Aantekeningen kennislijn OP4
Lesweek 1
E-college interview herstelgerichte zorg
Verpleegkundige-specialist: expert op het verpleegkundig vakgebied
E-college stemmingsstoornissen
WHO: depressie één van de vier meest invaliderende ziekten
Hoge prevalentie
Grote kans op recidief
Chroniciteit
Psychiatrische en somatische comorbiditeit
Etiologische factoren bij depressie:
Biologische verklaring
o Erfelijke aanleg
o Disbalans neurotransmitters
o Somatische factoren
Psychosociaal
o Persoonlijkheidsstructuur
o Leertheorie
o Cognitieve theorie
Stress/life time events
Erfelijke aanleg tot wel 50% bepalend voor het ontstaan van een depressieve stoornis
Somatische aandoeningen depressie:
Symptomen:
o Verlies van eetlust, concentratieverlies, vermoeidheid en slapeloosheid
Diagnose stellen is lastig
Symptomen belemmeren dagelijks functioneren
Psychologische symptomen depressie:
Depressieve stemming
o Neerslachtig
o Bedroefd
o Hopeloos
o Dag schommelingen
Vermoeidheid
o Verlies van energie
1
, o Initiatief en kracht
Angst
Cognitieve stoornissen
o Denken vorm (traag denken, gedachten niet vast kunnen houden)
o Denken inhoud (schuldgedachten, zelfverwijt)
o Geheugen
o Concentratie
o Besluiteloosheid
Gedragsmatige symptomen depressie:
Isoleren
Huilbuien
Psychomotorische agitatie of remming
Verlies van vermogen om plezier te vinden in bezigheden
Verminderde productiviteit
Denken aan of praten over de dood
Functionele symptomen depressie:
Eetstoornissen, gewichtsverandering
Seksuele stoornissen
Slaapstoornissen,
Obstipatie, lichamelijke klachten
Symptomen van een depressieve stoornis volgens DSM V:
1. Sombere stemming
2. Interesseverlies
3. Verlies van eetlust, gewichtsverandering
4. Moeite met in- of doorslapen
5. Snel geïrriteerd, vijandige houding of juist geremd en apathisch
6. Moe en lusteloos, verlies van energie
7. Schuldgevoelens en gevoelens van waardeloosheid
8. Zich moeilijk kunnen concentreren en/of beslissingen kunnen nemen
9. Telkens aan de dood denken of dood willen
2
,Gevolgen van depressie:
Beperkingen in
sociaal, emotioneel en lichamelijk
functioneren
o Eenzaamheid
o Ongezonde leefstijl
o Slecht opvolgen medicatie gebruik
o Isolatie
o Gebruik van middelen
o Suïcide
Partners:
o Sociaal isolement
o Relatie met de patiënt kan ernstig wordt aangetast
o Gevoel partner verloren te hebben
Rol van verpleegkundige bij behandeling depressie:
Medische diagnostiek alleen is te beperkt
Depressie vraagt om een multidisciplinaire aanpak
o Eerste stap interventie door verpleegkundige
o Combinatie van therapieën
Zorg altijd voor een goede verpleegkundige diagnose gebaseerd op systematisch uitgevoerd
behoeftenonderzoek
Verpleegkundige diagnose:
Observeren:
o Stemmings- of gevoelswisselingen (bijvoorbeeld zichtbaar huilen of een sombere
gezichtsuitdrukking)
o Uitspraken die wijzen op negatieve gedachten (bijvoorbeeld: alles mislukt bij mij)
o Een vorm van problematisch gedrag (bijvoorbeeld de patiënt trekt zich terug).
Verpleegkundige interventies:
Psycho-educatie
Gedragsmatige interventies
o Activiteitenrapport
Nuancering beeld
Herkennen van activiteiten die een slecht of negatief gevoel geven
Vervangen activiteiten
o Balans in het activiteitenpatroon
o Dagstructuur
o Weekstructuur
o Thuissituatie
o Terugvalpreventieplan
3
, Cognitieve interventies
o Uitleg over automatische gedachten
o 5 g schema; gebeurtenis, gedachte, gevoel, gedrag, gevolg
o Manieren om automatische gedachten uit te dagen
o Experimenten met gedrag
5 G-schema:
Gebeurtenis: wat zie je door een camera
Gedachten: wat ging door je hoofd
Gevoel/ gewaarwording: 5 B’s: boos, bedroefd, beschaamd, blij en band
Gedrag: wat deed je
Gevolg: wat was het gevolg van je gedrag
Omgaan met depressie:
Activiteiten
o Eenvoudige activiteiten samendoen
o Stimuleren dingen te doen die prettig waren vóór de depressie
o Hulp bieden bij praktische zaken
Bejegening
o Aanwezig zijn,
o Begrip, beschikbaar zijn,
o Niet overtuigen dat het goed gaat
Contacten
o Vaker contacten
o Opvrolijken werkt averechts
o Stimuleren van contacten met anderen
Manie:
Opgeblazen gevoel van eigenwaarde of grootheidsideeën
Afgenomen behoefte aan slaap
Spreekdrang
Gedachtevlucht of de subjectieve beleving dat de gedachten jagen
Verhoogde afleidbaarheid
Toeneming van doelgerichte activiteit
Overmatig bezighouden met aangename activiteiten met kans op pijnlijke gevolgen
Hypomanie:
Geen duidelijke beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren
Opname in een ziekenhuis is niet noodzakelijk
Geen psychotische verschijnselen
