ANTWOORDEN CASUS BESLAG EN EXECUTIE (ALGEMEEN):
Vraag a: art. 434 Rv vermeldt dat de overhandiging van de executoriale titel moet worden gedaan
door een deurwaarder. Matthijs moet dus een deurwaarder machtigen.
de deurwaarder zal ogv art. 430 lid 3 Rv de executoriale titel betekenen aab Kenan. Daarin moet een
bevel vermeldt staan dat hij binnen 2 dagen aan de executoriale titel moet voldoen (art. 439 lid 1 Rv).
art. 439 lid 2 Rv regelt dat het bevel en de executoriale titel tegelijk mogen worden betekent.
art. 440 lid 1 Rv dat er vervolgens exploot van beslaglegging moet worden betekenent.Dit mag
tegelijk met het proces-verbaal. Hierin wordt nauwkeuring omschreven wat er in beslag wordt
genomen ogv art. 443 lid 1 Rv.
Na ten minste 4 weken te hebben gewacht kan er worden overgegaan tot executoriale verkoop ogv
art. 462 Rv
Vraag b: art. 3:45 BW Matthijs dient de pauliana in te roepen tegen Kenan.
rechtsvoorwaarden:
onverplichte rechtshandeling: Kenan is niet verplicht om zijn horloge te verkopen. Hij heeft dat
gedaan uit eigen wil in de hoop dat er geen beslag wordt gelegd op zijn horloge
benadeling van een of meer schuldeisers in hun verhaalmogelijkheden: zodra de dure horloge wordt
verkocht door Kenan zal de boedel verlagen, omdat hij het heeft verkocht voor een veel lagere prijs
van de echte waarde van het horloge. Dit is een benadeling op Matthijs, omdat de boedel zal
verlagen waar hij beslag op kan leggen.
de rechtshandeling is vernietigbaar: Matthijs kan de rechtshandeling van Kenan vernietigen.
Vraag c: de stelling klopt niet ogv art. 3:45 lid 5 BW. Matthijs was namelijk ter goede trouw. De
schuldeiser moet bewijzen dat de boedel hierbij niet gebaat is.
Vraag d: art. 453a Rv regelt de blokkerende werking als het beslag al gelegd is. Art. 453a lid 2 Rv
geeft aan dat de rechten gerespecteerd worden als persoon ter goede trouw was tijdens het
verkrijgen van het goed. De rechtspositie van teun zou zijn dat het vernietigd zou worden omdat hij
ter goede trouw was.
ANTWOORDEN CASUS BESLAG EN EXECUTIE (VERDIEPEND):
Vraag a: Loon is een periodieke betaling wat je kan opmaken uit art. 475c lid 1 sub a Fw. Aan loon is
een beslagvrije voet verbonden. Art. 475b lid 1 Fw regelt dat er alleen beslag gelegd ma worden op
een periodieke betaling voor zover de periodieke betaling de beslagvrije voet overtreft.
Vraag b: art. 477a Fw regelt dat indien de derde-beslagene in gebreke blijft verklaring te doen, hij
wordt veroordeeld door de executant tot betaling van het bedrag, waarvoor het beslag is gelegd als
het ware hij zelf de schuldenaar is. art. 477a lid 5 Fw regelt dat de executant door middel van een
dagvaarding bij de rechtbank sector kanton de vordering moet indienen waar ING voor wordt
veroordeeld.