Experimental Tests of the Endowment Effect and the Coase Theorem
Daniel Kahneman, Jack L. Knetsch & Richard H. Thaler, pagina 1325 t/m 1346
Economische theorieën zeggen dat wanneer inkomenseffecten klein zijn, verschillen tussen
een individuele maximale wil om te betalen voor een goed en minimale compensatie vereist
voor dezelfde titel verwaarloosbaar zouden moeten zijn.
Coase Theorem: onderworpen aan inkomsteneffecten, zal de toewijzing van bronnen niet
afhangen van de toewijzing van eigendomsrechten wanneer kosteloze handel mogelijk is.
Verschillende factoren dragen waarschijnlijk bij aan de discrepanties tussen de evaluaties van
kopers en verkopers. De waargenomen illegitimiteit van de transactie kan bijvoorbeeld
bijdragen aan de uitzonderlijk hoge eis voor persoonlijke compensatie om akkoord te gaan
met het verlies van een openbaar goed. Standaard onderhandelingsgewoonten kunnen ook
bijdragen. In die situaties is het verschil tussen kopers en verkopers slechts een simpele
strategische fout, die ervaren handelaars zullen leren vermijden. Hypothese: veel verschillen
tussen de ‘willingness to pay’ en ‘willingness to accept’ zijn geen fouten, maar reflecteren een
zuiver effect van referentieposities op voorkeuren.
‘Endowment effect’: de vergrote waarde van een goed voor een individu wanneer dat goed
deel wordt van het eigen vermogen. Dit effect is een manifestatie van ‘loss aversion’, de
generalisatie dat verliezen substantieel meer wegen dan objectieve evenredige winsten in de
evaluatie van kansen en handel. Een goed is dus voor de eigenaar meer waard, omdat die het
gaat verliezen, dan voor een koper. Vandaar dat een verkoper altijd boven de echte prijs gaat
zitten, en een koper eronder.
Soms wordt er geen endowment effect verwacht. Bijvoorbeeld wanneer een goed gekocht
wordt om het weer te verkopen i.p.v. zelf te gebruiken. Dit geldt bijvoorbeeld voor tokens die
worden gebruikt om de efficiëntie van marktinstituties te testen. Een onderzoeker hangt dan
persoonlijke waarden vast aan de tokens, die aan het einde van het experiment voor de
participant geld opleveren, maar verder waardeloos zijn. Deze situatie kan dus als controle
conditie gebruikt worden om te onderzoeken of verschillen tussen de waarden van kopers en
verkopers in andere markten te attribueren zijn aan transactie kosten, misverstanden, of
gewoontestrategieën van onderhandelen. Als er geen verschillen worden gevonden voor de
tokens, dan voorspelt de economische theorie dat er geen verschillen zijn tussen waarden voor
kopen en verkopen voor de consumptie van goederen die onder dezelfde omstandigheden zijn
geëvalueerd en verhandeld.
Nulhypothese: de helft van de goederen zou verhandeld moeten worden (V*).
Als er een endowment effect is, zal de waarde van de goederen hoger zijn voor verkopers dan
voor kopers, en zal de geobserveerde waarde V minder zijn dan V*.
Repeated market experiments
Experiment 1: 44 economie studenten, kregen algemene instructies en 11 formulieren, 1 per
markt. Bij de eerste drie markten werden tokens gebruikt. Daarbij moesten de studenten
aangeven of ze de token voor de marktwaarde wilden kopen/verkopen, of de token wilden
houden en later uit laten betalen (tussen $0,25 en $8,75, met stapjes van $0,50).
Nadat de formulieren waren opgehaald, werd de marktprijs, het aantal verhandelingen en de