Leerdoelen FYSIOLOGIE
Vetten (lesweek 1)
• Je benoemt de verschillende soorten en structuur van lipiden in ons
lichaam.
Soorten:
Vetten (triglyceriden)
1 glycerol en 3 verzuren
Vetachtige stoffen (fosfolipiden en sterolen)
Functie:
Brandstof
Regulatie
Structuur
• Je legt uit hoe de vertering en opname van vetten verloopt aan de hand van de functie en plaats
van de betrokken organen en enzymen.
VETVERTERING
Doel vetvertering:
Triglyceriden > monoglyceriden : vetzuren en glycerol
Uitdaging want:
Vetten zijn hydrofoob
Verteringsenzymen zijn hydrofiel (wateroplosbaar)
Oplossing:
Vetten goed mixen met verteringssappen met behulp van
DE VERTERING IN STAPPEN
De mond :
o Smelten
o Mixen
o Lingual lipase (vetvertering enzym) nauwelijks effect op de vetvertering bij volwassenen
De maag :
o Mixen
o Geleidelijke doorgang pyloris
o Gastric lipase (vetvertering enzym) ook weinig effect
,VERTERING IN DE DUNNE DARM
Duodenum :
o Cholocostokonine > afgifte gal en alvleesklier sap
o Emulgeren vet > kleine vetdruppels
o Vergroot oppervlak voor werking lipase
Alvleesklier
Darmkliercellen
o Hydrolyse triglyceriden en fosfolipiden
Meeste sterolen kunnen meteen opgenomen worden
o Absorptie
o Later in dunne darm :
Resorptie gal
GAL
Productie :
o In de lever
o 600-1000 ml/dag
Opslag en indikking :
o Galblaas
Samenstelling : (in vet als water oplosbaar) waardoor de verteringsenzymen er beter bij kunnen.
o Galzuren, galzouten, cholesterol, fosfolipiden, water, elektrolyten,
bilirubine
Functie :
o Emulgeren (grotere vetdruppels oplossen in water)
o Vergelijkbaar met werking afwasmiddel
Verklaring?
ABSORPTIE
2 routes :
o Diffusie > enterocyt (DARMCEL) > bloedsomloop
o Vorming micellen > enterocyt > chylomicronen > lymfe > bloedsomloop
Micellen
o Ontstaan tijdens vertering in de dunne darm
o Geëmulgeerde vetdruppels
• Binnenkant: verteringsproducten (vetproducten)
• Buitenkant: galmoleculen/fosfolipiden (water oplosbare bestandsdelen)
o Oplosbaar in water > diffusie met celmembraan > enterocyten
, • Je benoemt de verschillende functies van vetten in het lichaam.
FUNCTIES IN HET LICHAAM
Triglyceriden :
• Energie
• Energie reserve
• Isolatie en bescherming
• Vervoerder
Fosfolipiden :
• Celmembraan
• Lipide transport
• Emulgator
Sterolen :
• Celmembraan
• Precursor (voorloperstof)
• Galzuren
VETWEEFSEL
Adipocyten (vetcellen) :
• Aantal (verschilt per persoon)
• Omvang (omvang wordt groter door opname vet, bijv. bij overgewicht)
> vetweefsel
• 15-30% van lichaamsgewicht (Gemiddelde: (15-20% mannen) (25-30% vrouwen)
• Visceraal (tussen de organen en buikholte) (appelvorm lichaam)
• Subcutaan (onderhuidsvet) (peervorm lichaam)
• Inter- en intramusculair (tussen de spierweefsel en spieren vet)
WIT VET VS BRUINT VET
Witte vetcellen :
o Opslag van energie
Bruine vetcellen :
o Gebruiken energie > warmte
Veel mitochondriën (In bijna alle lichaamscellen zijn mitochondriën te vinden. Het zijn de
energiefabrieken van de cel. Eén van hun functies is het maken van energie. Ons lichaam heeft deze
energie nodig om goed te functioneren).
