Geschiedenis tijdvak 3 Monniken & Ridders
Kenmerkend aspect:
- Feodalisme.
Standenmaatschappij
- 1e mensen die contact
hebben met god.
- 2e bestuurders.
- 3e boeren.
Hofstelsel
- Heer beschermt boer en boer werkt voor de heer.
- Probleem: verhoudingen veranderen.
- Van afspraak tussen gelijken naar Horigheid.
- Er ontstaan bij zo’n boerderij en een dorpje en een kerk.
Ontstaan drieslagstelsel
- 1e veld ligt braak, 2e en 3e veld zijn beplant, elk jaar word er door gewisseld.
- Boeren kennen hun heer goed en men is op elkaar aangewezen.
Door wegvallen Romeins gezag was er geen onderhoud meer aan de infrastructuur. En was het
moeilijker om gezag uit te oefenen. Hierdoor kunnen anderen volkeren (Hunnen en Arabieren)
Europa binnendringen.
Karel de Grote (747-814)
Hij veroverde een heel groot gebied en bestuurde het door van plek naar plek te reizen. Het was heel
lastig gezag af te dwingen met geweld door de slechte infrastructuur. Daarom bedacht hij het
leenstelsel (Feodalisme):
- Als hij een gebied had veroverd verdeeld hij het over de mannen die met hem meegevochten
hebben. Hij benoemde ze tot hertogen en graven.
- Sommige domeinen waren te groot om zelf te besturen en dus benoemde hertogen en
graven weer mensen (leenmannen) die stukjes voor hem bestuurden.
Dit systeem heet het hof stelsel, maar werkt alleen maar als keizer goed overweg kan met zijn
hertogen, graven en leenmannen. Als Karel zijn zoon benoemd tot opvolger gaat het mis, omdat
Lodewijk geen interesse heeft en alleen maar in de kerk zit. Lodewijk benoemt geen opvolger
waardoor het rijk in elkaar stort. En hertogen en graven namen een hertogdom in het ene land en
een in het andere land.
Kenmerkend aspect:
- Feodalisme.
Standenmaatschappij
- 1e mensen die contact
hebben met god.
- 2e bestuurders.
- 3e boeren.
Hofstelsel
- Heer beschermt boer en boer werkt voor de heer.
- Probleem: verhoudingen veranderen.
- Van afspraak tussen gelijken naar Horigheid.
- Er ontstaan bij zo’n boerderij en een dorpje en een kerk.
Ontstaan drieslagstelsel
- 1e veld ligt braak, 2e en 3e veld zijn beplant, elk jaar word er door gewisseld.
- Boeren kennen hun heer goed en men is op elkaar aangewezen.
Door wegvallen Romeins gezag was er geen onderhoud meer aan de infrastructuur. En was het
moeilijker om gezag uit te oefenen. Hierdoor kunnen anderen volkeren (Hunnen en Arabieren)
Europa binnendringen.
Karel de Grote (747-814)
Hij veroverde een heel groot gebied en bestuurde het door van plek naar plek te reizen. Het was heel
lastig gezag af te dwingen met geweld door de slechte infrastructuur. Daarom bedacht hij het
leenstelsel (Feodalisme):
- Als hij een gebied had veroverd verdeeld hij het over de mannen die met hem meegevochten
hebben. Hij benoemde ze tot hertogen en graven.
- Sommige domeinen waren te groot om zelf te besturen en dus benoemde hertogen en
graven weer mensen (leenmannen) die stukjes voor hem bestuurden.
Dit systeem heet het hof stelsel, maar werkt alleen maar als keizer goed overweg kan met zijn
hertogen, graven en leenmannen. Als Karel zijn zoon benoemd tot opvolger gaat het mis, omdat
Lodewijk geen interesse heeft en alleen maar in de kerk zit. Lodewijk benoemt geen opvolger
waardoor het rijk in elkaar stort. En hertogen en graven namen een hertogdom in het ene land en
een in het andere land.