Samenvatting bestuursrecht kwartiel 2
Als je moeite hebt om iets te begrijpen kun je in het boek heeeel veel voorbeelden vinden ;)
Week 1
Hoofdstuk 1 Inleiding bestuursrecht
Het bestuursrecht bevat de regels die de overheid nodig heeft om te kunnen en mogen besturen en
de regels die de burger nodig heeft om tegen dit besturen te kunnen optreden.
Je hebt het algemeen en bijzonder bestuursrecht. Het algemeen bestuursrecht wordt in de Algemene
wet bestuursrecht behandeld. Deze algemene regels gaan over de rechtsbescherming, handhaving
en bijvoorbeeld de begrippen bestuursorgaan, delegatie, attributie, mandaat, besluit en beschikking.
De Awb kent een aantal doelen: meer eenheid brengen in de bestuursrechtelijke wetgeving, de
bestuursrechtelijke wetgeving systematiseren en vereenvoudigen en ten slotte normen die in de
rechtspraak zijn ontwikkeld codificeren. Het bijzonder bestuursrecht richt zich op een bepaald
onderdeel van het bestuursrecht. Het vreemdelingenrecht, belastingrecht, socialezekerheidsrecht,
milieurecht en het ruimtelijke bestuursrecht zijn een aantal voorbeelden.
Privaatrecht is recht tussen burgers onderling. Publiekrecht tussen overheid en burger.
Het materiele bestuursrecht bevat rechtsnormen waarin voor burgers en bestuursorganen
aanspraken of verplichtingen zijn opgenomen. Een voorbeeld van materieel bestuursrecht is een
bepaling in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, waarin de voorwaarden staan waaraan
een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet worden getoetst. Onder formeel bestuursrecht
verstaat men de procesrechtelijke regels die de burger nodig heeft om tegen het optreden van de
overheid iets te ondernemen. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om bezwaar te maken.
Het bestuursrecht kun je vinden in het internationale recht, de nationale wetgeving, jurisprudentie
en het ongeschreven bestuursrecht (gewoonterecht). Het Verdrag tot bescherming van de rechten
van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is een voorbeeld van een rechtsbron van
internationaal recht.
Een van de kenmerken van het bestuursrecht is dat voor overheidsoptreden het legaliteitsbeginsel
van toepassing is. Dit betekent dat alles op de wet gebaseerd moet zijn. Dit om machtsmisbruik te
voorkomen. Een ander kenmerk is het specialiteitsbeginsel. Dit houdt in dat de overheid alleen kan
worden aangewend voor het specifieke doel waarvoor de wet is bedoeld.
Overzicht regelgeving
- Verdragen
- Statuut
- Grondwet
- Wetten in formele zin
- KB´s die regels bevatten
- Ministeriele regelingen
- Provinciale verordeningen
- Gemeentelijke verordeningen en waterschap verordeningen
- Beleidsregels
- Vergunningsvoorschriften
, Hoofdstuk 2 bevoegdheidsverklaring
Om een bestuursorgaan te zijn moet je wel de bevoegdheid hebben. Die kan verkrijgen worden op
basis van attributie, delegatie en mandaat.
Attributie is het toekennen van een nieuwe bevoegdheid. Bevoegdheden kunnen aan een
bestuursorganen en aan ambtenaren worden geattribueerd. Zo is de belastinginspecteur door
attributie bevoegd om belastingaanslagen op te leggen. In zoverre is hij daarmee bestuursorgaan
geworden.
Bij delegatie draagt een bestuursorgaan zijn bevoegdheid over aan een ander. Delegatie is slecht
toegestaan indien dit bij wettelijke voorschrift mogelijk is gemaakt. Degene die de bevoegdheid
overdraagt noem je de delegans. Degene die de bevoegdheid verkrijgt noem je de delegataris. De
delegataris gaat de bevoegdheid op eigen naam en onder eigen verantwoordelijkheid uitoefenen.
Door delegatie raakt het bestuursorgaan dat delegeert zijn bevoegdheid kwijt. Het is nog wel
mogelijk om de bevoegdheid terug te krijgen. Dit kan door het delegatiebesluit in te trekken.
