Gezinspedagogiek HC
College 1: 13-11-2020
Onderwerpen vandaag
- Het fenotype en de rol van het gezin
- Baby: ‘hoe overleef ik…’
- Is ‘het gezin’ er altijd al geweest?
Wie of wat bepaalt hoe een kind zich ontwikkelt?
- Gedeelde omgeving?
- Genen?
- Unieke omgeving?
Gedragsgenetica – een korte herhaling
- Probeert de grootte van de invloeden van genen (nature) en omgeving (nurture) op het
fenotype te schatten
Fenotype wordt gevormd door
- Gedeelde omgeving (C = common environment)
- Genen (g = genes)
- Unieke omgeving (e = error)
Genen en omgeving kunnen elkaar versterken
- Assortative mating: vader en moeder hebben zich ook al uitgezocht, lijken al op elkaar,
bijvoorbeeld beide sportieve ouders sportief kind
- Correlatie tussen genen en omgeving: hebben beide een wisselwerking met elkaar
o Kind kiest omgeving die bij hem past
o Omgeving kan uitkomst gen versterken
o Genetische bagage kind roept reactie omgeving op
o Sociale interactie met genetisch verwante personen
- Interactie tussen genen en omgeving: GxO
o Samenspel van nature en nurture – genetisch bepaalde ontvankelijkheid bij
blootstelling aan omgevingsinvloeden
Nature en nurture: differentiële ontvankelijkheid
,De drie gebieden (G, C, E) beïnvloeden elkaar
- Ouders ( C) invloed op keuze peers (E)
- Differentiële ontvankelijkheid (G) invloed op effect ouders ( C)
- Monozygote tweeling (G) lokt eendere opvoeding uit ( C) – G lijkt groter bij MZ
Evolutionaire kijk op gedrag
- Tijd: kijk je duizenden jaren geleden of nu?
- Cultuur: kijken naar verschillende culturen
- Soorten: hoe doen andere soorten iets en kunnen wij hiervan leren?
Soort (species): leren van verre familie
Vijf soorten worden tegelijkertijd onderzocht en vergeleken
- Verschil mens – aap?
o Taal
o Gedeelde doelen en intenties
- Ladygina Kohts
Apen: sociaal. Mensen: ultra-sociaal
- Mensen willen van nature samenwerken, helpen, geven
o Wel vaak om credit op te bouwen
- US study: spending money on OTHER people had a more positive impact on the happiness of
subjects than spending the same amount of money on themselves
Grootste verschil: mensen zijn ‘the world’s experts at mind reading’
- Tomasello: ‘people participate with others in collaborative activities with shared goals and
intentions’
- Apen
o Begrip van doelen en intenties anderen
o Begrijpen wat anderen zien,horen
o Geen begrip van false-beliefs (kunnen niet voorspellen wat iemand gaat doen die
verkeerd geïnformeerd is)
Sociale intelligentie
- Machiavellian intelligence hypothesis: gebruik maken van inside information (weten wat een
ander weet) (jij weet wat een ander weet en dat gebruik je)
- Machiavellian intelligence zichtbaar in gedrag
o Iemand de schuld geven of vergeven
o Liegen of waarheid vertellen
o Bondjes sluiten
o Beloftes maken of breken
o Regels maken of overtreden
o Iemand misleiden
Mensen zijn beter in mind-reading
- Waarom? Baby-mens andere zorg nodig dan baby-aap?
- Een aap hoeft haar kind niet neer te leggen – mensen vaak wel
Environment of evolutionary adaptedness
- Homo sapiens ‘gevormd’ in Oost-Afrika in Pleistoceen
- Gehechtheidsgedrag heeft overlevingswaarde
, o Bowlby: nabijheid moeder (monotropie!) essentieel voor overleven
o Het kind moet bijvoorbeeld de aandacht trekken wanneer er gevaar dreigt
o Maar: zorg door alloparents kan ook
Bowlbian stereotype van de altijd beschikbare moeder niet realistisch
Infant survival: gehechtheid
- Bowlby: infant survival depends on baby’s relationship with his mother
- Hrdy – Pleistocene: infant survival depends on infant + mother + others
Bowlby – Ainswoth: kind vertoont gehechtheidsgedrag om te overleven
- Huilen
- Nabijheid zoeken
- Vastklampen
- Kind wil bij de moeder zijn en doet daar alles aan
Lorenz ‘kindchenschema’
- Kinderen zijn zo geëvolueerd dat ze schattig zijn
- Kind heeft er zo evolutionair voor gezorgd dat ze schattig zijn, omdat ouders een klein kind
schattig vinden.