Vetten (lesweek 1)
• Je benoemt de verschillende soorten en structuur van lipiden in ons
lichaam.
Soorten:
Vetten (triglyceriden)
1 glycerol en 3 verzuren
Vetachtige stoffen (fosfolipiden en sterolen)
Functie:
Brandstof
Regulatie
Structuur
• Je legt uit hoe de vertering en opname van vetten verloopt aan de hand van de functie en plaats
van de betrokken organen en enzymen.
VETVERTERING
Doel vetvertering:
Triglyceriden > monoglyceriden : vetzuren en glycerol
Uitdaging want:
Vetten zijn hydrofoob
Verteringsenzymen zijn hydrofiel (wateroplosbaar)
Oplossing:
Vetten goed mixen met verteringssappen met behulp van
DE VERTERING IN STAPPEN
De mond :
o Smelten
o Mixen
o Lingual lipase (vetvertering enzym) nauwelijks effect op de vetvertering bij volwassenen
De maag :
o Mixen
o Geleidelijke doorgang pyloris
o Gastric lipase (vetvertering enzym) ook weinig effect
,VERTERING IN DE DUNNE DARM
Duodenum :
o Cholocostokonine > afgifte gal en alvleesklier sap
o Emulgeren vet > kleine vetdruppels
o Vergroot oppervlak voor werking lipase
Alvleesklier
Darmkliercellen
o Hydrolyse triglyceriden en fosfolipiden
Meeste sterolen kunnen meteen opgenomen worden
o Absorptie
o Later in dunne darm :
Resorptie gal
GAL
Productie :
o In de lever
o 600-1000 ml/dag
Opslag en indikking :
o Galblaas
Samenstelling : (in vet als water oplosbaar) waardoor de verteringsenzymen er beter bij kunnen.
o Galzuren, galzouten, cholesterol, fosfolipiden, water, elektrolyten,
bilirubine
Functie :
o Emulgeren (grotere vetdruppels oplossen in water)
o Vergelijkbaar met werking afwasmiddel
Verklaring?
ABSORPTIE
2 routes :
o Diffusie > enterocyt (DARMCEL) > bloedsomloop
o Vorming micellen > enterocyt > chylomicronen > lymfe > bloedsomloop
Micellen
o Ontstaan tijdens vertering in de dunne darm
o Geëmulgeerde vetdruppels
• Binnenkant: verteringsproducten (vetproducten)
• Buitenkant: galmoleculen/fosfolipiden (water oplosbare bestandsdelen)
o Oplosbaar in water > diffusie met celmembraan > enterocyten
, • Je benoemt de verschillende functies van vetten in het lichaam.
FUNCTIES IN HET LICHAAM
Triglyceriden :
• Energie
• Energie reserve
• Isolatie en bescherming
• Vervoerder
Fosfolipiden :
• Celmembraan
• Lipide transport
• Emulgator
Sterolen :
• Celmembraan
• Precursor (voorloperstof)
• Galzuren
VETWEEFSEL
Adipocyten (vetcellen) :
• Aantal (verschilt per persoon)
• Omvang (omvang wordt groter door opname vet, bijv. bij overgewicht)
> vetweefsel
• 15-30% van lichaamsgewicht (Gemiddelde: (15-20% mannen) (25-30% vrouwen)
• Visceraal (tussen de organen en buikholte) (appelvorm lichaam)
• Subcutaan (onderhuidsvet) (peervorm lichaam)
• Inter- en intramusculair (tussen de spierweefsel en spieren vet)
WIT VET VS BRUINT VET
Witte vetcellen :
o Opslag van energie
Bruine vetcellen :
o Gebruiken energie > warmte
Veel mitochondriën (In bijna alle lichaamscellen zijn mitochondriën te vinden. Het zijn de
energiefabrieken van de cel. Eén van hun functies is het maken van energie. Ons lichaam heeft deze
energie nodig om goed te functioneren).