Hoorcollege 1:
Introduction IPRes:
“To make sense of political phenomena and to advise on current and future a airs.”
“Research methods are a set of codi ed insights in how to make solid claims in a
scienti c forum” <—> “There is more than one way to do political science”
Waarom zijn methoden belangrijk?:
• Je hebt methoden nodig voor je onderzoeken, maar welke je nodig hebt hangt af
van wat je wil onderzoeken.
• Er zijn geen goede/slechte methoden, maar wel methoden die beter bij je
onderzoek passen. —> kwaliteit van onderzoek is cruciaal
Doelen van het vak:
• Methodological literacy: het begrijpen van onderzoek en hoe dit te doen
• Basic practical skills: om zelf onderzoek te kunnen doen
• Familiarity with research ethics
1. Research methods:
• “De regels van het spel” kennen, mee instemmen en observeren in een
wetenschappelijk forum
• —> credibility: ondersteuning van feiten voor je onderzoek
• Geldt voor sociale- en natuurwetenschappers
Sociale wetenschappers:
• Bestuderen samenlevingen (en individuen en banden daartussen)
• Maken theorieën en testen deze
1
fi fi ff
,• Gebruiken veel verschillende methoden
• Zijn kritisch in hun onderzoek
• Zijn vaak door problemen gedreven
2. Relevance:
• Altijd checken wie het heeft geschreven, hoe vaak het geciteerd is en of het
relevant is en klopt: kwaliteitscheck van bronnen
3. Course design:
• Readings
• Hoorcolleges: maandag 15:00-17:00, dinsdag 11:00-13:00
• Tutorials: donderdag 11:00-13:00
• Toetsing: quizzen en assignments
2
, Hoorcollege 2:
Perspectieven in politicologie:
1. Ways of thinking about knowledge:
A. foundationalism and anti-foundationalism discussion:
• Eerdere kennis met concepten/onderzoek is nodig voor nieuwe kennis
• Kunnen we kennis vinden die geen eerdere kennis nodig heeft? (Discussie)
Foundationalism (1 realiteit):
- Er is iets om op te bouwen, een ge xeerd punt in tijd en plek, die losstaat
van eerdere kennis.
- Locke: fundament wordt gevonden in ervaring
- Descartes: fundament wordt gevonden in zijn eigen bestaan
Anti-foundationalism:
- Er is geen vaste grond buiten waar de mensen het over eens zijn
B. ontology and epistemology:
Ontology (wat is er wat we nog kunnen weten?):
- Er is een wereld die bestaat, wat losstaat van de kennis die wij er van hebben
(foundationalist)
- vs.
- Er kan echt materiaal zijn, maar voor mensen heeft het geen bestaan buiten
taal, van onze kennis, wat onze sociale constructie ervan is (anti-
foundationalist)
Epistemology (hoe mensen tot kennis kunnen komen/hoe weten we wat we weten?)
- Wat is de relatie tussen de ‘observer’ en de dingen die bekeken worden?
- Kan een ‘observer’ objectieve en echte relaties tussen 2 fenomenen
identi ceren? —> 2 antwoorden:
- F: Yes = positivist perspectief
- AF: No = Interpretivist perspective (meerdere realiteiten)
- Realist perspective = Er zijn fenomenen die echt zijn en observatie vermijden
(ik wordt wel huisvrouw, niet studeren)
3
fi fi
, 2. Positivism:
Positivist perspective in political science:
• Social capital: De netwerken van relaties tussen mensen die leven en werken in
een bepaalde samenleving, wat ervoor zorgt dat de samenleving e ectief werkt.
Key assumptions in positivism:
• Er is geen fundamenteel verschil tussen de sociale wereld en de natuurlijke wereld
als een object van onderzoek
• De onderzoeker probeert relaties van oorzaken en e ecten tussen fenomenen te
vinden
• De onderzoeker en zijn/haar onderzoek staan compleet los van elkaar
• Er is een duidelijke lijn tussen feiten en waarden
• Wat we te weten komen over de wereld is gelimiteerd door onze observatie
3. Interpretivism:
Interpretivist perspective in political science:
• Voorbeeld: Van hattum’s analyse van de redenen en relaties voor hypotheken
Key assumptions in interpretivism:
• Er is een fundamenteel verschil tussen de sociale en natuurlijke wereld als een
object van onderzoek
• De onderzoeker en wat onderzocht wordt zijn verbonden
• Wat er is om te weten kan alleen “door het oog van de onderzoeker”
• Wat we observeren zijn constructies die resulteren van de interacties tussen de
onderzoeker en ‘het onderzochte’
• Oorzaak en e ect kunnen het beste begrepen worden in termen van: ‘mutual
simultaneous shaping’
4. Realism:
Key assumptions in realism:
• Realiteit is aanwezig daarbuiten
• De realiteit is alleen objectief te observeren tot een bepaalde limiet —>
er zijn blijvende structuren en genererende mechanismen die onderliggend
“observatieve fenomenen” produceren
4
ff ff ff