- Niet alleen het kind heeft zich mooi gemaakt, ook in de ouders is iets geëvolueerd
Baby’s zijn mooi en aantrekkelijk…
Baby’s hebben extra skills nodig
- Baby’s van (mens)apen gaan nauwelijks zonder fysiek contact met moeder
- Baby’s van jagers-verzamelaar wel – ontwikkeling van skills
o Kijken/staren
o Interpreteren
Evolutietheorie
- Kinderen groeien op afhankelijk van meerdere verzorgers
- Natuurlijke selectie van degenen die beter waren in het lezen van andermans mentale staat
(wie helpt en wie niet?)
Baby’s klaar voor interactie
- Wat gaat die moeder doen?
- Krijg ik aandacht?
- Wat heeft de baby nodig?
- Onze hersenen zijn verder ontwikkelt om dat van elkaar op te pikken (ouders van baby –
baby van ouders)
Face-to-face staren en imitatie
Contact zoeken – stillface
- Beter in aandacht trekken? Beter in overleven (alloparenting)
- Emotional neglect: Spitz
Baby’s brabbelen, volwassenen spreken ‘motherese’ (parentese)
- Niet alleen moeders, iedereen doet het automatisch
- How to speak parentese
- !Kund: andere caregivers spreken meer/vaker motherese dan moeder zelf
, - Moeders: motherese – alloparents: parentese
Kortom…
- Baby’s en verzorgers houden van nature contact in stand
- Ontstaan om te overleven
The hunting hypothesis and the sex contract
- We gaan ervan uit dat de mannen gingen jagen en de vrouwen thuis bleven
- Seks contract: vrouwen zeiden: ‘ik slaap alleen met jou’, mannen zeiden: ‘dan jaag ik voor jou
en zorg ik voor eten’ soort huwelijk
Hunting hypothesis kan niet kloppen
- Mensen eten paar keer per dag
- Twee keer per maand groot beest is niet genoeg
- Dus: vrouwen verzamelen en vangen kleine beesten
- ‘The needs of children outstrip what most fathers are able or willing to provide’
Niet mogelijk in je eentje genoeg eten te vinden – alloparents nodig
- Jagers-verzamelaars
- !Kung: 25% van tijd vastgehouden door anderen
- Aka en Efe moeders delen zorg met anderen (ook voor melk)
- Schept emotionele band = verzekering later zorgt kind voor jou
Terminologie Hrdy
- Cooperative breeding
o A breeding system in which group members, other than the genetic parents, help
one or both parents rear their offspring
o Een manier van voortplanten waarbij groepsleden die niet de genetische ouders zijn
helpen met het groot brengen van de kinderen
- Alloparenting
o Individuen ander dan de daadwerkelijke ouders vervullen ook een ouderlijke rol
o Allomother, artikel Hrdy
o Mensen die niet de biologische ouders zijn, maar die wel een ouderlijke rol vervullen,
soort hulp ouders
Cooperative breeding bij mensen
- Oudere kinderen nog steeds afhankelijk van moeder bij nieuwe baby
o Grote belasting – hulp nodig van vader, grootouders, broers/zussen
- Voordelen cooperative breeding
o Voor dyade: voor het tweetal
o Voor de hele groep
Inclusive fitness
- Hamilton’s rule
- The cost of helping should be less than benefits to offspring calibrated in line with the
alloparent’s degree of relatedness to his of her charge
- Als een alloparents gaat helpen, dan is het logisch, hoe dichter je bij dat kind staat qua
bloedlijnen, hoe meer tijd je daarin steekt doorgeven van de genen
- RxB>C
- Relatedness, benefits, costs
College 1: 13-11-2020
Onderwerpen vandaag
- Het fenotype en de rol van het gezin
- Baby: ‘hoe overleef ik…’
- Is ‘het gezin’ er altijd al geweest?
