Onderzoek naar de Betrouwbaarheid en Validiteit van de Strengths and Difficulties
Questionnaire (SDQ)
Meten en Diagnostiek 1
Vrije Universiteit Amsterdam
27 maart 2020
1
, BETROUWBAARHEID EN VALIDITEIT SDQ
Onderzoek naar de Betrouwbaarheid en Validiteit van de Strengths and Difficulties
Questionnaire (SDQ)
Er is veel discussie over de diagnosticering van gedrags- en cognitieve problemen,
vooral bij jongere kinderen. Zo houden veel mensen er niet van om labels aan mensen toe te
wijzen, en is er ook veel verdeeldheid over waar de grens precies ligt tussen simpelweg
problemen hebben en een stoornis hebben. Zeker in het geval van kinderen diagnosticeren,
die nog veel te ontwikkelen hebben, is het belangrijk om veel onderzoek te doen naar de
testen waarmee mogelijke stoornissen vastgesteld worden.
De Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) (Goodman, 1997) wordt gebruikt
om verschillende mogelijke psychische problemen bij kinderen en jongvolwassenen vast te
stellen. De SDQ bestaat uit een totale probleemschaal opgedeeld in vijf subschalen:
emotionele symptomen, gedragsproblemen, hyperactiviteit/onoplettendheid, relatieproblemen
en prosociaal gedrag. De vragenlijst kan helpen bij het begrijpen van bepaald gedrag en
eventueel probleemgedrag verhelpen. In dit onderzoek zal de betrouwbaarheid en validiteit
van deze vragenlijst gemeten worden. Voor kinderen is dit van belang voor verdere
ontwikkeling en educatie, maar ook voor jongvolwassenen (met problemen) is het een
waardevol instrument.
Onderzoek naar de betrouwbaarheid en validiteit van de SDQ vragenlijst is belangrijk
omdat er beslissingen gemaakt worden op basis van de resultaten van de vragenlijst,
bijvoorbeeld beslissingen over speciale zorg en/of onderwijs. Het is cruciaal dat er de juiste
beslissingen gemaakt worden, op basis van juiste informatie. Een betrouwbaar instrument
heeft weinig tot geen meetfouten en meet consequent hetzelfde construct. Voor het meten van
de betrouwbaarheid werden in dit onderzoek de totaalscores, de scores van de
hyperactivieitsschaal en de scores van de schaal voor prosociaal gedrag geanalyseerd. Een
valide instrument meet het construct dat het bedoelt te meten. Onder validiteit worden er in
dit onderzoek drie dingen gemeten: convergente validiteit, discriminante validiteit en
criteriumvaliditeit. Bij de convergente validiteit wordt de samenhang tussen resultaten uit een
onderzoek en de resultaten van een vergelijkbaar onderzoek gemeten, discriminante validiteit
meet de relatie tussen de oorspronkelijke test en een andere test die een ander construct meet
en criterium validiteit verwijst naar de overeenkomst tussen de test als voorspelling van een
andere meting. Voor het meten van de validiteit van de SDQ werd in dit onderzoek gebruik
gemaakt van de subschaal hyperactiviteit. Naast de SDQ werd in dit onderzoek ook gebruik
gemaakt van andere instrumenten: The Revised Conners' Parent Rating Scale (CPRS-RL)
waarvan de lange versie werd gebruikt (Conners, Sitarenios, Parker, & Epstein, 1998) en de
2