Bestuurlijke kaart van Nederland
Hoofdstuk 1
Openbaarbestuur= Overheid-> Het geheel van organisaties en activiteiten,
gericht op besturing van de maatschappij
Kenmerken van het Nederlandse openbaar bestuur:
Constitutionele monarchie-> De koning moet zich houden aan de grondwet.
Rechtsstaat/ legaliteitsbeginsel-> Overheid mag niet naar willekeur handelen
( handelen op grond wettelijke bevoegd heden
Scheiding der machten-> trias politica: Uitvoerende, rechtsprekende en
wetgevende macht.
Scheiding van kerk en staat-> geen staats kerk.
Parlementair stelsel-> Bevolking kiest de 2e kamer
Ministeriele verantwoordelijkheid-> Ministers zijn verantwoordelijk voor de koning
maar ook voor wat de rijksambtenaren doen.
Vertrouwensregel -> Ministers dienen af te treden zodra ze et vertrouwen van de
volksvertegenwoordiging verloren hebben.
Evenredige vertegenwoordiging-> Het aantal zetels voor een partij is een
overeenstemming met de aanhang van die partij onder de bevolking + geen kies
drempel
Gedecentraliseerde eenheidsstaat-> Eenheidsstaat: alles komt van bovenaf, van
de rijksoverheid. Decentralisatie, lagere overheden, gemeentelijk of provinciaal,
mogen eigen en afwijkende regels opstellen.