Wie of wat bepaalt hoe een kind zich ontwikkelt?
- Gedeelde omgeving?
- Genen?
- Unieke omgeving?
Gedragsgenetica – een korte herhaling
- Probeert de grootte van de invloeden van genen (nature) en omgeving (nurture) op het
fenotype te schatten
Fenotype wordt gevormd door
- Gedeelde omgeving (C = common environment)
- Genen (g = genes)
- Unieke omgeving (e = error)
Genen en omgeving kunnen elkaar versterken
- Assortative mating: vader en moeder hebben zich ook al uitgezocht, lijken al op elkaar,
bijvoorbeeld beide sportieve ouders sportief kind
- Correlatie tussen genen en omgeving: hebben beide een wisselwerking met elkaar
o Kind kiest omgeving die bij hem past
o Omgeving kan uitkomst gen versterken
o Genetische bagage kind roept reactie omgeving op
o Sociale interactie met genetisch verwante personen
- Interactie tussen genen en omgeving: GxO
o Samenspel van nature en nurture – genetisch bepaalde ontvankelijkheid bij
blootstelling aan omgevingsinvloeden
Nature en nurture: differentiële ontvankelijkheid
,De drie gebieden (G, C, E) beïnvloeden elkaar
- Ouders ( C) invloed op keuze peers (E)
- Differentiële ontvankelijkheid (G) invloed op effect ouders ( C)
- Monozygote tweeling (G) lokt eendere opvoeding uit ( C) – G lijkt groter bij MZ
Evolutionaire kijk op gedrag
- Tijd: kijk je duizenden jaren geleden of nu?
- Cultuur: kijken naar verschillende culturen
- Soorten: hoe doen andere soorten iets en kunnen wij hiervan leren?
Soort (species): leren van verre familie
Vijf soorten worden tegelijkertijd onderzocht en vergeleken
- Verschil mens – aap?
o Taal
o Gedeelde doelen en intenties
- Ladygina Kohts
Apen: sociaal. Mensen: ultra-sociaal
- Mensen willen van nature samenwerken, helpen, geven
o Wel vaak om credit op te bouwen
- US study: spending money on OTHER people had a more positive impact on the happiness of
subjects than spending the same amount of money on themselves
Grootste verschil: mensen zijn ‘the world’s experts at mind reading’
- Tomasello: ‘people participate with others in collaborative activities with shared goals and
intentions’
- Apen
o Begrip van doelen en intenties anderen
o Begrijpen wat anderen zien,horen
o Geen begrip van false-beliefs (kunnen niet voorspellen wat iemand gaat doen die
verkeerd geïnformeerd is)
Sociale intelligentie
- Machiavellian intelligence hypothesis: gebruik maken van inside information (weten wat een
ander weet) (jij weet wat een ander weet en dat gebruik je)
- Machiavellian intelligence zichtbaar in gedrag
o Iemand de schuld geven of vergeven
o Liegen of waarheid vertellen
o Bondjes sluiten
o Beloftes maken of breken
o Regels maken of overtreden
o Iemand misleiden
Mensen zijn beter in mind-reading
- Waarom? Baby-mens andere zorg nodig dan baby-aap?
- Een aap hoeft haar kind niet neer te leggen – mensen vaak wel
Environment of evolutionary adaptedness
- Homo sapiens ‘gevormd’ in Oost-Afrika in Pleistoceen
- Gehechtheidsgedrag heeft overlevingswaarde
, o Bowlby: nabijheid moeder (monotropie!) essentieel voor overleven
o Het kind moet bijvoorbeeld de aandacht trekken wanneer er gevaar dreigt
o Maar: zorg door alloparents kan ook
Bowlbian stereotype van de altijd beschikbare moeder niet realistisch
Infant survival: gehechtheid
- Bowlby: infant survival depends on baby’s relationship with his mother
- Hrdy – Pleistocene: infant survival depends on infant + mother + others
Bowlby – Ainswoth: kind vertoont gehechtheidsgedrag om te overleven
- Huilen
- Nabijheid zoeken
- Vastklampen
- Kind wil bij de moeder zijn en doet daar alles aan
Lorenz ‘kindchenschema’
- Kinderen zijn zo geëvolueerd dat ze schattig zijn
- Kind heeft er zo evolutionair voor gezorgd dat ze schattig zijn, omdat ouders een klein kind
schattig vinden.
