Familie & Gezin, deeltoets 1
Pedagogiek in beeld, hoofdstuk 4.
Pedagogische ideeëngeschiedenis:
de gehechtheidstheorie van John Bowlby en Mary Ainsworth
Mental Hygiene Movement: als je het lichaam gezond kon maken, moest dit ook mogelijk
zijn met de geest. Aandacht voor de geestelijke gezondheid aan het einde van de 19e eeuw.
Affectieloos karakter: kinderen die niet in staat zijn een emtoionele band met anderen aan te
gaan.
John Bowbly deed onderzoek naar de scheiding en verlies van de moeder.
Hij vergeleek 44 delinquente jongeren met een controlegroep van 44 kinderen die in dezelfde
kliniek zaten en behandeld werden vanwege emotionele problemen, maar die geen strafbaar
gedrag vertoonden.
Conclusie: meer dan de helft van de delinquente jongeren werden op jonge leeftijd gescheiden
van hun moeder.
Cupboard-love theory: doordat de moeder fysiologische behoeften van het kind als warmte
en voeding bevredigt, leert het kind dat de moeder de bron is van alle bevrediging en liefde.
Security theory (Blatz): je bent mentaal gezond als je genoeg zelfvertrouwen hebt om de
consequenties van je beslissingen en daden te accepteren, of als je iemand in je nabije
omgeving hebt waar je op kunt vertrouwen om dat te doen.
Gehechtheidstheorieën Ainsworth:
- Veilig gehecht
- Onveilig gehecht
- Niet gehecht (later geschrapt)
Vreemde Situatie Procedure: gehechtheid bij jonge kinderen kan hiermee gemeten worden.
, Maternal sensitivity to infant distress and nondistress as predictors of
infant-mother attachment security
Mcellwain & Booth-LaForce
Aanleiding van het onderzoek: er zijn geen eerdere onderzoeken die ouderlijke sensitiviteit
vergelijken met angst van kinderen. Er moet beoordeeld worden in hoeverre de gevoeligheid
van de moeder voor stress een duidelijke voorloper is van vroege gehechtheidsrelaties.
Hypothese: gevoeligheid van de moeder voor angst staat centraal in het bevorderen van
gehechtheidsbeveiliging.
Procedure: moeder en kind werden gefilmd terwijl ze speelden met hun kinderen van 6 en 15
maanden jong.
Resultaten:
- Een betere gevoeligheid van de ouders voor angst na 6 maanden was geassocieerd met
een verhoogde kans op een veilige gehechtheid tussen baby en moeder.
- Moeilijk temperament was niet gerelateerd aan ouderlijke sensitiviteit en kwam niet
tevoorschijn als een significante voorspeller van veilige gehechtheid op 15 maanden.
Daarbij: de kinderen worden niet in stressvolle situaties gezet waardoor er ook niet van de
ouders wordt verwacht dat ze sensitief reageren.
A self-determination theory perspective on parenting
Joussemet, Landry & Koestner
Zelfdeterminatie-theorie (ZDT): de intrinsieke motivatie van mensen is afhankelijk van de
basisbehoeften competentie, autonomie en verbondenheid.
3 categorieën van onderzoek naar ouderlijke autonomie:
1. Onderzoeken die observationele methoden gebruiken om gedrag van ouders te meten.
2. Onderzoeken die gesprekken met ouders gebruiken.
3. Onderzoeken die ingeschatte percepties van ouderlijk gedrag zoals gerapporteerd door hun
kinderen beoordelen.
Resultaten:
- Autonome steun is een sleutelelement in de ouder-kind relatie.
- De ZDT is een spaarzame motivatietheorie die bijzonder goed van toepassing is op
socialisatie en ontwikkeling.
- Autonome ondersteuning van ouders is geassocieerd met betere motivatie en
persistentie bij zuigelingen en betere internalisatie bij peuters.
- Interessant om op te merken is dat de mate waarin ouders erop vertrouwen dat
kinderen een natuurlijke neiging hebben tot internalisering en ontwikkeling (een
centraal principe van de ZDT) een sterke invloed heeft op hun vermogen om
autonomieondersteuning te bieden.
, Hoorcollege 1
4 domeinen van opvoeding van baby’s:
- Verzorgende opvoeding: in fysieke behoeften voorzien
- Sociale opvoeding: interpersoonlijk gedrag bevorderen en begeleiden
- Didactische opvoeding: stimulatie om de wereld te leren begrijpen
- Materiële opvoeding: fysieke uitdaging en begeleiding
Kerntaak: sensitiviteit:
Het vermogen van ouders om signalen van het kind waar te nemen, juist te interpreteren en er
correct op te reageren.
Eerste tekenen van gehechtheid
Angst voor vreemden (8-9 maanden): evolutionaire basis
Gehechtheidsstijlen (percentages niet belangrijk):