Pedagogiek fase 2
Naam: M.J. Mahieu
Studentnummer: 4713552
Datum: 5 juli 2021
Opleiding: NCOI HBO Bachelor
Pedagogiek
Module: Integrale opdracht fase 2
,Voorwoord.
1
, Samenvatting.
Voor u ligt de integrale opdracht fase twee. Deze opdracht is gemaakt voor de directie en de leerkrachten van
basisschool de Pius X. De aanleiding voor het onderzoek is dat de Pius X vanuit het Nationaal Programma onderwijs,
extra budget ontvangen heeft. Dit budget dient voor herstel en ontwikkeling van het onderwijs, gericht op het inhalen
en ontwikkeling van het onderwijs, met name op het inhalen en compenseren van vertraging die mogelijk is opgelopen
gedurende de Lock down als gevolg van Covid-19. De Pius X heeft na onderzoek van de mogelijkheden de keuze
gemaakt om zich te richten op metacognitie, zelfregulerend leren en feedback. De leerkrachten krijgen trainingen
gericht op deze onderdelen, om zo de leerlingen te kunnen stimuleren. De vraag vanuit de directie is, of de
leerkrachten een nieuwe lesmethode met betrekking tot het stimuleren van het geven van onderlinge feedback wel
ondersteunen. Hoe is de attitude ten opzichte van de nieuwe lesmethode?
Voor deze opdracht is de keuze gemaakt om gericht te kijken naar het stimuleren van het geven van onderlinge
feedback. De observatievraag is gericht op het bekijken van de situatie voor en na de training van de leerkrachten, om
zo de effectiviteit van de training te kunnen bekijken. De observatievraag die volgt uit de vraag van de directie is: In
welke situatie geven leerlingen meer onderling feedback? Met de volgende deelvragen om de effectiviteit van de
training en de attituden van de leerkrachten beter te kunnen analyseren:
1) In welke mate geven leerlingen binnen de plusklas onderlinge feedback, voordat de leerkracht een training
heeft gehad met betrekking tot het stimuleren hiervan?
2) In welke mate geven leerlingen binnen de plusklas onderlinge feedback, nadat de leerkracht een training
heeft gehad met betrekking tot het stimuleren hiervan?
Het doel van de observatie is om mogelijke verbanden te leggen tussen de attitude van de leerkracht en het gedrag
van de leerlingen met betrekking tot het geven van onderlinge feedback.
Door niet-participerend en systematisch te observeren, is er geprobeerd om zo consistent en doelgericht mogelijk te
kunnen waarnemen doormiddel van time sampling. Deze observatie heeft het volgende resultaat opgeleverd:
In de situatie nadat de leerkrachten een training met betrekking tot het stimuleren van onderlinge feedback geven
gevolgd hebben, wordt er door de leerlingen meer onderlinge feedback gegeven. Het gedrag komt gedurende de
observatie 29 keer voor ten opzichte van 12 keer tijdens de nulmeting, voordat de leerkrachten de training gevolgd
hebben.
Concluderend kan gesteld worden dat er een verschil waar te nemen is in de situatie voor en na de training van de
leerkrachten. De leerlingen vertonen meer gedrag met betrekking tot het geven van onderlinge feedback. Hierdoor lijkt
het erop dat de leerkrachten de nieuwe lesmethode ondersteunen en stimuleren. Samengevat kan worden gesteld dat
de leerkrachten en/ of het team geen afwijzende houding hebben met betrekking tot de nieuwe lesmethode en dat ze
open staan voor het uitproberen van het stimuleren van onderlinge feedback bij de leerlingen.
2