4
Lesweek 1
E-college interview herstelgerichte zorg
Verpleegkundige-specialist: expert op het verpleegkundig vakgebied
E-college stemmingsstoornissen
WHO: depressie één van de vier meest invaliderende ziekten
Hoge prevalentie
Grote kans op recidief
Chroniciteit
Psychiatrische en somatische comorbiditeit
Etiologische factoren bij depressie:
Biologische verklaring
o Erfelijke aanleg
o Disbalans neurotransmitters
o Somatische factoren
Psychosociaal
o Persoonlijkheidsstructuur
o Leertheorie
o Cognitieve theorie
Stress/life time events
Erfelijke aanleg tot wel 50% bepalend voor het ontstaan van een depressieve stoornis
Somatische aandoeningen depressie:
Symptomen:
o Verlies van eetlust, concentratieverlies, vermoeidheid en slapeloosheid
Diagnose stellen is lastig
Symptomen belemmeren dagelijks functioneren
Psychologische symptomen depressie:
Depressieve stemming
o Neerslachtig
o Bedroefd
o Hopeloos
o Dag schommelingen
Vermoeidheid
o Verlies van energie
1
, o Initiatief en kracht
Angst
Cognitieve stoornissen
o Denken vorm (traag denken, gedachten niet vast kunnen houden)
o Denken inhoud (schuldgedachten, zelfverwijt)
o Geheugen
o Concentratie
o Besluiteloosheid
Gedragsmatige symptomen depressie:
Isoleren
Huilbuien
Psychomotorische agitatie of remming
Verlies van vermogen om plezier te vinden in bezigheden
Verminderde productiviteit
Denken aan of praten over de dood
Functionele symptomen depressie:
Eetstoornissen, gewichtsverandering
Seksuele stoornissen
Slaapstoornissen,
Obstipatie, lichamelijke klachten
Symptomen van een depressieve stoornis volgens DSM V:
1. Sombere stemming
2. Interesseverlies
3. Verlies van eetlust, gewichtsverandering
4. Moeite met in- of doorslapen
5. Snel geïrriteerd, vijandige houding of juist geremd en apathisch
6. Moe en lusteloos, verlies van energie
7. Schuldgevoelens en gevoelens van waardeloosheid
8. Zich moeilijk kunnen concentreren en/of beslissingen kunnen nemen
9. Telkens aan de dood denken of dood willen
2
,Gevolgen van depressie:
Beperkingen in
sociaal, emotioneel en lichamelijk
functioneren
o Eenzaamheid
o Ongezonde leefstijl
o Slecht opvolgen medicatie gebruik
o Isolatie
o Gebruik van middelen
o Suïcide
Partners:
o Sociaal isolement
o Relatie met de patiënt kan ernstig wordt aangetast
o Gevoel partner verloren te hebben
Rol van verpleegkundige bij behandeling depressie:
Medische diagnostiek alleen is te beperkt
Depressie vraagt om een multidisciplinaire aanpak
o Eerste stap interventie door verpleegkundige
o Combinatie van therapieën
Zorg altijd voor een goede verpleegkundige diagnose gebaseerd op systematisch uitgevoerd
behoeftenonderzoek
Verpleegkundige diagnose:
Observeren:
o Stemmings- of gevoelswisselingen (bijvoorbeeld zichtbaar huilen of een sombere
gezichtsuitdrukking)
o Uitspraken die wijzen op negatieve gedachten (bijvoorbeeld: alles mislukt bij mij)
o Een vorm van problematisch gedrag (bijvoorbeeld de patiënt trekt zich terug).
Verpleegkundige interventies:
Psycho-educatie
Gedragsmatige interventies
o Activiteitenrapport
Nuancering beeld
Herkennen van activiteiten die een slecht of negatief gevoel geven
Vervangen activiteiten
o Balans in het activiteitenpatroon
o Dagstructuur
o Weekstructuur
o Thuissituatie
o Terugvalpreventieplan
3
, Cognitieve interventies
o Uitleg over automatische gedachten
o 5 g schema; gebeurtenis, gedachte, gevoel, gedrag, gevolg
o Manieren om automatische gedachten uit te dagen
o Experimenten met gedrag
5 G-schema:
Gebeurtenis: wat zie je door een camera
Gedachten: wat ging door je hoofd
Gevoel/ gewaarwording: 5 B’s: boos, bedroefd, beschaamd, blij en band
Gedrag: wat deed je
Gevolg: wat was het gevolg van je gedrag
Omgaan met depressie:
Activiteiten
o Eenvoudige activiteiten samendoen
o Stimuleren dingen te doen die prettig waren vóór de depressie
o Hulp bieden bij praktische zaken
Bejegening
o Aanwezig zijn,
o Begrip, beschikbaar zijn,
o Niet overtuigen dat het goed gaat
Contacten
o Vaker contacten
o Opvrolijken werkt averechts
o Stimuleren van contacten met anderen
Manie:
Opgeblazen gevoel van eigenwaarde of grootheidsideeën
Afgenomen behoefte aan slaap
Spreekdrang
Gedachtevlucht of de subjectieve beleving dat de gedachten jagen
Verhoogde afleidbaarheid
Toeneming van doelgerichte activiteit
Overmatig bezighouden met aangename activiteiten met kans op pijnlijke gevolgen
Hypomanie:
Geen duidelijke beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren
Opname in een ziekenhuis is niet noodzakelijk
Geen psychotische verschijnselen
4