Samenvatting onderzoek periode 1
Controleerbaarheid: resultaten kunnen gecontroleerd worden
Herhaalbaarheid: het experiment kan je herhalen.
Algemene uitspraken: mannen zijn groter dan vrouwen
Objectief: geen meningen
Systematisch: volgens een schema, gepland.
De volgorde van het opstellen van een onderzoek: ezelsbruggetje = ofov vier
Oriënteren: verhelderen achtergrond
Formuleren van de probleemstelling
Ontwikkelen van de onderzoeksopzet
Verwerven gegevens
Verwerken gegevens
Interpreteren van gegevens
Evaluatie
Rapporteren
Doelstelling—> waarom het onderzoek wordt gedaan. De standaard zin om mee te beginnen is= het
doel van dit onderzoek is om kennis over en inzicht in…..
Probleemstelling
● Altijd een vraag
● Moet objectief zijn
● Geen waarom of waardoor vragen stellen
● Termen specificeren
Theoretisch kader: onderwerp geschetst met deelvragen. In een onderzoeksrapport komt dit na de
aanleiding en de doelbepaling.
Kwantitatief: cijfers, zijn vaak hoe vragen
Kwaliteit: inzicht, hoe/ wat/ waarom vragen
Onderzoekssoorten:
● Experiment: 2 groepen worden onderzocht met 1 onafhankelijke variabel
● Quasi-experiment:
● Achteraf onderzoek:
Populatie is de groep die wordt onderzocht
Bijvoorbeeld bij een onderzoek naar de hoeveelheid consumenten. Dan zijn de consumenten de
populatie.
Nominaal: kwalitatief onderzoek
Ordinaal: kwalitatief onderzoek
Interval: geen natuurlijk 0 punt
Ratio: wel een natuurlijk 0 punt
Controleerbaarheid: resultaten kunnen gecontroleerd worden
Herhaalbaarheid: het experiment kan je herhalen.
Algemene uitspraken: mannen zijn groter dan vrouwen
Objectief: geen meningen
Systematisch: volgens een schema, gepland.
De volgorde van het opstellen van een onderzoek: ezelsbruggetje = ofov vier
Oriënteren: verhelderen achtergrond
Formuleren van de probleemstelling
Ontwikkelen van de onderzoeksopzet
Verwerven gegevens
Verwerken gegevens
Interpreteren van gegevens
Evaluatie
Rapporteren
Doelstelling—> waarom het onderzoek wordt gedaan. De standaard zin om mee te beginnen is= het
doel van dit onderzoek is om kennis over en inzicht in…..
Probleemstelling
● Altijd een vraag
● Moet objectief zijn
● Geen waarom of waardoor vragen stellen
● Termen specificeren
Theoretisch kader: onderwerp geschetst met deelvragen. In een onderzoeksrapport komt dit na de
aanleiding en de doelbepaling.
Kwantitatief: cijfers, zijn vaak hoe vragen
Kwaliteit: inzicht, hoe/ wat/ waarom vragen
Onderzoekssoorten:
● Experiment: 2 groepen worden onderzocht met 1 onafhankelijke variabel
● Quasi-experiment:
● Achteraf onderzoek:
Populatie is de groep die wordt onderzocht
Bijvoorbeeld bij een onderzoek naar de hoeveelheid consumenten. Dan zijn de consumenten de
populatie.
Nominaal: kwalitatief onderzoek
Ordinaal: kwalitatief onderzoek
Interval: geen natuurlijk 0 punt
Ratio: wel een natuurlijk 0 punt