scholen met een
accountancy-opleiding
p/a Hogeschool Utrecht
Heidelberglaan 15
3584 CS UTRECHT
LANDELIJK EXAMEN – OAT
De Agro Groep
1e zitting
Samenstellers: Redactiecommissie OAT
Datum : 17 januari 2022
Toegestane literatuur:
o Handboek 2021 Deloitte en/of Handboek 2021 E&Y en/of KPMG Jaarboek
2020/2021; een eerdere druk is toegestaan, maar voor eigen risico.
o Regelgeving Accountancy (HRA) 2021; een eerdere druk is toegestaan, maar
voor eigen risico.
o WWFT (mits ingebonden of in mapje).
o Rekenmachine volgens beleid en instructie hogeschool.
Tijdsindicatie in minuten en aantal punten* per vraag:
Analyse: 30 minuten
Vraag 1: 15 minuten/ 10 punten
Vraag 2: 32 minuten/ 22 punten
Vraag 3: 20 minuten/ 13 punten
Vraag 4: 17 minuten/ 11 punten
Vraag 5: 18 minuten/ 12 punten
Vraag 6: 30 minuten/ 20 punten
Vraag 7: 18 minuten/ 12 punten
180 minuten/100 punten
*Op de landelijke normeringsvergadering kan besloten worden om de geplande
puntenverdeling te wijzigen om te komen tot een definitieve normering.
1
, Vraag 1 Initiële cijferanalyse (15 minuten) (10 punten)
Beschrijf voor elk van de hierna genoemde posten in de conceptjaarrekening 2020
van Agro Holding BV
1a de post voorraden, zoals opgenomen op de geconsolideerde balans
1b de post personeelskosten zoals opgenomen in de geconsolideerde winst-en-
verliesrekening;
waarom deze qua aard, samenstelling en/of grootte van de post een potentieel
risicogebied vormen voor de accountantscontrole. Schenk hierbij zo mogelijk ook
aandacht aan de grondslagen van waardering en resultaatbepaling.
Betrek in uw motivatie
o de grootte van de post,
o de kenmerken van de post en
o de controleaspecten (waaronder begrepen de beweringen over de posten).
N.B.: bewoordingen moeten conform NV COS 315 A 129 zijn.
Vraag 2 Risicoanalyse (32 minuten) (22 punten)
2a Noem uit paragraaf 1.5.3 Magazijn en 1.5.4 Verkoop in totaal drie inherente
risico’s die de accountant onderkent bij de controle van de jaarrekening 2020
van Agro Holding BV. Motiveer bij alle drie waarom sprake is van inherente
risico’s en geef tevens aan voor welke post(en) in de jaarrekening dit een
risico is.
Extra: Eén van de drie risico’s moet daarbij vallen onder NV COS 315
paragraaf 28 b, c, d, e of f (zie vraag 2c).
2b Geef voor ieder bij vraag 2a genoemd inherent risico twee concrete
maatregelen van interne beheersing waarmee het risico kan worden afgedekt
of beperkt. Beschrijf hierbij steeds één preventieve en één repressieve
maatregel.
2c Geef bij één van de onder 2a genoemde risico’s gemotiveerd aan of en
waarom dit inherente risico significant is volgens de NV COS 315 paragraaf 28
a
en bij één risico waarom deze valt onder NV COS 315 paragraaf 28 b, c, d, e
of f
(dus voor twee inherente risico’s significantie aangeven).
2