Brutowinstmarge = Bedrijfsresultaat (EBIT) / Omzet
Je berekent hierbij de verhouding tussen wat je aan resultaat hebt behaald ten opzichte van
het bedrag waarvoor je verkocht hebt.
Productiecapaciteit = maximaal productievolume
Vaste en variabele kosten
Vaste kosten = constante kosten = capaciteitskosten (de omvang van de
productiecapaciteit is bepalend voor de omvang van de vaste kosten)
Loonkosten van personeel in vaste dienst, afschrijvingskosten etc.
Variabele kosten = afhankelijke kosten
Kosten van uitzendkrachten, grondstofkosten etc.
Soorten variabele kosten
Degressief variabele kosten = variabele kosten < productieomvang
Proportioneel variabele kosten = variabele kosten = productieomvang
Progressief variabele kosten = variabele kosten > productieomvang
Trapsgewijs variabele kosten: zie onderstaand figuur.
Dekkingsbijdrage en veiligheidsvoorraad
Dekkingsbijdrage = contributiemarge = omzet – variabele kosten
De dekkingsbijdrage laat zien hoeveel euro je van je omzet kan gebruiken om de vaste
kosten te betalen.
Veiligheidsmarge = [(huidige afzet – BEA) / huidige afzet]
Met de veiligheidsmarge bereken je met hoeveel procent je afzet mag dalen voordat je de
BEA (break-even afzet) bereikt.
Pagina 1 van 5
, Eigen- en vreemd vermogen
Eigen vermogen = risicodragend vermogen = ondernemend vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit aandelenkapitaal en reserves. Een bekende reserve is de
winstreserve. De winstreserve ontstaat door het inhouden van winst; dus bestaat uit niet-
uitgekeerde winst.
Vreemd vermogen = risicomijdend vermogen = niet-ondernemend vermogen
Kostprijs = standaard kostprijs = kosten per eenheid bij het normale productievolume
Balans – Debetzijde (bezittingen of activa)
Vaste activa = bezittingen die je langer dan één jaar gaat gebruiken
Gebouwen, inboedel, vervoersmiddelen, machines, bedrijfsmiddelen, inventaris etc.
Vlottende activa = bezittingen die je korter dan één jaar gaat gebruiken
(Kas & Bank = liquide middelen), boodschappen, voorraden, debiteuren etc.
Balans – Creditzijde (schulden of passiva)
Lang vreemd vermogen = schulden met een looptijd langer dan 1 jaar
Persoonlijke lening
Kort vreemd vermogen = schulden met een looptijd korter dan 1 jaar
Leverancierskrediet, bankkrediet, crediteuren
Gouden balansregel = EV + Lang VV ≥ Vaste activa + Vaste deel van de vlottende activa
Aan het einde van de periode wordt het saldo van grootboekrekening ‘Privé’ overgeschreven
naar grootboekrekening ‘Eigen vermogen’.
Resultatenberekening
Het eigen vermogen neemt toe door opbrengsten en neemt af door kosten
Liquiditeitsbegroting
Het aanwezige geld neemt toe door
ontvangsten en neemt af door uitgaven
Afschrijvingen worden wel in de
resultatenberekening opgenomen, maar niet in de
liquiditeitsbegroting
Pagina 2 van 5