Doelen AFP OP3
Lesweek 1
E-college
Algemene functie zenuwstelsel:
o Centraal:
Ontvangen: het is het ontvangstcentrum van alle informatie die door de
zintuigen over onze omgeving en het eigen lichaam doorgegeven wordt
Verwerken: het verwerkt de ontvangen informatie, dit samen met al eerder
opgeslagen gegevens. Voornamelijk gegevens die opgeslagen liggen in het
geheugen
Aansturen: het stuurt spieren en organen in het lichaam aan na verwerking
van informatie
o Perifeer:
Deel van het zenuwstelsel dat buiten het centrale zenuwstelsel ligt
Vormt de verbindingen van en naar de organen en weefsels en het centrale
zenuwstelsel
Anatomie van zenuwcellen:
o
o Exhiberende neurotransmitters (stimuleren de impulsoverdracht): zorgen voor
afname van het potentiaalverschil (depolarisatie)
o Inhiberende neurotransmitters (remmen de impulsoverdracht): zorgen voor
toename van het potentiaalverschil (hyperpolarisatie), afremmende werking op
zenuwcel. Kans op actiepotentiaal verkleind
Prikkeloverdracht, impulsoverdracht en de communicatie tussen zenuwcellen en spieren:
o Impulsen die bv. in de zenuwcel worden opgewekt komen in de eindvertakkingen
van de axon aan en moeten worden overgedragen aan een cel. Dit gebeurt via
overdrachtsplaatsen aan de uiteinden van een axon, dat is een synaps.
Reflexboog:
1
, o
pijn:
o
Bloedvoorziening van de hersenen:
o
2
Lesweek 1
E-college
Algemene functie zenuwstelsel:
o Centraal:
Ontvangen: het is het ontvangstcentrum van alle informatie die door de
zintuigen over onze omgeving en het eigen lichaam doorgegeven wordt
Verwerken: het verwerkt de ontvangen informatie, dit samen met al eerder
opgeslagen gegevens. Voornamelijk gegevens die opgeslagen liggen in het
geheugen
Aansturen: het stuurt spieren en organen in het lichaam aan na verwerking
van informatie
o Perifeer:
Deel van het zenuwstelsel dat buiten het centrale zenuwstelsel ligt
Vormt de verbindingen van en naar de organen en weefsels en het centrale
zenuwstelsel
Anatomie van zenuwcellen:
o
o Exhiberende neurotransmitters (stimuleren de impulsoverdracht): zorgen voor
afname van het potentiaalverschil (depolarisatie)
o Inhiberende neurotransmitters (remmen de impulsoverdracht): zorgen voor
toename van het potentiaalverschil (hyperpolarisatie), afremmende werking op
zenuwcel. Kans op actiepotentiaal verkleind
Prikkeloverdracht, impulsoverdracht en de communicatie tussen zenuwcellen en spieren:
o Impulsen die bv. in de zenuwcel worden opgewekt komen in de eindvertakkingen
van de axon aan en moeten worden overgedragen aan een cel. Dit gebeurt via
overdrachtsplaatsen aan de uiteinden van een axon, dat is een synaps.
Reflexboog:
1
, o
pijn:
o
Bloedvoorziening van de hersenen:
o
2