Werkcollege 1
Doelstellingen. De student kan:
• De verschillende typen vetweefsel omschrijven en de verandering in de
levensfasen beschrijven.
Er bestaan twee soorten vetweefsel in het lichaam van de mens. De witte
vetcellen en de bruine vetcellen. De witte vetcellen zijn voor opslag en
energielevering (ATP), de bruine vetcellen zijn vooral voor de
temperatuurregeling. Baby’s hebben bij de geboorte een grote voorraad aan
bruin vet omdat de temperatuurvoorziening erg belangrijk is in deze periode. Dit
vet verminderd in de loop van de groei, de gemiddelde volwassene heeft 1% aan
bruin vet.
* bruin vet kan wel ‘gekweekt’ worden door 24 uur/dag in een koude omgeving te
verblijven, als hiervan echter al een paar uur een comfortabele temperatuur te
voelen is werkt het niet meer, je moet het continue koud hebben
• De vetstofwisseling in de cel uitleggen
Er zijn verschillen typen vetzuren: SCT, de korte keten vetten (<6 C’s), MCT, de
midden keten vetten (6-12 C’s) en de LCT, de lange keten vetten (>12 C’s). De
SCT en MCT worden via de poortader getransporteerd en de LCT gaan via
chylomicronen en lymfevaten door het lichaam.
De opbouw en afbraak van voedingsvetten gaat altijd per 2 C’s. Ook is zijn altijd
tussen de dubbele bindingen 3 C’s. Zoals omega-3 vetten en omega-6 vetten).
Vetweefsel wordt in de vetcellen (adipose cellen) opgeslagen voor energie of als
opslag bij een overschot. Dit vetweefsel wordt opgeslagen als trigyceriden (TC)
omdat deze neutraal zijn, losse vetzuren zouden de pH enorm verlagen.
BIOCHEMIE BLOK 2.4 TESSA VELLEMA 1
, In de cel worden de triglyceriden gesplitst (zie
afbeelding), glycerol gaat naar de
koolhydraatverbranding en de vetzuren gaan
naar de bèta-oxidatie (per 2 C’s), dit is proces I.
Daarna worden ze omgezet tot Acetyl CoA
(uiterlijk: C – C – Acetyl CoA). In deze vorm kan
de stof naar de citroenzuurcyclus om energie uit
de voedingsstoffen te halen, dit is proces II.
Daarna gaat het naar de ademhalingsketen die
voor opslag zorgt, dit is proces III (oxidatieve
fosforylering). Uiteindelijk ontstaat energie in de
vorm van ATP.
Stap 1: bèta-oxidatie (van acylCoA naar AcetylCoA)
Stap 2: citroenzuurcyclus
Stap 3: ademhalingsketen
Eindproduct: CO2, H2O en ATP
Bèta-oxidatie zet de vetzuren om in Acetyl-CoA, dit is de beginstof voor de
citroenzuurcyclus en uit de CZK komt weer de stof oxidatieve fosforylering (ATP).
Wanneer een glucose molecuul 36 ATP levert en de verhouding 4:4:9
(koolhydraat, eiwit, vet) is, dan levert een algemeen vet ongeveer 70 ATP.
*Voorbeeldvraag: hoeveel moleculen Acetyl-CoA levert een vetmolecuul dat
volledig is opgebouwd uit stearinezuur > C17H35COOH? Per 2 C’s worden ze
geknipt, dus 18 C’s worden verdeeld over 9 nieuwe moleculen die omgezet
kunnen worden tot Acetyl-CoA. Dit levert in totaal 27 moleculen Acetyl-CoA + 1
voor glycerol = 28 moleculen Acetyl-CoA.
Vetzuren kunnen niet bij een
normale temperatuur verbrand
worden. hiervoor is een
katalysator nodig zodat het wel
bij een normale
lichaamstemperatuur verbrand
kan worden. Wanneer de
katalysator op het vetzuur zit
heeft het de volgende vorm:
vetzuur + co-enzym A, welke de
naam acylcoa heeft (lange
staart met co-enzym).
• Uitleggen waar in de cel de afbraakreacties plaatsvinden
De vetzuurverbranding bevind zich volledig in het mitochondriën (volledig
aeroob)
• De invloed van hormonen en hormoonachtige stoffen op het
vetmetabolisme uitleggen
Wanneer je heel weinig vet hebt heeft dit invloed op de hoeveelheid hormonen
die in het lichaam aangemaakt worden, de bescherming rondom de organen en
de temperatuurregeling van het lichaam. Deze zullen allemaal verminderd zijn.
BIOCHEMIE BLOK 2.4 TESSA VELLEMA 2