Onder mandaat wordt verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te
nemen. Het verschil met delegatie is dat er bij mandaat geen bevoegdheden worden overgedragen.
De verantwoordelijkheid en de bevoegdheid blijven dus bij het bestuursorgaan dat de ander
gemachtigd heeft om in naam van hem besluiten te nemen. De mandaatgever blijft overigens
bevoegd de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen. Degene die namens de ander de
bevoegdheid uitoefent noem je de mandataris. De mandans is degene die mandaat geeft. Mandaat
kan worden verleend aan organen en personen. Soms is mandaatverlening niet mogelijk omdat de
aard van de bevoegdheid zich verzet tegen de mandaatverlening of de wet mandaatverlening niet
toestaat. Het is mogelijk dat de mandans aan de mandataris de bevoegdheid geeft op zijn beurt het
nemen van een besluit aan een ander te mandateren. Dat noemen we submandaat. Voor
submandaat gelden dezelfde regels als voor mandaat.
Week 2 is herhaling van wat hierboven staat.
Week 3
Hoofdstuk 3 belanghebbende
Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken. Als een bestuursorgaan een besluit neemt dat juridische consequenties heeft voor
degene tot wie het besluit is gericht, is die persoon belanghebbende.
Als je niet de aanvrager bent en ook niet degene tot wie de beslissing direct is gericht, maar wel
tegen een bepaald besluit bezwaar wilt maken, ben je pas belanghebbende als je aan de volgende
vijf, door de recht ontwikkelde, voorwaarden voldoet:
1. Je hebt een eigen belang
Het belang waarvoor je opkomt moet een belang van jezelf zijn, waar jij door getroffen bent.
Je mag niet voor iemand anders bepalen.
2. Je hebt een objectief bepaalbaar belang
Je belang mag niet te persoonlijk zijn. Als het alleen subjectief is dan is dat onvoldoende. Je
kan iets bijvoorbeeld niet alleen lelijk vinden.
3. Je hebt een actueel, voldoende zeker belang
Als je moeite hebt om iets te begrijpen kun je in het boek heeeel veel voorbeelden vinden ;)
Week 1
Hoofdstuk 1 Inleiding bestuursrecht
Het bestuursrecht bevat de regels die de overheid nodig heeft om te kunnen en mogen besturen en
de regels die de burger nodig heeft om tegen dit besturen te kunnen optreden.
Je hebt het algemeen en bijzonder bestuursrecht. Het algemeen bestuursrecht wordt in de Algemene
wet bestuursrecht behandeld. Deze algemene regels gaan over de rechtsbescherming, handhaving
en bijvoorbeeld de begrippen bestuursorgaan, delegatie, attributie, mandaat, besluit en beschikking.
De Awb kent een aantal doelen: meer eenheid brengen in de bestuursrechtelijke wetgeving, de
bestuursrechtelijke wetgeving systematiseren en vereenvoudigen en ten slotte normen die in de
rechtspraak zijn ontwikkeld codificeren. Het bijzonder bestuursrecht richt zich op een bepaald
onderdeel van het bestuursrecht. Het vreemdelingenrecht, belastingrecht, socialezekerheidsrecht,
milieurecht en het ruimtelijke bestuursrecht zijn een aantal voorbeelden.
Privaatrecht is recht tussen burgers onderling. Publiekrecht tussen overheid en burger.
Het materiele bestuursrecht bevat rechtsnormen waarin voor burgers en bestuursorganen
aanspraken of verplichtingen zijn opgenomen. Een voorbeeld van materieel bestuursrecht is een
bepaling in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, waarin de voorwaarden staan waaraan
een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet worden getoetst. Onder formeel bestuursrecht
verstaat men de procesrechtelijke regels die de burger nodig heeft om tegen het optreden van de
overheid iets te ondernemen. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om bezwaar te maken.
Het bestuursrecht kun je vinden in het internationale recht, de nationale wetgeving, jurisprudentie
en het ongeschreven bestuursrecht (gewoonterecht). Het Verdrag tot bescherming van de rechten
van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is een voorbeeld van een rechtsbron van
internationaal recht.
