Week 1 Ruimtelijk bestuursrecht op drie niveaus: structuurvisie
Ruimtelijke wetgeving
- Wet ruimtelijke ordening (Wro)
- Woningwet (Ww)
Waterplannen en de implementatie van de Krw en Ror
De plannen zullen maatregelen moeten bevatten om de kwaliteitsnormen voor alle wateren
op tijd te halen.
Structuurvisie – Algemeen
• hoofdpunten van voorgenomen ontwikkeling en voorstellen over uitvoering; lange
termijn werk. Moet naar de burger toe en voor zichzelf.
• Verplicht: hele grondgebied; er moet in ieder geval 1 algemene structuurvisie
gemaakt worden. Zowel rijk, provinciaal of gemeentelijk niveau.
• Facultatief: aspecten van ruimtelijk beleid; Mag ook tav infrastructuur etc, is niet
verplicht.
Structuurvisie – procedureel
• In structuurvisie moet worden aangegeven op welke wijze burgers en
maatschappelijke organisaties zijn betrokken bij de voorbereiding van de
structuurvisie. (2.1.1. Bro);
• Kennisgeving voorbereiding structuurvisie in huis- aan huisblad (1.3.1 Bro) burgers
mogen zienswijze geven bij bijv. Pizzapuntsessies.
• In Bro en Wro zijn verder geen eisen opgenomen over de procedure.
• Vaak wordt e.e.a. wel geregeld in de inspraakverordeningen. Veel gemeente hebben
inspraakverordeningen, en om het makkelijk en transparant te maken, verklaren zijn
de inspraakverordening ook van toepassing. Is niet verplicht.
Structuurvisie Rijk over heel Nederland
• voorbereiding
• Met burgers en maatschappelijke organisaties (zie 2.1.1 Bro)
• vaststelling
• Onze minister ( =I & M) (art. 2.3 lid 1 Wro)
uitvoering
• Overleg TK en/of EK (art. 2.3 lid 3 en 4 Wro)
meest actuele algemene structuurvisie
• Structuurvisie infrastructuur en milieu
Week 2 Het bestemmingsplan: inhoud; beheersverordening
- Art. 2.1 lid 1 sub c Wabo: het is verboden om zonder omgevingsvergunning van het
planologische regime af te wijken
- Art. 2.12 Wabo: onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van het
planologisch regime
Het bestemmingsplan
- Een juridisch bindend plan waarin algemeen verbindende voorschriften voor het
gebruik van de grond worden gegeven
o Art. 3.1 Wro: Door de gemeenteraad wordt voor het gehele gemeentelijke
grondgebied ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming
van de in het plan begrepen grond aangewezen en met het oog op die
bestemming regels gegeven. Die regels betreffen in elk geval regels omtrent
het gebruik van de grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. De
regels kunnen teven strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het
, plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels t.a.v.
woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages
gerelateerd aan het plangebied
- Art. 3.1.3 Bro: het bestemmingsplan dient voor elke bestemming een
doeleindenomschrijving te bevatten, waarbij per bestemming het doel of de
doeleinden worden aangegeven
- Art. 3.1.6 Bro: een bestemmingsplan gaat verder vergezeld van een toelichting,
waarin t.a.v. een aantal aspecten een motivering van de in het plan gemaakte keuzes
moet worden neergelegd
o Toelichting is van belang voor de uitleg van voorschriften van het plan en de
toelichting op de ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied
Geen onderdeel van het bestemmingsplan
niet juridisch bindend
bestemmingen ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening
- een goede ruimtelijke ordening zal moeten blijken uit het bestemmingsplan
o de gemeenteraad bepaalt de gewenste ruimtelijke structuur en welke vormen
van grondgebruik op welke plaatsen worden toegestaan en welke vormen van
grondgebruik juist worden geweerd
o doel: het verkrijgen van een goed ruimtegebruik in een gebied als geheel,
waarbij zoveel mogelijk tegemoet gekomen wordt aan de maatschappelijke
behoeften van de samenleving
maatschappelijke behoeften stellen eisen aan de ruimtelijke inrichting van een gebied
- de hoeveelheid ruimte die voor een bepaalde maatschappelijke behoefte beschikbaar
is
- de wijze waarop die behoeften zich ten opzichte van elkaar verhouden
eisen v/d maatschappij aan de inrichting van een gebied:
- in wettelijke voorschriften bijv. luchtkwaliteitseisen
o met inachtneming van de wettelijke voorschriften heeft de
bestemmingsplanwetgever beleidsvrijheid om aan de maatschappelijke eisen
die aan bepaalde gebruiksvormen en aan de ruimtelijke inrichting van een
bepaald gebied worden gesteld, te bepalen
- buitenwettelijke richtlijnen
o de bestemmingsplanwetgever kan gemotiveerd afwijken
Situeringskenmerken
- de bijzondere eisen die een bepaalde vorm van ruimtegebruik aan de omgeving stelt
en de bijzondere invloed die de gebruiksvorm op de omgeving heeft
o situeringsbeslissingen kunnen worden genomen met het oog op bepaalde
maatschappelijke belangen, maar alleen voor zover deze belangen een
ruimtelijke dimensie hebben
Door het toekennen van bestemmingen aan de grond bepaalt de raad welke vormen van
ruimtegebruik op welke locatie kunnen worden toegestaan vanuit een door de raad gewenste
ruimtelijke structuur die het beste aansluit bij de maatschappelijke behoeften binnen de
gemeente
Uitspraak ABRvS:
- een bestemmingsplan heeft een goede ruimtelijke ordening ten doel en coördineert
de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde
vertegenwoordigt dan het dienen van de belangen afzonderlijk