lOMoARcPSD|11700591
Samenvatting Hoofdlijnen Nederlands Recht Loonstra,
C.J. -Hoofdstuk 1, 2, 4, 9 en 12
Bestuur en recht 1 (Technische Universiteit Delft)
, lOMoARcPSD|11700591
Bestuur en recht 1
Hoofdstuk 1, 2, 4, 9 en 12 (voor tentamen periode 1 TB)
Hoofdstuk 1
Vier functies van he trecht:
- normatieve functie: er zijn gedragsregels waar straf op staat wanneer zij
worden overtreden (normen). Dit zijn ethische normen en rechtsnormen.
- Geschiloplossende functie: rechterlijke organisatie die bij uitsluiting oordeelt
of iemand moet worden gestraft en zo ja, op welke wijze en langs welke
procedure.
- Additionele functie: aanvullende functie van hetrecht. hetbiedt een rechtsregel
als partijen vergeten zijn op een bepaald punt afspraken te maken.
- Instrumentele functie: de wetgever hakt op tal van onderwerpen dek noop
door: hetgebeurt zo en niet anders.
rechtsbronnen
Het Nederlandse recht kent vier rechtsbronnen:
1. De wet
2. Het verdrag
3. De jurisprudentie
4. De gewoonte
De wet
Recht bestaat uit privaatrecht en publiekrecht.
Privaatrecht
Wordt ook wel civiele recht of hetburgerlijk recht genoemd. hetvalt uiteen in twee
delen: hetpersonen- en familierecht en hetvermogensrecht.
- personen- en familierecht: regelt zaken als huwelijk, geboorte,
partnerschap, echtscheiding, adoptie, ondercuratelestelling en de regeling
van hetvermogen tussen echtgenoten (BW1)
- vermogensrecht: hierin vallen alleen op geld waardeerbare handelingen
tussen burgers onderling waarin juridische gevolgen verbonden zijn (vb.
Designstoel) (BW 3,5 en 6)
- ondernemingsrecht: regelt alles wat ondernemingen en bedrijven betreft. (BW 2
+ een aantal losse wetten tot dit rechtsgebied)
- burgerlijk procesrecht: naar de rechter gaan en een geschil laten beslechten
noemen we procederen. De regels die op hetvoeren van juridische procedures
op hetterrein van hetprivaatrecht van toepassing zijn, worden tot
hetburgerlijk procesrecht gerekend. (wetboek voor burgerlijke
rechtsvordering Rv)
Privaatrecht
Personen- en vermogensrecht Burgerlijke Ondernemings-
familierecht procesrecht recht
, lOMoARcPSD|11700591
Publiekrecht
Verticale verhouding tussen de burger en de overheid.
- strafrecht: kenmerkend voor strafrecht: de staat door middel van
hetopenbaar ministerie (OM) actief optreedt teneinde sancties (boete,
gevangenisstraf en dergelijke) te eisen bij overtreding van de normen. De
wettelijke bepalingen op hetterrein van hetstrafrecht treft men aan in
hetWetboek van Strafrecht, hetwetboek van Strafvordering en een aantal
losse wetten.
bij strafrecht bezit de staat een monopoliepositie. Alleen hetOM kan
tot vervolging overgaan. (hoofdregel)
- staatsrecht: regelt ruwweg gesproken de wijze waarop hetNederlandse
staatsbestel wordt vormgegeven. Belangrijke wet op dit gebied is de
grondwet.
- Organieke wetten: wetten die op grond van een dergelijke (in de grondwet
staat dat de wetgever een bepaalde materie nader moet regelen bij de
wet) opdracht tot stand komen noemt men organieke wetten.
publiekrecht
Straf(proces)recht staatsrecht Bestuurs(proces)recht
Wetten met betrekking tot hetbestuursrecht
- algemene wet bestuursrecht: is sinds 1994 in werking getreden. De wet
werd in delen ingevoerd en uitgewerkt.
- Bestuursrecht: heeft betrekking op de mogelijkheden die de overheid
heeft om regulerend op te treden ten aanzien van de maatschappij. Er is
een toenemende staatsinterventie wordt ook wel karakteristiek aangeduid
met de ontwikkeling van nachtwakersstaat naar sociale verzorgingsstaat.
Wie zijn wetgever?
Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen centraal niveau en decentraal niveau.
- centraal niveau: nationale wetgever, bestaat uit de regering enerzijds en
de Staten-Generaal anderzijds.
- Decentraal niveau: provinciaal (Provinciale staten) en gemeentelijk
(gemeenteraad) niveau. Door hen uitgevaardigde regels dragen echter
niet de naam ‘wet’, maar ‘verordening’.
- Andere instanties: zijn ook bevoegd om wetten uit te vaardigen (SER).
Deze regels dragen de naam ‘keuren’.
Nationaal niveau maakt wetten op alle rechtsgebieden, decentraal niveau vaak op
hetbestuursrecht en strafrecht.
regelgeving
, lOMoARcPSD|11700591
Centraal niveau Decentraal niveau
Provinciale Staten Gemeenteraad
Regering en staten-generaal
ra
WET VERORDENING orde VERORDENING
tuss
en wetgevende organen
er is een rangorde waarbinnen 3 regels
gelden:
1. Hoog boven laag: hogere regels gaan boven lagere regels
2. Jong boven oud: jongere regels gaan boven oudere regels als ze van gelijk
niveau zijn en met elkaar in strijd
3. Bijzonder boven algemeen: in BW 7 staan de bijzondere overeenkomsten.
Als een bepaling in BW 7 niet in overeenstemming is met iets uit BW … dan
gaat de eerste wettelijke bepaling boven de tweede.
Wet in formele zin en materiële zin
- formele zin: wet die tot stand is gekomen op grond van een samenwerking
tussen regering en Staten-Generaal.
- Materiële zin: wet die bestemd is voor een onbepaald aantal en dus niet bij
name genoem
de
persone
Burgerlijk Wetboek Goedkeuringswet huwelijk lid koningshuis
n.
(wetten
die
gericht
Gemeentelijke/provinciale verordening
Vergunning
zijn tot
provinci
es of
gemeent
en zijn
ook materiële wetten)
Er zijn meerdere mogelijkheden:
- een wet in formele en materiële zin
- een wet in formele zin
- een wet in materiële zin
- een wet in noch formele noch materiële zin
Wet in
formele zin
Samenvatting Hoofdlijnen Nederlands Recht Loonstra,
C.J. -Hoofdstuk 1, 2, 4, 9 en 12
Bestuur en recht 1 (Technische Universiteit Delft)
, lOMoARcPSD|11700591
Bestuur en recht 1
Hoofdstuk 1, 2, 4, 9 en 12 (voor tentamen periode 1 TB)
Hoofdstuk 1
Vier functies van he trecht:
- normatieve functie: er zijn gedragsregels waar straf op staat wanneer zij
worden overtreden (normen). Dit zijn ethische normen en rechtsnormen.
- Geschiloplossende functie: rechterlijke organisatie die bij uitsluiting oordeelt
of iemand moet worden gestraft en zo ja, op welke wijze en langs welke
procedure.
- Additionele functie: aanvullende functie van hetrecht. hetbiedt een rechtsregel
als partijen vergeten zijn op een bepaald punt afspraken te maken.
- Instrumentele functie: de wetgever hakt op tal van onderwerpen dek noop
door: hetgebeurt zo en niet anders.
rechtsbronnen
Het Nederlandse recht kent vier rechtsbronnen:
1. De wet
2. Het verdrag
3. De jurisprudentie
4. De gewoonte
De wet
Recht bestaat uit privaatrecht en publiekrecht.
Privaatrecht
Wordt ook wel civiele recht of hetburgerlijk recht genoemd. hetvalt uiteen in twee
delen: hetpersonen- en familierecht en hetvermogensrecht.
- personen- en familierecht: regelt zaken als huwelijk, geboorte,
partnerschap, echtscheiding, adoptie, ondercuratelestelling en de regeling
van hetvermogen tussen echtgenoten (BW1)
- vermogensrecht: hierin vallen alleen op geld waardeerbare handelingen
tussen burgers onderling waarin juridische gevolgen verbonden zijn (vb.