- Niet alleen het kind heeft zich mooi gemaakt, ook in de ouders is iets geëvolueerd
Baby’s zijn mooi en aantrekkelijk…
Baby’s hebben extra skills nodig
- Baby’s van (mens)apen gaan nauwelijks zonder fysiek contact met moeder
- Baby’s van jagers-verzamelaar wel – ontwikkeling van skills
o Kijken/staren
o Interpreteren
Evolutietheorie
- Kinderen groeien op afhankelijk van meerdere verzorgers
- Natuurlijke selectie van degenen die beter waren in het lezen van andermans mentale staat
(wie helpt en wie niet?)
Baby’s klaar voor interactie
- Wat gaat die moeder doen?
- Krijg ik aandacht?
- Wat heeft de baby nodig?
- Onze hersenen zijn verder ontwikkelt om dat van elkaar op te pikken (ouders van baby –
baby van ouders)
Face-to-face staren en imitatie
Contact zoeken – stillface
- Beter in aandacht trekken? Beter in overleven (alloparenting)
- Emotional neglect: Spitz
Baby’s brabbelen, volwassenen spreken ‘motherese’ (parentese)
- Niet alleen moeders, iedereen doet het automatisch
- How to speak parentese
- !Kund: andere caregivers spreken meer/vaker motherese dan moeder zelf
, - Moeders: motherese – alloparents: parentese
Kortom…
- Baby’s en verzorgers houden van nature contact in stand
- Ontstaan om te overleven
The hunting hypothesis and the sex contract
- We gaan ervan uit dat de mannen gingen jagen en de vrouwen thuis bleven
- Seks contract: vrouwen zeiden: ‘ik slaap alleen met jou’, mannen zeiden: ‘dan jaag ik voor jou
en zorg ik voor eten’ soort huwelijk
Hunting hypothesis kan niet kloppen
- Mensen eten paar keer per dag
- Twee keer per maand groot beest is niet genoeg
- Dus: vrouwen verzamelen en vangen kleine beesten
- ‘The needs of children outstrip what most fathers are able or willing to provide’
Niet mogelijk in je eentje genoeg eten te vinden – alloparents nodig
- Jagers-verzamelaars
- !Kung: 25% van tijd vastgehouden door anderen
- Aka en Efe moeders delen zorg met anderen (ook voor melk)
- Schept emotionele band = verzekering later zorgt kind voor jou
Terminologie Hrdy
- Cooperative breeding
o A breeding system in which group members, other than the genetic parents, help
one or both parents rear their offspring
o Een manier van voortplanten waarbij groepsleden die niet de genetische ouders zijn
helpen met het groot brengen van de kinderen
- Alloparenting
o Individuen ander dan de daadwerkelijke ouders vervullen ook een ouderlijke rol
o Allomother, artikel Hrdy
o Mensen die niet de biologische ouders zijn, maar die wel een ouderlijke rol vervullen,
soort hulp ouders
Cooperative breeding bij mensen
- Oudere kinderen nog steeds afhankelijk van moeder bij nieuwe baby
o Grote belasting – hulp nodig van vader, grootouders, broers/zussen
- Voordelen cooperative breeding
o Voor dyade: voor het tweetal
o Voor de hele groep
Inclusive fitness
- Hamilton’s rule
- The cost of helping should be less than benefits to offspring calibrated in line with the
alloparent’s degree of relatedness to his of her charge
- Als een alloparents gaat helpen, dan is het logisch, hoe dichter je bij dat kind staat qua
bloedlijnen, hoe meer tijd je daarin steekt doorgeven van de genen
- RxB>C
- Relatedness, benefits, costs