REDI-Interventies: de Relatie tussen Geslacht, Prosociaal Gedrag, het Vermogen om
Aandacht te Verwisselen en Schoolprestaties
Statistiek 2
31 maart 2021
, ONDERZOEK REDI-INTERVENTIE
Inleiding
Executieve functies zijn cognitieve processen die de doelgericht gedrag plannen en
aansturen (Maastricht University, z.d.). Kinderen ontwikkelen deze functies in hoog tempo
maar niet allemaal in dezelfde mate. Omdat cognitieve functies een groot aandeel hebben in
het behalen succesen op school, is het belangrijk dit grondig te onderzoeken en
interventiemethoden te ontwikkelen om kinderen die achterblijven in ontwikkeling te kunnen
ondersteunen (Bierman & Torres, 2016).
Deze studie heeft onderzoek gedaan naar een specifieke executieve functie: het
verschuiven van de aandacht. De studie richtte zich op verschillende variabelen die hiermee
geassocieerd zouden kunnen zijn en deed onderzoek naar de American Head Start REDI
interventiemethode (Bierman, z.d.). In dit verslag wordt onderzoek gedaan twee mogelijke
verbanden. De variabelen die hierbij worden gebruikt zijn: het vermogen om aandacht te
verwisselen, schoolprestaties, prosociaal gedrag, sekse en interventiegroep.
Er wordt verwacht dat kinderen die hoog scoren op de test om aandacht te wisselen,
ook hogere schoolprestaties behalen omdat goed ontwikkelde hersenfuncties dat
ondersteunen. Wanneer een kind ook prosociaal gedrag vertoont, wordt verwacht dat het kind
tot een sterkere mate ontwikkeld is en de schoolprestaties in dat geval nog hoger zijn. De
hypothese die hiervoor getest zal worden is als volgt: “Des te hoger de score op “aandacht
wisselen posttest”, des te hoger de schoolprestaties zijn. Dit verband wordt versterkt wanneer
een kind prosociaal gedrag vertoont.”
Verder wordt in deze studie verwacht dat meisjes hoger scoren op de test om aandacht
te verwisselen, omdat de ontwikkeling van verschillende hersenfuncties bij meisjes over het
algemeen eerder plaatsvindt dan bij jongens. Wanneer meisjes in een REDI-interventiegroep
gezeten hebben zal dit verschil nog groter zijn. De hypothese die hiervoor getest zal worden
is als volgt: “Meisjes scoren hoger op “aandacht wisselen posttest” dan jongens en dit
verband is sterker wanneer zij in de REDI-interventiegroep zitten.”.
Methode
Participanten
Er deden in totaal 350 kinderen mee aan het onderzoek, waarvan 174 meisjes (49.7%)
en 176 jongens (50.3%). De kinderen werden op driejarige leeftijd tijdens de peuterschool op
aselecte manier toegewezen aan drie groepen: de REDI-interventie groep (N = 126), een
actieve controlegroep (N = 109) en een passieve controlegroep (N = 115).