PROBLEEM 1
Parlement en Staten-Generaal: de Tweede en Eerste Kamer;
Regering: koning en alle ministers;
Kabinet: ministers en alle staatssecretarissen;
Eerste kamer: bestaat uit 75 volksvertegenwoordigers;
Tweede kamer: bestaat uit 150 leden;
Oppositie: alle politieke partijen die tegen de uitvoerende macht zijn gekant;
Provinciale staten: de volksvertegenwoordigers van de provincie.
Moet de minister/staatssecretaris (indien de Kamer daarom vraagt) inlichtingen geven of kan hij
dat weigeren?
TRIAS POLITICA
Wetgeving, bestuur en rechtspraak. Wetgeving moet in handen zijn van de volksvertegenwoordiging
overheidsorganen moeten deze wetten uitvoeren en de rechter moet erop toezien dat de wet goed
wordt toegepast.
- De wetgeving komt in Nederland op centraal niveau niet alleen toe stand door de
volksvertegenwoordiging (regering), maar door de Staten-Generaal en de regering
gezamenlijk (art 81 Gw).
- De uitvoerende macht (regering/Kroon) kan ook alleen, dus zonder medewerking van de
volksvertegenwoordiging, regels vaststellen. Dit gebeurt dan in de vorm van een Koninklijk
besluit, dat door de Koning wordt ondertekend (art 89 Gw).
- In sommige gevallen hebben ook ministers een eigen regelgevend bevoegdheid.
- Ook op decentraal niveau kunnen organen, die de wetten uitvoeren, zelf nadere regels
vaststellen in de vorm van verordeningen (art 143 Provinciewet en art 174 Gemeentewet).
De Tweede Kamer speelt een directe rol bij de vorming van een nieuwe regeling. Art 72 Gw geeft de
Tweede Kamer de bevoegdheid om haar eigen werkzaamheden te regelen in het Reglement aan de
Orde van de Tweede Kamer. Het regeringsgezag wordt door de koning uitgeoefend samen met de
ministers. De koning is daarbij onschendbaar, waaronder in de eerste plaats is te verstaan dat geen
ander orgaan in de staat dwingend gezag over de koning kan uitoefenen.
Koninklijke besluiten komen tot stand op ministeriele voordracht. De ministeriele
verantwoordelijkheid vormt het voornaamste staatsrechtelijke fundament waarop controle door het
parlement van het regeringshandelen berust. Hieruit vloeit het inlichtingenrecht voort van beide
Kamers.
MINISTERS
Politiek verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein, of voor een combinatie van
beleidsterreinen. Alle ministers gezamenlijk zijn verantwoordelijk voor het algemene regeringsbeleid,
dat in de ministerraad wordt besproken.
soorten:
- Met portefeuille
- Zonder portefeuille
- Van de staat
Ministeriële homogeniteit: ministers moesten om de eenheid van het regeringsbeleid te verzekeren,
front maken tegenover de vorst, parlement en ambtelijk apparaat. Een minister plaatst zijn collega’s
niet voor voldongen1 feiten.
1
Uitgemaakt, beslist.
1
Parlement en Staten-Generaal: de Tweede en Eerste Kamer;
Regering: koning en alle ministers;
Kabinet: ministers en alle staatssecretarissen;
Eerste kamer: bestaat uit 75 volksvertegenwoordigers;
Tweede kamer: bestaat uit 150 leden;
Oppositie: alle politieke partijen die tegen de uitvoerende macht zijn gekant;
Provinciale staten: de volksvertegenwoordigers van de provincie.
Moet de minister/staatssecretaris (indien de Kamer daarom vraagt) inlichtingen geven of kan hij
dat weigeren?
TRIAS POLITICA
Wetgeving, bestuur en rechtspraak. Wetgeving moet in handen zijn van de volksvertegenwoordiging
overheidsorganen moeten deze wetten uitvoeren en de rechter moet erop toezien dat de wet goed
wordt toegepast.
- De wetgeving komt in Nederland op centraal niveau niet alleen toe stand door de
volksvertegenwoordiging (regering), maar door de Staten-Generaal en de regering
gezamenlijk (art 81 Gw).
- De uitvoerende macht (regering/Kroon) kan ook alleen, dus zonder medewerking van de
volksvertegenwoordiging, regels vaststellen. Dit gebeurt dan in de vorm van een Koninklijk
besluit, dat door de Koning wordt ondertekend (art 89 Gw).
- In sommige gevallen hebben ook ministers een eigen regelgevend bevoegdheid.
- Ook op decentraal niveau kunnen organen, die de wetten uitvoeren, zelf nadere regels
vaststellen in de vorm van verordeningen (art 143 Provinciewet en art 174 Gemeentewet).
De Tweede Kamer speelt een directe rol bij de vorming van een nieuwe regeling. Art 72 Gw geeft de
Tweede Kamer de bevoegdheid om haar eigen werkzaamheden te regelen in het Reglement aan de
Orde van de Tweede Kamer. Het regeringsgezag wordt door de koning uitgeoefend samen met de
ministers. De koning is daarbij onschendbaar, waaronder in de eerste plaats is te verstaan dat geen
ander orgaan in de staat dwingend gezag over de koning kan uitoefenen.
Koninklijke besluiten komen tot stand op ministeriele voordracht. De ministeriele
verantwoordelijkheid vormt het voornaamste staatsrechtelijke fundament waarop controle door het
parlement van het regeringshandelen berust. Hieruit vloeit het inlichtingenrecht voort van beide
Kamers.
MINISTERS
Politiek verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein, of voor een combinatie van
beleidsterreinen. Alle ministers gezamenlijk zijn verantwoordelijk voor het algemene regeringsbeleid,
dat in de ministerraad wordt besproken.
soorten:
- Met portefeuille
- Zonder portefeuille
- Van de staat
Ministeriële homogeniteit: ministers moesten om de eenheid van het regeringsbeleid te verzekeren,
front maken tegenover de vorst, parlement en ambtelijk apparaat. Een minister plaatst zijn collega’s
niet voor voldongen1 feiten.
1
Uitgemaakt, beslist.
1