Designstoel) (BW 3,5 en 6)
- ondernemingsrecht: regelt alles wat ondernemingen en bedrijven betreft. (BW 2
+ een aantal losse wetten tot dit rechtsgebied)
- burgerlijk procesrecht: naar de rechter gaan en een geschil laten beslechten
noemen we procederen. De regels die op hetvoeren van juridische procedures
op hetterrein van hetprivaatrecht van toepassing zijn, worden tot
hetburgerlijk procesrecht gerekend. (wetboek voor burgerlijke
rechtsvordering Rv)
Privaatrecht
Personen- en vermogensrecht Burgerlijke Ondernemings-
familierecht procesrecht recht
, lOMoARcPSD|11700591
Publiekrecht
Verticale verhouding tussen de burger en de overheid.
- strafrecht: kenmerkend voor strafrecht: de staat door middel van
hetopenbaar ministerie (OM) actief optreedt teneinde sancties (boete,
gevangenisstraf en dergelijke) te eisen bij overtreding van de normen. De
wettelijke bepalingen op hetterrein van hetstrafrecht treft men aan in
hetWetboek van Strafrecht, hetwetboek van Strafvordering en een aantal
losse wetten.
bij strafrecht bezit de staat een monopoliepositie. Alleen hetOM kan
tot vervolging overgaan. (hoofdregel)
- staatsrecht: regelt ruwweg gesproken de wijze waarop hetNederlandse
staatsbestel wordt vormgegeven. Belangrijke wet op dit gebied is de
grondwet.
- Organieke wetten: wetten die op grond van een dergelijke (in de grondwet
staat dat de wetgever een bepaalde materie nader moet regelen bij de
wet) opdracht tot stand komen noemt men organieke wetten.
publiekrecht
Straf(proces)recht staatsrecht Bestuurs(proces)recht
Wetten met betrekking tot hetbestuursrecht
- algemene wet bestuursrecht: is sinds 1994 in werking getreden. De wet
werd in delen ingevoerd en uitgewerkt.
- Bestuursrecht: heeft betrekking op de mogelijkheden die de overheid
heeft om regulerend op te treden ten aanzien van de maatschappij. Er is
een toenemende staatsinterventie wordt ook wel karakteristiek aangeduid
met de ontwikkeling van nachtwakersstaat naar sociale verzorgingsstaat.
Wie zijn wetgever?
Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen centraal niveau en decentraal niveau.
- centraal niveau: nationale wetgever, bestaat uit de regering enerzijds en
de Staten-Generaal anderzijds.
- Decentraal niveau: provinciaal (Provinciale staten) en gemeentelijk
(gemeenteraad) niveau. Door hen uitgevaardigde regels dragen echter
niet de naam ‘wet’, maar ‘verordening’.
- Andere instanties: zijn ook bevoegd om wetten uit te vaardigen (SER).
Deze regels dragen de naam ‘keuren’.
Nationaal niveau maakt wetten op alle rechtsgebieden, decentraal niveau vaak op
hetbestuursrecht en strafrecht.
regelgeving
, lOMoARcPSD|11700591
Centraal niveau Decentraal niveau
Provinciale Staten Gemeenteraad
Regering en staten-generaal
ra
WET VERORDENING orde VERORDENING
tuss
en wetgevende organen
er is een rangorde waarbinnen 3 regels
gelden:
1. Hoog boven laag: hogere regels gaan boven lagere regels
2. Jong boven oud: jongere regels gaan boven oudere regels als ze van gelijk
niveau zijn en met elkaar in strijd
3. Bijzonder boven algemeen: in BW 7 staan de bijzondere overeenkomsten.
Als een bepaling in BW 7 niet in overeenstemming is met iets uit BW … dan
gaat de eerste wettelijke bepaling boven de tweede.
Wet in formele zin en materiële zin
- formele zin: wet die tot stand is gekomen op grond van een samenwerking
tussen regering en Staten-Generaal.
- Materiële zin: wet die bestemd is voor een onbepaald aantal en dus niet bij
name genoem
de
persone
Burgerlijk Wetboek Goedkeuringswet huwelijk lid koningshuis
n.
(wetten
die
gericht
Gemeentelijke/provinciale verordening
Vergunning
zijn tot
provinci
es of
gemeent
en zijn
ook materiële wetten)
Er zijn meerdere mogelijkheden:
- een wet in formele en materiële zin
- een wet in formele zin
- een wet in materiële zin
- een wet in noch formele noch materiële zin
Wet in
formele zin