................................................................... 30
HC 3.2 Fysiologie bloedvaten en circulatie deel 2 ........................................................................................... 38
HC 3.3 Fysiologie bloedvaten en circulatie deel 3 ........................................................................................... 43
1
,HC 1 Anatomie van de urinewegen
Inleiding
Urinewegen
- “The series of channels by which the urine passes from the renal pelvis out of the
body”
- “The tract through which urine passes and which consists of the renal tubules and
renal pelvis of the kidney, the ureters, the bladder, and the urethra.”
Hogere urinewegen
Hogere urinewegen locatie
- Locatie van nieren
o Onder de thorax
o Beschermd door lagere ribben
▪ Rechts=Th12–L3
▪ Links=Th11–L2
- ‘Mobiele’ nieren
o Nieren gedeeltelijk gefixeerd (liggen
deels vast
o Bewegen naar L4 met respiratie
- Ventrale buikwand
o Denkbeeldige lijnen bij
herkenningspunten
o Zo verdeeld in regio’s
o Gebruikt voor aanduiden klachten
- Pijn (bijv. nierbekkenontsteking)
o Regio (pubica) , lumbalis
o Met name in flanken
2
, - Nabij linkernier
o Anterieur
▪ Milt / maag / pancreas
▪ Flexura colica (darm)
o Posterieur
▪ Diafragma / ribben / m. psoas
- Nabij rechternier
o Anterieur
▪ Lever / duodenum / flexura colica
o Posterieur
▪ Diafragma / ribben / m. psoas
- Hogere urinewegen
o Nieren met nierbekken
o Ureteren
- Lagere urinewegen
o Blaas (evt prostaat)
o Urethra
- Relatie peritoneum
o Locatie nieren: achter peritoneum = retroperitoneaal
o Dicht bij de wervelkolom
- Peritoneum Peritoneum weg →
o Membraan in het abdomen
o Bekleed buikwand en omvat organen
o Onderscheid buikholte en retroperitoneum
- Reis naar retroperitoneum
Openen buikholte Verplaatsen vetschort Verwijderen Doornemen mesenterium
(omentum majus) dunne darm en verwijderen maag
➢ Blaas en rectum zijn subperitoneaal >> onder het peritoneum (afb volgende blz.)
>> liggen in het bekken >> horen niet bij buikholte omdat ze onder het buikvlies
liggen (velletje over de nieren in Rafb. is peritoneum)
3
,- In doorsnede
o Nieren dus achter buikholte
o Bekleed door peritoneum (groen in rechter afb.)
o En dus retroperitoneaal (in het grijze gedeelte, achter het
peritoneum)
- Nieren beschermd door fascie
o Fascia renalis (rood in afb.)= voortzetting peritoneum
o Splitst rond nier in 2 bladen
▪ Prerenaal blad (Gerota)
▪ Postrenaal blad
- In coronaal aanzicht (middelste afbeelding)
o Fascie van Gerota rondom
▪ Behalve richting caudaal → fascie is onderaan niet gesloten
▪ Dus aan de onderkant heeft de nier alleen ondersteuning door vet
▪ Mogelijke verklaring voor ‘wandelende nier’ >> bij dunne mensen: minder vet
• Probleem? Ja! Nier is opgehangen aan urineleiders, arteriën, venen en
zenuwen > verschuiving naar beneden: rek op structuren en dus pijn
- Opbouw in lagen
o Fascia renalis is buitenste bindweefsellaag
o Buiten fascia pararenaal vet
o Binnen fascia is perirenaal vet
▪ Samen ook wel capsula adiposa: kapsel van vet
o Binnenste laag is nierkapsel
▪ Ook wel capsula fibrosa (rode lijn)
4
, Hogere urinewegen nieren
- Anatomie nieren
o Binnenste laag is fibreus kapel
▪ Rek op kapsel geeft pijn
o Nierpoort (hilum) geeft toegang tot nier
- Hilum
o Arterie = a. renalis
o Vene = v. renalis
o Urineleider
o Zenuwtakjes en lymfevaten
- Functie nieren
o Filteren en afvoeren afvalstoffen
o Reguleren vochthuishouding (zouten)
o Reservoir voor urine
- Binnen aanzicht nier
o Onderverdeling in nierweefsel
▪ Schors (cortex)
▪ Merg (medulla)
- Medulla
o Bestaat uit piramides renalis
▪ Staan in contact met verzamelsysteem
▪ Plaats van contact met verzamelsysteem is
papilla renalis
- Verzamelsysteem
o Bestaat uit 2-3 calices majores (meervoud van
calix) (rode cirkels)
o Calix major splitst in 2-3 calices minores
o Je zou kunnen zeggen dat elke papilla renalis
uitmondt in calice minor, die weer uitstromen in
calix major
o Komt er op neer dat je 6-9 van calix minoren
hebt
- Cortex
o Tussen piramides uitstulpingen van schors
o Ook wel columna renalis
5