Praktijkleren drie
Naam:
Studentnummer:
Docent:
Groepscode:
Cursuscode:
Aantal woorden: 5496
Inleverdatum:
,Inhoudsopgave
1- Reflectie ............................................................................................................................................ 2
2- Ethiek ................................................................................................................................................ 6
3- Reflecteren op de bijeenkomsten .................................................................................................... 16
Literatuurlijst ........................................................................................................................................... 17
Bijlagen .................................................................................................................................................... 19
1
, 1- Reflectie
Voor het schrijven van het reflectieverslag is gebruik gemaakt van de structuur van de
reflectiewijzer (Hogeschool Utrecht, 2020). Aangezien de vragen in de reflectiewijzer niet
volledig overeenkomen met het beoordelingsformulier, corresponderen de namen van de
paragrafen van het verslag met het beoordelingsformulier. De vragen van het reflectieverslag zijn
verworven in de tekst.
1.1 Focus
1.1.1 Casusbeschrijving
De situatie vindt plaats in één van de eerste weken van mijn stage. Een patiënt van zeventien jaar
heeft suïcidale gedachten. In de avonddienst is er door haar moeder contact opgenomen met de
afdeling. Haar moeder geeft aan dat zij in de zoekgeschiedenis van de telefoon van haar dochter
heeft gevonden hoe zij suïcide kon plegen met medicatie. Naar aanleiding van dit gesprek met
moeder, is zij ingeschat door een kind- en jeugdpsychiater, waarna zij veilig wordt verklaard. De
patiënt is veilig de nacht doorgekomen. Naast het telefoontje van moeder, wordt er door twee
andere patiënten gesuggereerd dat ze paracetamol aan het opsparen is om uiteindelijk een
suïcidepoging te kunnen doen.
De volgende dag ben ik als stagiaire aan het werk. De patiënt was rustig en timide aanwezig, haar
gedrag was anders dan normaal en ze verscheen niet bij het ontbijt. Een collega vroeg of ik haar
wilde gaan halen van haar kamer. Ik twijfelde of ik naar haar toe zou gaan gezien de situatie van
de avond ervoor. Uiteindelijk ben ik toch naar haar kamer toe gegaan met het alarmeringssysteem
van de afdeling en ik voelde mij zenuwachtig. Ik realiseerde mij dat ik niet goed wist wat ik
eigenlijk zou moeten doen als het niet goed zou gaan met haar of als zij op dat moment een
suïcidepoging zou hebben ondernomen. De keuze om toch naar haar toe te gaan was omdat zij
veilig was verklaard door de psychiater. Achteraf vroeg ik mij af of ik toch niet mijn collega had
moeten laten gaan. Bij haar kamer aangekomen, was er niks aan de hand en liep ze met mij mee
naar het ontbijt.
Naar aanleiding van haar gedrag is een collega met haar in gesprek gegaan en is gebleken dat zij
concrete suïcide plannen had gemaakt. Dit wetende ontstond de gedachte bij mij wat ik aan had
kúnnen treffen. Hiermee beken ik dat ik mezelf op dit gebied onbevoegd en onbekwaam vond, en
dat mocht de situatie ernstig zijn, ik daar niet goed en met voldoende kennis naar zou kunnen
handelen.
Uiteindelijk is de patiënt wederom ingeschat door een kind- en jeugdpsychiater en bleek dat zij de
suïcidepoging niet op korte termijn wilde uitvoeren. Dit stelde mij wat meer gerust, maar
daarnaast vroeg ik me af hoe betrouwbaar zo een uitspraak eigenlijk zou zijn.
Ik merkte dat ik de situatie heftig vond, voornamelijk omdat ik mezelf op dit gebied onbevoegd en
onbekwaam achtte. Doordat deze situatie zich voor heeft gedaan kwam ik erachter dat ik nog
onervaren ben op het gebied van suïcide (pogingen). Ik acht mijzelf in die situatie onbevoegd en
onbekwaam om adequaat en professioneel te handelen in die situatie. Maar iets heeft ervoor
gezorgd dat ik toch mezelf in de onaangename situatie heb geplaatst.
2