Een van de kenmerken van het bestuursrecht is dat voor overheidsoptreden het legaliteitsbeginsel
van toepassing is. Dit betekent dat alles op de wet gebaseerd moet zijn. Dit om machtsmisbruik te
voorkomen. Een ander kenmerk is het specialiteitsbeginsel. Dit houdt in dat de overheid alleen kan
worden aangewend voor het specifieke doel waarvoor de wet is bedoeld.
Overzicht regelgeving
- Verdragen
- Statuut
- Grondwet
- Wetten in formele zin
- KB´s die regels bevatten
- Ministeriele regelingen
- Provinciale verordeningen
- Gemeentelijke verordeningen en waterschap verordeningen
- Beleidsregels
- Vergunningsvoorschriften
, Hoofdstuk 2 bevoegdheidsverklaring
Om een bestuursorgaan te zijn moet je wel de bevoegdheid hebben. Die kan verkrijgen worden op
basis van attributie, delegatie en mandaat.
Attributie is het toekennen van een nieuwe bevoegdheid. Bevoegdheden kunnen aan een
bestuursorganen en aan ambtenaren worden geattribueerd. Zo is de belastinginspecteur door
attributie bevoegd om belastingaanslagen op te leggen. In zoverre is hij daarmee bestuursorgaan
geworden.
Bij delegatie draagt een bestuursorgaan zijn bevoegdheid over aan een ander. Delegatie is slecht
toegestaan indien dit bij wettelijke voorschrift mogelijk is gemaakt. Degene die de bevoegdheid
overdraagt noem je de delegans. Degene die de bevoegdheid verkrijgt noem je de delegataris. De
delegataris gaat de bevoegdheid op eigen naam en onder eigen verantwoordelijkheid uitoefenen.
Door delegatie raakt het bestuursorgaan dat delegeert zijn bevoegdheid kwijt. Het is nog wel
mogelijk om de bevoegdheid terug te krijgen. Dit kan door het delegatiebesluit in te trekken.
Onder mandaat wordt verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te
nemen. Het verschil met delegatie is dat er bij mandaat geen bevoegdheden worden overgedragen.
De verantwoordelijkheid en de bevoegdheid blijven dus bij het bestuursorgaan dat de ander
gemachtigd heeft om in naam van hem besluiten te nemen. De mandaatgever blijft overigens
bevoegd de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen. Degene die namens de ander de
bevoegdheid uitoefent noem je de mandataris. De mandans is degene die mandaat geeft. Mandaat
kan worden verleend aan organen en personen. Soms is mandaatverlening niet mogelijk omdat de
aard van de bevoegdheid zich verzet tegen de mandaatverlening of de wet mandaatverlening niet
toestaat. Het is mogelijk dat de mandans aan de mandataris de bevoegdheid geeft op zijn beurt het
nemen van een besluit aan een ander te mandateren. Dat noemen we submandaat. Voor
submandaat gelden dezelfde regels als voor mandaat.
Week 2 is herhaling van wat hierboven staat.
Week 3
Hoofdstuk 3 belanghebbende
Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken. Als een bestuursorgaan een besluit neemt dat juridische consequenties heeft voor
degene tot wie het besluit is gericht, is die persoon belanghebbende.
Als je niet de aanvrager bent en ook niet degene tot wie de beslissing direct is gericht, maar wel
tegen een bepaald besluit bezwaar wilt maken, ben je pas belanghebbende als je aan de volgende
vijf, door de recht ontwikkelde, voorwaarden voldoet:
1. Je hebt een eigen belang
Het belang waarvoor je opkomt moet een belang van jezelf zijn, waar jij door getroffen bent.
Je mag niet voor iemand anders bepalen.
2. Je hebt een objectief bepaalbaar belang
Je belang mag niet te persoonlijk zijn. Als het alleen subjectief is dan is dat onvoldoende. Je
kan iets bijvoorbeeld niet alleen lelijk vinden.
3. Je hebt een actueel, voldoende zeker belang