Fernando Savater: Opvoeden tot vrijheid.
Doel pedagogisch handelen Pedagogisch handelen is gericht op
ontwikkeling, opvoeding, burgerschap en
zorg.
Uitgangspunt is dat het cognitieve leren
van kinderen wordt verbonden met hun
persoonlijke, sociale en morele
ontwikkeling.
De leraar heeft een voorbeeldfunctie. Als de leraar zijn eigen identiteit
(waarden en normen) kent kan hij dit makkelijker overbrengen op zijn leerlingen.
De leraar kan er gerichter en efficiënter naar handelen.
Visie pedagogische taak Bewustwordingen van de eigen waarden.
Functioneel cognitief leren Leren gericht op concreet bruikbare
kennis.
De leraar is altijd ook opvoeder. Iedereen die met kinderen werkt, is altijd ook
bezig met het overdragen van ervaringen, normen en waarden.
Drie perspectieven 1. Pedagogische opdracht
pedagogische handelen Het handelen waarbij de leraar doelbewust
werkt aan maatschappelijke en
ontwikkelingsgerichte leerdoelen rond
vorming, opvoeden, burgerschap en sociale
integratie.
Verschillende aandachtspunten:
- Gericht op het verwerven van kennis en
vaardigheden om zelfstandig te kunnen
oordelen en handelen in sociale situaties.
, - Gericht op het ontwikkelen van sociale
betrokkenheid van leerlingen en op het
sociaal kunnen en willen handelen.
- Gericht op zowel het bevorderen van
gelijkheid als op het respecteren van
verschillen tussen (toekomstige burgers).
2. Pedagogisch klimaat
Het handelen van de leraar dat invloed heeft op
de sfeer en de veiligheid in de groep, en op de
manier waarop er in de groep met elkaar wordt
omgegaan.
Moet tegemoet komen aan de drie
basisbehoeften van leerlingen (zie hoofdstuk 3).
3. Pedagogisch didactisch handelen
Pedagogisch handelen heeft ook betrekking op de
kern van onderwijs: het vormgeven van het leren
zelf (leerdoelen, leerinhouden en de pedagogisch-
didactische aanpak).
Naast het kind en de directe werkvormgeving (de klas en de school) moet het
perspectief verbreed en verdiept worden.
School en samenleving, partners in opvoeden, participeren in leef- en
werkgemeenschappen, waardestimulering en opleiding en visieontwikkeling.
Hoofdstuk 2 (PP)
Pedagogische opdracht Het bevorderen van de identiteitsontwikkeling of
persoonsvorming van leerlingen, mede met het
oog op hun (toekomstige) participatie in een
democratische, multiculturele samenleving.
Sociaalinstrumenteel aspect aandacht voor waardeopvoeding.
Sociaalpedagogisch aspect persoonlijke ontwikkeling.
, Smalle visie pedagogische opdracht Stellen van regels en oplossen van
conflicten binnen de school zelf.
Overdracht van waarden en
normen.
Voorbeeld: geen mobiel in de les.
Opvoeding komt vooral in beeld als
er in de klas problemen worden
ervaren met betrekking tot gedrag,
omgangsvormen en motivatie.
Brede visie pedagogische opdracht Zowel de persoonlijkheidsvorming
als de sociale en maatschappelijke
ontwikkeling van het kind.
‘de pedagogische opdracht’, drie aspecten 1. De voorbereiding van de leerlingen
op het leven in de democratische
samenleving.
2. De relatie tussen onderwijs en
levensbeschouwing.
3. De verhoudingen binnen de school.
Aansprekende pedagogische infrastructuur
Drie principes 1. Verdichting van de opvoeding.
Een nauwer netwerk van
pedagogische contexten. Dat
impliceert voor het onderwijs dat
leraren in hun eigen werk didactisch
en pedagogisch handelen moeten
integreren en meer moet
samenwerken met andere opvoeders.
2. Sturing door dialoog.
Participatie en ‘gewogen
zeggenschap’ van jongeren.