Duitsland werd -in vergelijking met veel andere Europese landen-
pas laat, in 1871, een nationale staat. Vóór die tijd was het Duitse
gebied verdeeld in allerlei kleine vorstendommetjes, waarvan
Pruisen en Beieren de twee grootste waren. Ook Oostenrijk was
eigenlijk een ‘Duitse’ staat, maar dit land deed niet mee en bleef
samen met Hongarije een dubbelmonarchie.
Na de verpletterende overwinning van de Duitsers in de Frans-
Duitse oorlog (1870- 1871) werd in Versailles het keizerrijk
Duitsland uitgeroepen: Pruisen nam in dit nieuwe Duitsland de
leiding: koning Wilhelm van Pruisen werd keizer en Otto van
Bismarck regeerde als kanselier.
Na Bismarck nam keizer Wilhelm II de leiding over en probeerde
Duitsland nog meer aanzien te geven. De keizer wilde van
Duitsland een machtig land maken met veel koloniën, een sterk
leger en vooral een sterke vloot. Ook economisch bloeide Duitsland
op: vooral het Ruhrgebied (veel ijzererts en steenkool) ontwikkelde
zich sterk en Duitsland werd al snel een industriële grootmacht.
De opkomst van Duitsland als sterke mogendheid botste met
andere Europese grootmachten. Engeland voelde zich op zee
bedreigd door de groeiende Duitse vloot, Frankrijk was de oorlog
van 1871 nog niet vergeten en Rusland had zelf ambities om hun
macht uit te breiden, bijvoorbeeld op de Balkan. Het steeds minder
sterk wordende Ottomaanse Rijk en ook de Dubbelmonarchie
Oostenrijk/Hongarije stelden juist steeds minder voor.
Uit angst voor conflicten besloten deze landen tot
bondgenootschappen, zoals de Triple Entente van Rusland,
Frankrijk en Engeland en de Triple Alliantie van Duitsland,
Oostenrijk en het Ottomaanse Rijk.
Door de bondgenootschappen, maar ook door het militarisme en
het nationalisme kwam het in 1914 uiteindelijk tot een botsing. Wat
op zich een klein voorval leek, de moord op de Oostenrijkse
kroonprins Frans Ferdinand, bleek even later de aanzet tot een
grote oorlog: WO-I.
,WO-I laat zich kenmerken door:
- erg veel (dodelijke) slachtoffers, waaronder veel burgers (door
bombardementen)
- tweefrontenoorlog, waarvan het westfront in loopgraven;
- nieuwe wapens, zoals de tank en het vliegtuig (en gifgas);
- grote betrokkenheid van de burgerbevolking (vrouwen in de
fabriek,
- Voedseldistributie, nieuws via de radio, etc.)
Eind van WO-I
Aan het eind van WO-I lijkt Duitsland te winnen, omdat de Russen
(door de communistische Russische Revolutie) een ongunstige
vrede sluiten met de Duitsers en de Duitsers al hun soldaten naar
het westfront sturen. Mede door deelname van de Verenigde Staten
vanaf 1917 lukt het Duitsland niet een doorbraak te forceren.
Ondertussen was het in Duitsland zelf onrustig geworden: veel
Duitsers klaagden (over de voedselvoorziening die door de Engelse
zeeblokkade stroef verliep, door vele slachtoffers, door het zware
werk van vrouwen in de fabrieken). Toen het gemor aanbleef en de
roep om een andere regering steeds duidelijker werd, trad de keizer
af. Wilhelm II vluchtte vervolgens naar Nederland, waar hij enkele
jaren later overleed. In Duitsland werd door de sociaal-democraten
de Republiek uitgeroepen.
De Weimarrepubliek
Eenmaal aan de macht besloot de regering -onder leiding van
kanselier Ebert- tot een wapenstilstand met Frankrijk, Engeland en
de VS. Deze wapenstilstand van 11- 11-1918 zou later in het
Verdrag van Versailles worden bekrachtigd (1919)
Deze nieuwe regering van Duitsland was niet bij iedereen geliefd:
- de conservatieve elite van het land verlangde naar een terugkeer
van de keizer
- de keizertijd en had weinig sympathie voor de democratie;
, - de communisten waren het niet eens met de sociaal-democatische
visie op het
- socialisme. In navolging van wat in Rusland was gebeurd, wilden
zij ook een communistische revolutie. Lange tijd was het hierdoor
erg onrustig in Berlijn, totdat het leger aangevuld met vrijwilligers
een einde maakte aan deze communistische poging tot revolutie.
Door de onrust in Berlijn werd de nieuwe republiek officieel in het
plaatsje Weimar opgericht, vandaar de naam Weimarrepubliek.
- veel oud-soldaten voelden zich met de wapenstilstand van 1918
verraden door de sociaal-democratische regering
(dolkstootlegende) en keerden zich tegen Weimar.
De parlementaire democratie in de Republiek van Weimar werd wel
gesteund door:
- sociaal-democraten (SPD)
- enkele liberalen
- de katholieken (Das Zentrum)
Duitsland en Verdrag van Versailles
Veel Duitsers waren het niet eens met het Verdrag van Versailles,
dat zij het Diktat van Versailles noemden. Duitsland werd immers
hoofdverantwoordelijk gesteld voor WO-I en kreeg allerlei
strafmaatregelen, zoals:
- het betalen van herstelbetalingen (132 miljard goudmark);
- het afstaan van circa 10% van het grondgebied en van de
koloniën;
- het verkleinen van het leger en opheffen van de luchtmacht;
- het demilitariseren van het Rheinland, het grensgebied tussen
Duitsland en Frankrijk