PSYCHOLOGIE, SOCIOLOGIE EN METHODIEK
,Inhoudsopgave
De brede basis van het sociale werk ...................................................... 3
Inleiding ............................................................................................................3
H1.5 Sociaal werk en politiek ........................................................................3
H2 Sociaal werk: Vier historische kwesties........................................................4
H2.1 Inleiding.................................................................................................4
H2.2 Eenheid of verscheidenheid? ................................................................4
H2.3 Individueel of collectief? .......................................................................6
H2.4 Autonoom of maatschappelijke speelbal? ............................................8
H2.5 Betaald of vrijwillig? ............................................................................11
H4.2 De brede basis en generalistisch werken als spel tussen de lijnen .....12
H4.3 Methodisch handelen en de basisvormen in het sociaal werk ...........12
H4.4 Methodisch handelen: de grondslag ...................................................13
Samenwerken aan de gezondheid ........................................................ 16
H1.2 Verschillende perspectieven op gezondheid ......................................16
H1.3 Ontwikkelingen in het sociale Domein ................................................18
Samenwerken aan de gezondheid ........................................................ 21
H6.2 Het biopsychosociaal model ...............................................................21
Basisboek Sociaal werk (Online kopie) ................................................ 22
H5 Methodisch werken ...................................................................................22
H5.1 Omschrijving van de begrippen ..........................................................22
H5.2 Methodisch werken ............................................................................22
Zimbardo ................................................................................................... 24
H7.4 Welke ontwikkelingen vinden plaats tijdens de volwassenheid? .......31
H9.1 Wat motiveert ons ..............................................................................33
H9.2 Hoe worden onze motivatieprioriteiten gesteld .................................34
H9.4 Hoe motveren onze emoties ons ........................................................37
H14 Stress, gezondheid en welzijn ..................................................................38
H14.1 Wat veroorzaakt stress .....................................................................38
H14.3 Wie is het meest kwetsbaar voor stress ...........................................42
Feldman Online ........................................................................................ 48
Feldman Online: Gilligans theorie van morele ontwikkeling ............ 49
1
,Heemelaar ................................................................................................. 50
H1.9 Maatschappelijke acceptatie ..............................................................50
H1.3 Genderidentiteit..................................................................................52
H1.4 Seksuele gerichtheid: Hetro – homo – bi ............................................53
H1.5 Aseksualiteit ........................................................................................54
H.1.6 Seksuele ontwikkeling bij homojongeren ..........................................55
Levensloopsociologie ............................................................................. 62
H4.1 Volwassenwording ..............................................................................62
H4.2 Levenslang ontwikkelen ......................................................................64
H3.3 Trajecten met transities ......................................................................67
Wilterdink .................................................................................................. 69
H6.1 Stratificatie ..........................................................................................69
H6.4 Recente ontwikkelingen in sociaaleconomische ongelijkheid. ...........70
H6.6 Sociale mobiliteit en ongelijkheid van kansen ....................................72
H4.4 Anonieme affectieve bindingen ..........................................................73
4.5 Individualiseringsprocessen: worden affectieve bindingen zwakker ....73
Kuipers ...................................................................................................... 75
H5.3 Etikettering..........................................................................................75
2
, De brede basis van het sociale werk
Inleiding
‘Social work is a practice-based profession and an academic discipline that promotes social
change and development, social cohesion, and the empowerment and liberation of people.
Principles of social justice, human rights, collective responsibility and respect for diversities
are central to social work. Underpinned by theories of social work, social sciences,
humanities and indigenous knowledge, social work engages people and structures to
address life challenges and enhance wellbeing.’
Drie sociale waarden worden onderscheden:
- Sociale inclusie (niemand wordt buitengesloten)
- Sociale gelijkheid (iedereen is gelijkwaardig)
- Sociale cohesie (iedereen is ingebed in en verbonden met de samenleving)
Psychologische stromingen (denkwijzen), ‘in de les besproken’
• Verleden bepaald heden à psycho analyse
• Gedragsverandering door aanleren van nieuw gedrag à behaviorisme, cognitieve
gedrag therapie.
• Omgeving beïnvloed à omgevingspsychologie
• Mens als centraliteit à humanisme
H1.5 Sociaal werk en politiek
We onderscheiden drie perspectieven op de relatie tussen politiek en sociaal werk en de
functies van sociaal werk onderscheiden:
- Emancipatie- en empowermentperspectief: Benadrukt invloed van werk op politiek.
- Disciplinerings- en socialebeheersingsperspectief: Benadrukt de invloed van politiek
op sociaal werk.
- Sociaal functionerings- en ondersteuningsperspectief: Beweegt zich in het midden
en erkent een zekere wisselwerking.
H1.5.1 Emancipatie en empowerment
Emancipatie betekent ‘Zich bevrijden uit een onderdrukkende situatie en streven naar een
verwerven van gelijkheid.’ Sociaal werkers zoeken samenwerking en steun in de
samenleving om de meest onderdrukte en gemarginaliseerde mensen en groepen (sociaal
uitgesloten) meer macht en zeggenschap over hun levens en (directe) omgeving te laten
krijgen. Sociaal werk initieert en faciliteert dit door mensen in een proces van samenwerking,
leren en actie invloed te leren uitoefenen op hun leven en omgeving zodat zij hun levens,
kansen en mogelijkheden kunnen verbeteren.
• Dominelli -> ‘Emancipatorische benaderingen’: Zijn gericht op het bevrijden van
gemarginaliseerde mensen en groepen van onderdrukkende structuren in de
samenleving.
• Anderen -> ‘Transformational perspective’: Is gericht op het veranderen van de
samenleving ten gunste van de meest onderdrukte en armste groepen mensen.
Volgens Van Houten is het begrip ‘Emancipatie’ in ’90 verdrongen door ‘Empowerment’, dat
ook oog heeft voor processen op het niveau van het individu. Het erkent ook structurele
uitsluitingsmechanismen bij sociale problemen die ontstaan door een samenspel van
factoren op micro-, meso- en macroniveau. Empowerment omvat dus ook een collectieve,
politiek-maatschappelijke dimensie. Hierbij levert sociaal werk bijdrage aan mensen,
gezinnen en gemeenschappen om meer invloed uit te oefenen op hun eigen levens in de
samenleving.
3