Spraak 32
Werkgroep 4 europees en internationaal recht
Transfer pricing: de prijzen die concerns onderling aan elkaar door berekenen
(door een bedrijfseconomische bril). Wat gebeurt er nou als je binnen een
multinationaal bedrijf als daar transacties plaatsvinden, goederen van het ene
bedrijf worden verkocht aan het andere bedrijf. Dan is de vraag welke prijzen
worden er nu intern gehanteerd?
Transfer pricing is onderdeel van de fiscale economie, maar zit heel dicht tegen
het economische aan. De oplossingen voor deze problemen vind je dus ook veel
terug in de bedrijfseconomie.
Transfer pricing door een fiscale bril: gaat over de eerlijke goede verdeling. Van
de winst bijv. Als je een groot bedrijf hebt met meerdere vestigingen in meerdere
landen. Wil je dat toedelen de winst naar de juiste jurisdictie.
Hoe kun je het beste die winst verdelen? Hoe wordt het fiscaal opgelost? 2
methodes:
Via een verdeelsleutel. (formelary approachment). Waarom is dit niet zo’n goede
methode in vergelijking met at-arm’s-Length methode? Het is een vrij lompe
manier om de winst te verdelen. Je pakt bijv. de hoeveel werknemers die in elk
bedrijf van die groep werkt, en op basis daarvan verdeel je het. Je verdeelt de
winst dus bijv. op maar één criteria. (dit is de alternatieve methode, dus je
gebruikt eerst de methode hieronder)
Via het At-arm’s-Length beginsel. Je gaat kijken naar al die transacties binnen dat
bedrijf, hoe zou als die transactie niet in dat bedrijf, maar daar buiten zou hebben
plaatsgevonden, wat zou dan de prijs zijn, wat zou dan zijn afgesproken, wat
zouden de voorwaarden zijn, tussen onafhankelijke derden? Dit is de
internationaal geaccepteerde methode. De gedachte is, dat er zoiets is als een
markt, waar eerlijke goede prijzen worden genoteerd, en als je die prijzen kan
vinden, pas je die ook toe binnen het bedrijf. En zo wordt er een eerlijke winst
toegerekend in die hele groep.
Er is een probleem bij het at-arm’s-Length beginsel: er zijn tegenwoordig zo veel
transacties binnen een bedrijf, die uniek zijn, die alleen in dat bedrijf
plaatsvinden.
Waterflesje vanuit Frankrijk naar Nederland binnen het concern. Prijs bepalen. Je
gaat kijken naar allerlei omstandigheden. Vergelijkbaarheidsanalyse pas je toe.
Daarna moet je het prijskaartje bepalen, heb je verschillende methodes voor. De
kost plus methode, cup methode bijv.
Casus 4.1
a) Waarom is dat van belang om te weten wat een gelieerd lichaam is? Het gaat
om transacties die plaatsvindt binnen een groep van vennootschappen. En daar
moet je het juiste prijskaartje aanhangen. Dus moet je nauwkeurig bepalen wat
gelieerdheid is.
Waar staat het als we kijken naar internationale wetgeving? Art 9 OESO
modelverdrag. Dit is het startpunt van het at arms lenght beginsel. Dit artikel
Werkgroep 4 europees en internationaal recht
Transfer pricing: de prijzen die concerns onderling aan elkaar door berekenen
(door een bedrijfseconomische bril). Wat gebeurt er nou als je binnen een
multinationaal bedrijf als daar transacties plaatsvinden, goederen van het ene
bedrijf worden verkocht aan het andere bedrijf. Dan is de vraag welke prijzen
worden er nu intern gehanteerd?
Transfer pricing is onderdeel van de fiscale economie, maar zit heel dicht tegen
het economische aan. De oplossingen voor deze problemen vind je dus ook veel
terug in de bedrijfseconomie.
Transfer pricing door een fiscale bril: gaat over de eerlijke goede verdeling. Van
de winst bijv. Als je een groot bedrijf hebt met meerdere vestigingen in meerdere
landen. Wil je dat toedelen de winst naar de juiste jurisdictie.
Hoe kun je het beste die winst verdelen? Hoe wordt het fiscaal opgelost? 2
methodes:
Via een verdeelsleutel. (formelary approachment). Waarom is dit niet zo’n goede
methode in vergelijking met at-arm’s-Length methode? Het is een vrij lompe
manier om de winst te verdelen. Je pakt bijv. de hoeveel werknemers die in elk
bedrijf van die groep werkt, en op basis daarvan verdeel je het. Je verdeelt de
winst dus bijv. op maar één criteria. (dit is de alternatieve methode, dus je
gebruikt eerst de methode hieronder)
Via het At-arm’s-Length beginsel. Je gaat kijken naar al die transacties binnen dat
bedrijf, hoe zou als die transactie niet in dat bedrijf, maar daar buiten zou hebben
plaatsgevonden, wat zou dan de prijs zijn, wat zou dan zijn afgesproken, wat
zouden de voorwaarden zijn, tussen onafhankelijke derden? Dit is de
internationaal geaccepteerde methode. De gedachte is, dat er zoiets is als een
markt, waar eerlijke goede prijzen worden genoteerd, en als je die prijzen kan
vinden, pas je die ook toe binnen het bedrijf. En zo wordt er een eerlijke winst
toegerekend in die hele groep.
Er is een probleem bij het at-arm’s-Length beginsel: er zijn tegenwoordig zo veel
transacties binnen een bedrijf, die uniek zijn, die alleen in dat bedrijf
plaatsvinden.
Waterflesje vanuit Frankrijk naar Nederland binnen het concern. Prijs bepalen. Je
gaat kijken naar allerlei omstandigheden. Vergelijkbaarheidsanalyse pas je toe.
Daarna moet je het prijskaartje bepalen, heb je verschillende methodes voor. De
kost plus methode, cup methode bijv.
Casus 4.1
a) Waarom is dat van belang om te weten wat een gelieerd lichaam is? Het gaat
om transacties die plaatsvindt binnen een groep van vennootschappen. En daar
moet je het juiste prijskaartje aanhangen. Dus moet je nauwkeurig bepalen wat
gelieerdheid is.
Waar staat het als we kijken naar internationale wetgeving? Art 9 OESO
modelverdrag. Dit is het startpunt van het at arms lenght beginsel. Dit artikel